Altijd maar raden

De schriften van Jack Lund zijn bij toeval gevonden in de vloedlijn, zoals het hoort. Van de schriften ontbreken pagina's en zijn alinea's half weggewist. De verhalende inhoud, een dagboek, is nauwelijks coherent te noemen. Allemaal precies zoals het hoort. De schriften van Jack Lund zouden in 1952 gevonden zijn door de vader van de Amerikaanse schrijver Pete Hautman. Hautman rangschikte en bewerkte de notities van Jack Lund tot een boek, schrijft hij in een voorwoord: De tijdkring. Maar wie Jack Lund precies is, of hij echt bestaat of heeft bestaan, weet ook hij niet.

Mystificatie, mysterie, geheime deuren naar parallele werelden, tijdmachines, levende spiegelbeelden: De tijdkring heeft het allemaal. Al die fijne, traditiegetrouwe verzinsels die een deel van de kinder- en jeugdboeken zo de moeite waard maken. Van C.S. Lewis, van Otfried Preussler, van Tonke Dragt. En sinds kort dus van Hautman, die met dit boek debuteert als auteur voor de jeugd. De tijdkring werd in Amerika genomineerd voor de Edgar Allen Poe-Award, een prijs voor het spannendste boek van het jaar.

De tijdkring is een boek voor pubers, die Harry Potter (tijdelijk) ontgroeid zijn, die zich te oud voelen voor de opsmuk van tovenarij, griezelwezens en fabeldieren. Het behoort tot een nuchterder, soberder soort fantasy. Al is er in De tijdkring sprake van verschillende werelden, het zijn wel allemaal min of meer herkenbare werelden. Er wonen mensen, er staan auto's, er wordt gewerkt, geruzied, bemind; pratende dieren, ruimtewezens en toverstokjes zijn er niet. Vooral aan het begin vertoont het boek een opmerkelijke overeenkomst met De torens van februari van Tonke Dragt.

Hoofdpersoon Jack Lund is aanvankelijk, in hoofdstuk één, een jongen van een jaar of veertien. Het boek begint, na een aantal bijna-beginnen (het voorwoord van Hautman, een duistere notitie uit 1952), passend om 00.00 u., in een februarinacht in 1993. De telefoon gaat. Jacks grootvader is stervende. Hij heeft de man nooit ontmoet, maar vergezelt nu zijn moeder naar zijn sterfbed. Opa is niet blij hem te zien. Vlak voor zijn reutelende ademhaling voorgoed stokt, ziet hij geschokt wie hem nu nog komt bezoeken. ,,Jij!'' zegt hij, met brekende stem. ,,Ik vermoord je. Ik vermoord je. Ik vermoord je nóg eens.'' En hij tracht zijn kleinzoon te wurgen. Later, in het huis van zijn grootvader, begint Jack te dromen van geheime deuren. Het laat hem, eenmaal wakker, niet los. Hij vindt zo'n deur, achterin een kast, en stapt over de drempel. Vanaf dat moment begint alles in heden, verleden en toekomst, te schuiven, te draaien.

De tijdkring is zo'n boek waarbij het voortdurend raden is naar wat de hoofdpersoon overkomt. De lezer is gevangen in zijn observaties, omdat het verhaal als dagboeknotities vormgegeven is. De wendingen zijn adembenemend, altijd totaal anders dan verwacht. Af en toe lijkt alles duidelijk, maar dan gebeurt er iets waar je zelf nooit op was gekomen. Een zekere overgave aan de logica die heerst in het boek, is wel noodzakelijk. Maar Hautman doet zijn lezers hun scepsis vergeten door steeds net genoeg houvast te bieden. Dankzij de sobere verteltrant blijft het verhaal geloofwaardig. Uit de evocatie van een lichtval, van de natuur, van de ogen van het meisje waarop de hoofdpersoon verliefd is, blijkt dat Hautman bovendien niet alleen vaardig, maar ook mooi kan schrijven.

Pete Hautman: De tijdkring.

Uit het Engels vertaald door Huberte Vriesendorp.

Ploegsma.

Vanaf 12 jaar. ƒ32,50