De Grote Satan 5

De redactionele opmaat bij het artikel van Grunberg legt de heren Hofland en Kousbroek in de mond dat de commercie de cultuur bedreigt. Daarmee lijkt de toon gezet voor de aanval die Grunberg lanceert op beide `oude mannen'. Waarbij Grunberg zich blijkbaar de personificatie van de bedreigde cultuur waant en meent zich zo het beste te verdedigen. En passant geeft hij zich bloot door over zijn `vijand' te spreken waar hij zijn polemische tegenstander bedoelt, en vervolgens gaat hij zich te buiten aan rancuneuze schimpscheuten en komt aan argumenten nauwelijks nog toe. Zijn eigen retorische vraag heeft hij zo impliciet beantwoord (retorisch, omdat hij zich eerst afvraagt wat nu eigenlijk het verschil is tussen narigheid en talentloze narigheid, om verderop zelf te spreken van `de talentloze lelijkheid' van de moderne kunst in een context die nu eens niet als cynisme kan worden opgevat).

Hij weet het dus best, talent in geschrifte kan Grunberg immers niet worden ontzegd, maar bij Disney kunnen ze ook heel aardig tekenen, en noemt Grunberg dat in zijn artikel toch niet ergens pulp? Daar komt ook de aap uit de mouw: meer pulp, meer popcorn, meer narigheid wenst hij voor `de anderen', zodat wij in rust kunnen genieten van de Klassieken. Het zal toch wel niet toevallig zijn dat hij zich pakweg wil verdiepen in Heine of Balzac, jawel, daar heeft hij zelfs alle respect voor? Maar Hofland en Kousbroek schreven over de levende cultuur, de toestand van onze beschaving. Die niet bedreigd wordt in die zin dat zij zou ophouden te bestaan, maar zich ontwikkelt in een richting waar de nodige kritische kanttekeningen bij zijn te plaatsen wanneer je verfijning laat prevaleren boven vergroving, ook iets wat in de definitie van cultuur besloten ligt. En daar wil Grunberg toch niet het laatste woord over spreken, iemand die in Amerika is gaan wonen om Heine en Balzac in Engelse vertaling te kunnen lezen? Nee, het heeft er alle schijn van dat Grunberg zijn talentvolle narigheid ten beste geeft waar hij zich bang, boos en machteloos voelt omdat hij twee oude mannen niet begrijpt die de wereld nu eens niet door een opportunistische roze bril bekijken.