Geef vetorecht aan grote EU-landen

De informele top van Biarritz heeft de tegenstelling tussen de grote en de kleine staten over de verdeling van de macht in volle licht blootgelegd. Het is zonder twijfel het centraal probleem van de Europese opbouw.

Hoewel de geschiedenis zich nooit herhaalt, is het interessant om met het verleden kennis te maken en er soms naar te verwijzen. De Conventie van Philadelphia van 1787, waar de grondwet van de Verenigde Staten werd opgesteld, kan tot nadenken stemmen.

Nadat de 13 oostkust-koloniën zich op 4 juli 1776 onafhankelijk van Engeland hadden verklaard, hadden de kersverse Verenigde Staten op 1 maart 1781 een eerste grondwet opgesteld die van confederale aard was: niets kon zonder unanimiteit beslist worden (Articles of Confederation). De koloniën herinnerden zich nog maar al te goed het excessieve centralisme van de Engelse Kroon en waren vast besloten hun volledige soevereiniteit te bewaren.

Door de regel van unanimiteit leidde de confederale formule al vlug tot algemene verlamming. Op 25 mei 1787 stuurden 12 staten 55 vertegenwoordigers naar Philadelphia om er aan de Grondwet van 1781 te sleutelen. De werkzaamheden leidden tot de Federale Grondwet van 1789 die nog altijd van kracht is en die het mogelijk heeft gemaakt om een heel continent te structureren.

Het grote probleem waarmee de Conventie geconfronteerd werd, was de invoering van een besluitvormingsprocedure die zowel door de grote als door de kleine staten aanvaardbaar was. Het conflict tussen beide overschaduwde heel de Conventie. De zwakke staten hielden vast aan het souvereiniteitsprincipe en de strikte gelijkheid uit angst uit de boot te vallen, terwijl de staten met een grotere bevolking niet konden aanvaarden schaakmat gezet te worden door een coalitie van kleine staten.

Deze hindernis werd genomen door het mechanisme van de dubbele meerderheid. Om ieders bezorgdheid tegemoet te komen, werd besloten om de macht te verdelen over twee Kamers die op een andere manier waren samengesteld. De staten sturen naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers een aantal personen in verhouding tot hun bevolking terwijl de Senaat paritair door twee leden per staat is samengesteld. Geen enkele wet kan worden uitgevaardigd zonder de goedkeuring van de twee Kamers van het Congres.

Dit volkomen originele mechanisme maakte de organisatie mogelijk van een sterke federale macht die de wil van de meerderheid van de bevolking kan vertolken terwijl aan de staten de gelegenheid wordt geboden om hun identiteit en hun specifieke belangen te vrijwaren.

Twee eeuwen later wordt in een ander continent de Europese Unie met dezelfde moeilijkheden geconfronteerd waar de gewezen Britse koloniën van de Nieuwe Wereld destijds zoveel kopzorgen aan hadden gehad. Net zoals in Philadelphia is de grote vraag in Brussel hoe men zich kan ontdoen van het verlammende unanimiteitsbeginsel wil men de Unie met een efficiënt machtsinstrument uitrusten. Net zoals in Philadelphia zorgt de organisatie van de macht voor tweespalt tussen de kleine en de grote staten: de kleine vrezen dat zij vazalstaten zullen worden, de grote staten vertikken het om zich in een minderheidspositie te laten drukken. Net zoals in Philadelphia is de grootste hindernis op de weg naar de vooruitgang, het eigenbelang van de leiders die zich verzetten tegen beknotting van hun macht, hun emolumenten, hun huidige functies in hun respectieve staten.

Jammer genoeg staat er geen Hamilton of Madison op om een uitweg uit deze impasse uit zijn mouw te schudden. De enige suggestie die ons wordt aangereikt om de nadelen van het unanimiteitsbeginsel te verzachten, is het vetorecht voor te behouden voor de grote landen binnen het Directoraat. Dat is volkomen onaanvaardbaar.

Pierre van Haute is ere ambassadeur van België.

Vetorecht

De kop Geef vetorecht aan grote EU-landen (in de krant van vrijdag 1 december, pagina 9) was onjuist. De kop had moeten luiden: Geen vetorecht voor grote EU-landen.