Chaos jaagt Britse reiziger de auto in

Een treinreis van Nottingham naar Londen duurt normaal krap twee uur. Deze week deed een trein er negen uur over, omdat de stroom herhaaldelijk uitviel. Britse reizigers reageerden altijd stoïcijns op tegenslagen. Als de omroeper meldde dat de `11.53' naar Reading vandaag helaas niet kon gaan, omdat een das aan een schakelkast had geknaagd of omdat er verkeerde sneeuw op de rails lag, schuifelde men zonder vloeken de rij in voor de vervangende bussen.

Dit keer is het anders. Britten zeggen massaal het vertrouwen op in het spoor, dat inmiddels eenderde van zijn klandizie heeft verloren aan auto en vliegtuig. Voor het geld hoefde je dat toch al niet te laten. Een standaardretour Londen-Liverpool kost 140 pond (520 gulden) vliegen met easyJet de helft. Van een dienstregeling is feitelijk geen sprake meer, na een ontsporing door railbreuk bij Hatfield, die in oktober aan vier mensen het leven kostte. Railtrack, de beursgenoteerde beheerder van het in 1996 geprivatiseerde spoor, vervangt sindsdien op 850 plekken rails waar hetzelfde dreigt. En op honderden kilometers spoor is een maximumsnelheid van 30 km per uur van kracht. Bovenop die chaos kwamen de ergste overstromingen in vijftig jaar, die spoordijken met een doorgaande verbinding wegspoelden. De ontsporingen houden aan: zondag liep een trein met 400 passagiers uit de rails; een dag later reed een goederentrein bij Bristol van het talud.

Veel Britten denken dat de double whammy van ongelukken en chaos de culminatie is van decennia niet investeren. Toen Railtrack een miljard pond winst maakte, werd een veiligheidssysteem van hetzelfde bedrag te duur bevonden. Dat ATB-systeem, standaard bij de NS, had zo goed als zeker dodelijke botsingen in 1997 en 1999 voorkomen, denkt men nu.

Niettemin is een debat ontstaan over het nut van de huidige reparaties die miljarden kosten, maar ook reizigers massaal de auto injagen. Want ondanks de spectaculaire ongelukken blijft de trein twaalf keer veiliger dan de auto.