Echt gebeurd is niet genoeg

Niet alleen in de roman, ook in het beeldverhaal rukt de autobiografie op. Emancipatie en democratisering gaan er hand in hand, in miniatuurtjes over meisjeslevens en ontboezemingen over eerste liefdes. Een inventarisatie.

Maaike Hartjes heeft een getekend alter ego ter grootte van een luciferskop. Hartjes vertelt over haar leven in boekjes die ze zelf kopieert en niet, en die ze op stripbeurzen en in stripwinkels verkoopt. Het minuscule poppetje `Maaike' beleeft weinig opzienbarends, maar is een lust voor het oog; het is wonderlijk hoe expressief Hartjes op dit formaat tekent.

Waar gaan haar strips over? Over haar konijn `Aart', over haar vriend `Mark' (in het echte leven Mark Hendriks, óók een striptekenaar), over een kapotte kraan. Hartjes heeft zelfspot, ze tekent zichzelf tobberig en onzeker. De stripjes worden afgewisseld door oude advertenties (`Om eene schoone boezem te bekomen') en wonderlijke krantenknipseltjes.

Hartjes hoort bij een stroming. Autobiografische strips zoals de hare zijn de laatste jaren in Nederland sterk in opkomst. In januari zal van haar hand een dik album verschijnen; de vierde persoonlijke stripkroniek die binnen zes maanden op de markt komt.

Wat bezielt iemand om zijn persoonlijke zielenroerselen in stripvorm aan het papier toe te vertrouwen en uit te geven? Zoals schrijvers vaak uit hun persoonlijke belevenissen putten, is ook voor stripmakers het eigen leven steeds vaker een inspiratiebron. Het genre heeft daarbij zijn beperkingen. De ambachtelijke vorm van de strip (de tekstballonnen, de opeenvolging van plaatjes) biedt weinig ruimte aan diepzinnige bespiegelingen of gemijmer. Doel is vooral door het tonen van een klein fragment van een gebeurtenis, een hele achterliggende wereld te suggereren. De meeste strips dragen zo al direct een zekere ironie met zich mee, en een voorkeur voor pretentieloosheid. Wie van zichzelf een eenvoudig getekend strippoppetje maakt, relativeert zichzelf.

Dat geldt zeker voor de huidige autobiografische strip. In de jaren zestig en zeventig, toen het genre in de handen van onafhankelijke tekenaars uit de banden van de productie voor jeugdbladen begon te breken, werden strips een middel in de politieke en persoonlijke emancipatie. Amerikaanse feministen, onder wie veel strijdbare lesbiennes, gaven hun persoonlijke geschiedenis en politieke idealen weer in beeldverhalen. De autobiografische strips van de jaren negentig ontberen een politieke boodschap, al zou je ze, behalve als afspiegeling van één bepaald leven, kunnen zien als pleidooi voor een eigentijdse, vrije manier van leven. De jonge Nederlandse vrouwen die hun leven `verstrippen', zijn weliswaar onzeker, maar toch ook geëmancipeerd, seksueel bevrijd, ongebonden (ze hebben geen vaste baan) en kinderloos.

De eerste tekenaar die zijn leven, en dan vooral zijn neurotische seksleven, `verstripte'. was Robert Crumb. In Amerikaanse underground-blaadjes, uitgegeven door zelfstandige kleine uitgeverijen of zelfs individuen, wemelde het enkele jaren terug nog van door Crumb geïnspireerde strips, zoals van Joe Matt die in Peep Show op humoristische wijze gestalte gaf aan zijn frustraties en angsten. In Nederland ving sinds de jaren zestig vooral Peter Pontiac de tijdgeest in zijn getekende werk: na het leven in de hippietijd, en een dramatische heroïneverslaving, gaf hij in de jaren tachtig de punkbeweging in stripvorm gestalte. Van Pontiac verschijnt binnenkort de `graphic novel' Kraut, over het leven en de verdwijning van zijn vader.

Pontiac heeft nu pupillen gekregen. Populair in Nederland is momenteel de onder meer door hem geïnspireerde Groningse tekenares Barbara Stok. Zij is de eerste stripmaker die haar autobiografie-in-afleveringen publiceert bij een literaire uitgeverij. Stok pretendeert het leven van `jong' en `alternatief' Nederland anno 2000 in beeld te brengen. Haar harkerig getekende alter ego gaat veel stappen, wordt dronken en denkt en doet veel aan seks. Echt schokkend of ruig is Stok niet, haar tekeningen zijn eerder onbeholpen en aandoenlijk. Haar onderwerpkeuze en de manier waarop haar figuren met elkaar omgaan, zullen sommige lezers wel tegen de borst stuiten (`Wat zullen we vanavond eens gaan doen?' `Naar de film?' `Poolen?' `Scrabbelen?' `Orale seks?' `JAAA!!!') Jongeren worden aangesproken door Stoks vrijmoedigheid en de ongebonden levensstijl die zij propageert. Bij sommige dertigers wekt ze heimwee naar de studententijd. Maar op den duur worden zowel haar tekenstijl als haar onderwerpen voorspelbaar. Haar nieuwste album, Sex, drugs & strips biedt weinig nieuws.

Inhaalslag

Bij Stoks uitgever, Nijgh & Van Ditmar, is onlangs nog een autobiografische strip verschenen, van Gerrie Hondius, terwijl ook uitgeverij De Prom er één uitbracht, door Michiel van de Pol. Gerrie Hondius borduurt voort op de thema's van Stok. Op de achterkant van Als je je niks verbeeldt dan ben je niks verzucht haar getekende zelf: `De ellende van vrouwenstrips is dat ze zo autobiografisch zijn... en dat ik zo'n KUTleven heb!'

Onder stripmakers en -liefhebbers zijn relatief weinig vrouwen en van de vrouwen die wel strips maken, werkt een groot deel autobiografisch. Wellicht is dit het begin van een inhaalslag. De vrouwelijke stripmakers haken niet aan bij de door mannen gedomineerde wereld van komische en avonturenstrips. De strips van Hartjes, Stok en Hondius worden gepubliceerd in vrouwenbladen (achtereenvolgens de Viva, de One en de Vriendin), waarin het vooral gaat om (h)erkenning. Niet zelden is juist `het vrouw-zijn' aanleiding tot het tekenen: Stok bijvoorbeeld toont hoe ze voor het eerst, eindelijk, een orgasme heeft. Tot voor kort was het maken van grappen over seks of het openhartig verslag doen van de eigen seksuele activiteit, voorbehouden aan mannen.

Toch hadden mannen ook de primeur van de autobiografische strip in Nederland. Sinds 1981 begon Gerard Lever, onder het pseudoniem `Gleever', over zijn leven te tekenen. Gleever, die lang voor Eppo werkte, tekent veel traditioneler dan de vrouwelijke nieuwkomers. Zijn strips hebben vaak een duidelijke clou of punch line. Als hij zijn vertrek uit het ouderlijk huis weergeeft, omhelst zijn alter ego snikkend de videorecorder en niet zijn familieleden. Gleevers strips lijken ook bedachter dan die van Stok, Hartjes, Hondius en hun onbekendere mannelijke collega Michiel van de Pol.

Van de Pol is, blijkens het album Medicijnman, òf het getekende leven van: Michiel van de Pol, een klein dik kereltje met een vetkuif. Anders dan de drie dames heeft Van de Pol, net als Gleever, kinderen. Zoals de dames tegenwoordig openhartig zijn over seks, zijn de heren het over hun gevoelens voor de kinderen. De tekenstijl van Van de Pol en vooral zijn belettering (de teksten lopen dwars door de grenzen van de tekstballonnetjes en staan er ook kriskras omheen) doet denken aan het werk van Hein de Kort. Van de Pol bezorgt medicijnen bij bejaarden en doet daar hilarisch verslag van. Net als de stripmaaksters is Van de Pol op zijn best als hij meer doet dan alleen zijn leven verslaan, als hij zijn fantasie gebruikt, ook zijn gedachten optekent, in plaats van alleen wat hem overkomt.

Puur autobiografische strips passen in deze tijd, waarin mensen zich voor de televisie vergapen aan andere mensen die écht thee zetten en écht naar bed gaan. Maar boeiend worden de strips pas, als de makers fantasie-elementen aan hun dagelijkse belevenissen toevoegen. `Echt gebeurd' is niet genoeg. Door te reflecteren en te interpreteren worden de strips meer dan alleen authentiek of herkenbaar. Gerrie Hondius, die haar album de programmatische titel meegaf Als je je niks verbeeldt dan ben je niks, weet het best van het hier besproken viertal een evenwicht te bereiken tussen werkelijkheid en verbeelding.

Hondius, bekend van de strip Ansje Tweedehansje in het maandblad Opzij, tekent met een haast sierlijke, krullende zwarte lijn. Haar tekeningen zijn sober, ze tekent nauwelijks achtergronden en geen kaders. Haar boek is, meer dan het werk van Hartjes en Stok die het heden willen vastleggen, een terugblik, een samenvatting van haar leven tot nu toe. Met haar luchtige tekenstijl blijkt Hondius ook zeer aangrijpend en benauwend te kunnen werken.

Grappig is ze ook. Vooral de `hoofdstukken' waarin Gerrie haar moeder raadpleegt over de bereiding van diverse etenswaren. `Mamma? Ik heb een vis gekocht.' `Een vis gekocht?' `Een vis gekocht.' `Zijn oogjes staan zo droevig en hij lijkt nog te bewegen/ en als ik in hem snijden wil, dan spartelt hij zo tegen.' De moeder is een kenau met een knot en een schort. Hondius is niet steeds even geestig, ook bij haar overvalt de lezer soms een gevoel van overbodigheid en verveling, maar haar album is afwisselender, doordachter én beter getekend dan de meeste andere `autobio-strips.'

Gerrie Hondius: Als je je niks verbeeldt, dan ben je niks.

Nijgh & Van Ditmar, ƒ25,-

Michiel van de Pol: Medicijman of het getekende leven van Michiel van de Pol. De Prom, ƒ29,95

Barbara Stok: Sex, drugs en strips. Nijgh & Van Ditmar, ƒ15,-

Maaike Hartjes: Maaike's Grote Dagboekje. Verschijnt bij uitgeverij De Harmonie/Oog & Blik in januari. Prijs rond de ƒ35,-