Alles rustig in Batavia

Scott Merrillees (1962), een financieel specialist uit Australië, is gefascineerd door oude steden, zoals die zijn gefotografeerd in de 19de eeuw. Zijn boek over Batavia is een schitterend bewijs van zijn toewijding en kennis. Veel van het oude Indië kennen we door de fotoboeken van Rob Nieuwenhuys (Tempo Doeloe – een verzonken wereld). Merrillees' in Singapore gedrukte boek is echter veel beter gereproduceerd. Hij heeft het na zijn inleiding opgedeeld in hoofdstukken die elk een deel van het oude Batavia behandelen: het noordelijk deel (`de oude stad'), Molenvliet (het kanaal waarlangs vele buitenhuizen stonden), het zuidelijk deel (`de bovenstad') en de haven van Tanjung Priok. Veel van de 150 afgedrukte foto's zijn afkomstig uit het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam en het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde te Leiden.

Merrillees heeft zich grondig verdiept in de geschiedenis van de stad en van de vele gebouwen. Hij kon daarbij steunen op het nog altijd niet verbeterde standaardwerk van F. de Haan, Oud Batavia (tweede druk 1935). Elke foto heeft dan ook een uitvoerig bijschrift over de plaats van het gefotografeerde en de geschiedenis daarvan. Het is niet alleen een boek over Batavia, het is ook een geschiedenis van de fotografie in Nederlands-Indië. Die begon kort voor het midden van de eeuw, toen de Nederlandse regering fotografen naar de Oost stuurde om foto's van opgravingen en oudheden te maken. Deze fotografen werkten ook als portrettisten. De bekendste firma op beide gebieden was Woodbury & Page, opgericht in 1857. Dit bedrijf maakte ook series topografische foto's (zoals de reeks Gezigten van Batavia – zestien foto's in een album voor vijf gulden – en Vues de Java) en daaruit heeft Merrillees in zijn boek veel opgenomen.

De foto's, haarscherp afgedrukt op licht getint papier, laten een vredige en stille, bijna uitgestorven koloniale stad zien. Het moderne Jakarta is daar volkomen overheen gewalst. Die verstilling is natuurlijk bedrieglijk, zoals elke 19de-eeuwse foto dat is. De fotograaf werkte vroeg in de ochtend, wachtte tot het verkeer – in dit geval karren en een enkele tram – weg was, of zorgde ervoor dat er weinig mensen op straat liepen.

De selectie is zuiver topografisch en vooral gericht op Europese architectuur, de mens en zeker de Javanen en Chinezen zijn (anders dan in de boeken van Nieuwenhuys) ondergeschikt. Voorzover er mensen rondlopen, zijn het voornamelijk Europeanen, die in werkelijkheid een grote minderheid vormden. Witgeklede heren poseren op de waranda of voor hun winkel, een hand in de zij, een voet op hek of paal. Een enkele Javaan staat in zijn bootje of drijft een ossenkar voort. Alles lijkt in orde.

Scott Merrillees: Batavia in Nineteenth Century Photographs.

Curzon, 282 blz. ƒ182,50