De Grote Satan 6

Arnon Grunberg is blij met een paar eigentijdse ontwikkelingen die voor Henk Hofland en Rudy Kousbroek een verschrikking zijn. Grunberg verklaart het meningsverschil met een veronderstelling dat Hofland en Kousbroek, om kort te gaan, Oude Zakken zijn. Maar dat is een twijfelachtige verklaring.

Een aantal van de relativerende of corrigerende opmerkingen die Grunberg maakt lijken me juist. Ik zou er nog een aantal aan toe kunnen voegen. Toch geloof ik dat de bedoelde stukken van Hofland en Kousbroek in hoofdzaak goed aangeven wat er specifiek aan het huidige tijdsgewricht mankeert. Hofland geeft treffende beschrijvingen van wat ik, tot mijn verdriet, om mij heen zie gebeuren. En waar Kousbroek roept om bescherming tegen de zakenmannen, kan ik vanuit mijn dagelijkse ervaring beamen dat dit is wat we nodig hebben. Grunberg weet even goed als iedereen waar Hofland en Kousbroek het over hebben. Maar de voordelen van de huidige gang van zaken wegen voor hem veel zwaarder dan de nadelen. Hofland en Kousbroek op hun beurt weten ook van de voordelen die tegenover de nadelen staan. Maar voor hen zijn de nadelen toch heel zorgwekkend.

Het verschil zit vast niet in de leeftijd. Vroeger lag de rolverdeling bij dit soort meningsverschillen gewoonlijk precies andersom: het vaste patroon van Vader & Zoon. Het verschil zit in de respectievelijke openingspassages van Kousbroek en Grunberg. Kousbroek zegt dat belangrijke zaken naar zijn idee vaak te weinig aandacht krijgen; waarna hij een nieuwe poging doet om onze aandacht erop te vestigen. Grunberg zegt dat deze proeve van maatschappijkritiek hem doet giechelen; waarna hij een lofzang aanheft op de bestaande orde. We hebben hier geloof ik niet te maken met oude zakken, maar veeleer met een jonge zak.