Euro en Nasdaq drukken rente

De donkere wolken boven de beurs en de herstellende euro hebben een zilveren randje: de vlucht in veilige obligaties kan zorgen voor een lagere hypotheekrente

Terwijl de doemscenario's voor de Amerikaanse economie rijpen in de hoofden van de spelers op de financiële markten, heeft het huidige wankele beursklimaat ook zijn lichtpuntjes. Op de obligatiemarkt wordt, in ieder geval door de bezitters van veilige staatsleningen, elke zweem van slecht nieuws op dit moment met gejuich ontvangen.

Nadat de economische groei over het derde kwartaal woensdag flink naar beneden werd bijgesteld, bleek gisteren dat de inkomens van Amerikaanse consumenten in oktober met 0,2 procent zijn gedaald ten opzichte van de vorige maand. Omdat ze toch 0,2 procent meer bleven uitgeven dan zij binnenkregen, daalde de spaarquote van Amerikaanse huishoudens tot -0,8 procent van het bruto binnenlands product. De aanvragen voor werkloosheidsuitkeringen stegen voor de zesde achtereenvolgende week, en de Nasdaq-index kwam op zijn laagste punt in anderhalf jaar.

Zonder uitzondering is dit goed nieuws voor overheidsobligaties. Minder groei in de Verenigde Staten, betekent daar een afnemende druk op de oplopende inflatie waar beleggers steeds nerveuzer over werden toen de prijzen van olie en arbeid dit jaar bleven stijgen. Oplopende inflatie is slecht voor obligaties.

Dalende aandelenkoersen versterken de functie van overheidsobligaties als vluchthaven voor bange beleggers. En de kans dat de Amerikaanse centrale banken hun rente nog zullen verhogen, is volgens veel analisten teruggelopen tot nul. De zakenbank JP Morgan voorziet zelfs dat de Federal Reserve in het eerstvolgende halfjaar de rente in twee stappen met 0,5 procentpunt zal verlagen.

De verwachte lagere geldmarktrente, een afnemende inflatiedruk en een vlucht vanuit de aandelenmarkten zorgden deze week voor een flinke koersrally op de obligatiemarkten in de VS. En omdat de Europese obligatiemarkt daar doorgaans goed naar luistert stegen ook hier de koersen en daalde de effectieve rente op langlopende leningen. Voor het eerst in een jaar tijd dook de Duitse langetermijnrente gisteren onder de grens van vijf procent. En ook in Nederland daalde de tienjaarsrente op staatsobligaties fors, naar 5,12 procent vanmorgen.

Europa heeft er nog een belangrijk voordeel bij: de euro. De zwakte van de munt werd de laatste anderhalf jaar volgens de meeste lezingen veroorzaakt door het feit dat de Amerikaanse economie sneller groeide, en in betere gezondheid verkeerde dan de Europese. De stroom van beleggingen en investeringen vanuit euroland naar de VS, die daar een kenmerk van was, dreef de dollarkoers sterk op.

Die trend staat, zoals deze week op de valutamarkt bleek, op het punt om te `draaien'. Hoewel ook de Europese groeivooruitzichten minder gunstig worden, loopt het gat met de VS snel dicht. En dat gaat ten koste van de dollar. De stijgende euro die daar het gevolg van is, neemt ook nog de druk weg die de gestegen invoerprijzen hier hardnekkig op de inflatie uitoefenen. Bovendien is het niet ondenkbaar dat, mocht de dollar in een vrije val raken, de Europese staatsobligatiemarkt de vluchthaven wordt bij uitstek.

In zo'n scenario zit veel slecht nieuws, al was het maar voor aandelenbeleggers. Veel Nederlandse beursfondsen, Ahold voorop, halen een substantieel deel van hun winst in de Verenigde Staten, en de dalende dollarkoers oefent een neerwaartse druk uit op hun winst – op hun koers. Maar voor het rentefront is het nieuws goed. Hoewel het gapende gat tussen de rente die overheden betalen en de rente die banken en bedrijven betalen er niet door dichtloopt, dalen de rentes die banken betalen met de rentevoeten op staatsobligaties mee.

Die bancaire rentes, die benaderd kunnen worden via zogenoemde interbancaire `swaprentes' daalden vanmorgen voor een looptijd van tien jaar tot 5,6 procent. Dat is een kwart procentpunt lager dan twee maanden geleden. Het geeft de banken de ruimte om hun hypotheekrentes navenant te laten dalen. Met name bij rentetarieven op hypotheken met een langere rentevaste periode is de kans op tariefsdalingen het grootst – als de huidige trend op de obligatiemarkt duurzaam genoeg blijkt.

De Nederlandse huizenmarkt leek net tot rust te zijn gekomen. Volgens het kadaster steeg de woningprijs op jaarbasis in oktober met 16,4 procent – en dat is minder hevig dan de stijging van ruim 20 procent tot nu toe dit jaar. Lagere hypotheekrentes kunnen de vaart er weer in brengen, tot vreugde van de huizenbezitters en verdriet van nieuwe toetreders.

Tenzij Europese banken hetzelfde gaan doen als hun Amerikaanse concurrenten nu dreigen te overwegen. Een dalende kwaliteit van de kredietportefeuille, die met elke groeivertraging gepaard gaat, kan ze er toe nopen wat minder scheutig te zijn met nieuwe leningen. In dat geval gaat de hypotheekkraan alsnog een slagje dicht.