Een op doping betrapte voetballer is een domoor

Doelman Wapenaar van FC Utrecht verscheen gisteren voor de tuchtcommissie van de KNVB wegens gebruik van doping. Het grote taboe in de voetbalsport.

Atleten, wielrenners en krachtsporters slikken en spuiten zich een ongeluk. Het doel heiligt de middelen. Voetballers daarentegen `snoepen nooit uit de pot'. Stimulerende medicijnen hebben zelfs een averechts effect op hun balvaardigheid en coördinatievermogen. Ze lopen soms lachend langs de dopingcontroleurs van de KNVB die tegenwoordig nog maar één speler per elftal om een flesje urine vragen. Spelers die weigeren te plassen, krijgen slechts een boete opgelegd, zoals spits Dijkhuizen in 1998 bij Cambuur Leeuwarden is overkomen.

Het dopingdossier van de voetbalbond telt slechts twee zaken, maar de geruchten over het gebruik van stimulerende middelen zijn talrijk. In de jaren zestig en zeventig stonden sommige clubartsen in een kwaad daglicht. Bij FC Twente werden de dodelijk hartaanvallen van de spelers Drost, Notten en Van Dijk in verband gebracht met doping. Bij Brugge stierf de oud-Ajacie d Rijnders aan dezelfde kwaal. Bij Feyenoord maakte oud-trainer Westerhof melding van ,,verdachte bekertjes in de kleedkamer''. Maar de geruchten werden nooit hardgemaakt. Doping bleef hét taboe in de voetbalsport.

Slechts twee keer was een Nederlandse voetballer betrokken bij een officiële dopingaffaire. In 1997 werd doelman Aerts van FC Den Bosch betrapt op het gebruik van cocaïne. Hij had aan de vooravond van een wedstrijd `een lijntje gelegd' en was zich schijnbaar niet bewust van de consequenties. Hij kreeg een schorsing opgelegd van twaalf maanden, waarvan negen voorwaardelijk. In de wandelgangen werd meesmuilend gelachen om deze primeur. Wat een domoor, die Aerts.

Dit voorjaar werd doelman Wapenaar van FC Utrecht betrapt op het gebruik van efedrine. Hij had wegens verkoudheid een `onschuldig hoestdrankje' bij de drogist gekocht. Hij wilde zijn ploeggenoten niet in de steek laten en zo fris mogelijk onder de lat staan. Hij was vergeten op het etiket te letten, waarop duidelijk leesbaar `efedrine' viel te lezen. Tegen Wapenaar werd gisteravond een schorsing van twaalf wedstrijden geëist, waarvan zes voorwaardelijk.

Volgens de aanklager van de KNVB was de straf voor Wapenaar ,,overeenkomstig de straf bij wielrenners en gewichtheffers die op het gebruik van efedrine zijn betrapt''. De voetbalbond beschikte niet over jurisprudentie en ging daarom bij andere sportbonden te rade. Volgens de advocaat van Wapenaar was hij ,,het slachtoffer van een test-case''. De KNVB wil een daad stellen en de onwetende spelers attenderen op het gevaar van doping, meende de raadsman. Volgens technisch-directeur Berger van FC Utrecht werd Wapenaar te hard aangepakt. ,,Iemand die een hoestdrankje neemt, lijkt me onschuldiger dan iemand die zowat de hele achterlijn opsnuift'', verwees hij ironisch naar de cocaïnezaak van Aerts.

Alle partijen waren het over één ding eens: voetballers zijn naïef en moeten zich professioneler opstellen. Wapenaar was vergeten zijn clubarts te bellen, toen hij zich grieperig voelde. ,,Misschien stom van mij, maar ik dacht: wat je bij de drogist kan halen, kan geen doping zijn.'' Wapenaar verwees naar de periode toen hij voor het Italiaanse Udinese speelde. ,,Daar zaten we altijd in trainingskamp en was dus altijd een dokter in de buurt.''

De naïviteit van Wapenaar is des te opvallender, omdat het Italiaanse voetbal vaak wordt geassocieerd met doping. De Tsjechische trainer Zeman meende twee jaar geleden dat in Italië ,,de groei van de bovenbenen op een onnatuurlijk wijze tot stand komt''. Hij veroorzaakte een nationale rel in Italië. In Engeland sprak trainer Atkinson over het gevaar van cocaïne. In Duitsland werden speler Ziemer (anabolen) en trainer Daum (cocaïne) respectievelijk geschorst en ontslagen. In Frankrijk is de spierversterker nandrolon populair bij diverse topspelers. In Argentinië verbleekte de ster Maradona door zijn drugsverslaving, mede nadat hij tijdens het WK van `94 op het gebruik van een elixer van amfetaminen en andere pepmiddelen werd betrapt.

Maar in het Nederlandse voetbal is schijnbaar geen sprake van bewust gebruik van doping. Dat Gérard de Nooijer zelf melding maakte van het toedienen van een hormoonzalfje, was toch zeker een bewijs voor onschuld? In Sportweek verwees Ronald de Boer naar Spanje, waar hij vuilniszakken vol met spuiten had gesignaleerd. In Nederland had hij nooit zoiets gezien. En dokter Kessel, voormalig bondsarts van de KNVB, meende dat doping geen heilzame werking heeft bij voetballers. Hij diende zijn spelers wel creatine toe, dat niet op de dopinglijst staat.

Clubarts Van Zwieten van FC Utrecht bagatelliseerde gisteravond als getuige-deskundige het gebruik van doping in het algemeen en het gebruik van efedrine in het bijzonder. ,,Doping leeft niet bij voetballers, omdat het niet functioneel is. Efedrine heeft slechts een licht verhelderend effect'', meende Van Zwieten.

Het pleidooi van deze huisarts werd ondermijnd door een medisch specialist die ook als getuige-deskundige werd gehoord. ,,Efedrine veroorzaakt onrust, nervositeit en waakzaamheid'', meende deze farmacoloog Danhof. De praktijk gaf hem gedeeltelijk gelijk. ,,Ik heb zelden zo slecht gekeept als in die wedstrijd'', wist Wapenaar nog.

    • Jaap Bloembergen