Aïsja, de verboden sterke vrouw

Wie was de `feministische moslima' Aïsja? Van islamieten in Nederland mag ze niet op het toneel verschijnen. In Rome wel - in een stuk van dezelfde schrijfster.

,,Er zitten bommen verborgen in onze geschiedenis! Het is de rol van toneelschrijvers om die tot ontploffing te brengen, '' zei de Frans-Algerijnse schrijfster Assian Djebar vorige maand in een vraaggesprek met het CS over een stuk dat ze schreef voor het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam.

Ze is op haar wenken bediend. De bom is deze week ontploft. Want dinsdag werd bekend dat haar stuk Aïsja en de vrouwen van Medina, een opera over de jongste vrouw van de profeet Mohammed, Aïsja, mag niet opgevoerd worden volgend jaar tijdens Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001. Het `speelverbod' komt van niet met name genoemde islamitische organisaties in Rotterdam. Die hebben vorige week laten weten dat Djebars stuk een belediging voor de profeet is. En dat een vrouw van de profeet niet op het toneel uitgebeeld mag worden.

Nu hoeft het Onafhankelijk Toneel zich natuurlijk niks aan te trekken van de opinie van een aantal minder vrijzinnige geesten in de Rotterdamse islamitische gemeenschap. Toch is de voorstelling dinsdag officiëel afgelast.

Er is met ongeregeldheden gedreigd, maar dat is de reden niet van de afgelasting. Dat het stuk niet doorgaat komt doordat de Marokkaanse zangers en actrice, die regisseur Gerrit Timmers had geëngageerd, zich hebben teruggetrokken uit het project. De reden daarvoor is stemmingmakerij in Marokko vanuit Rotterdam, de aanstaande Culturele Hoofdstad van Europa. Een niet nader aangeduide `Rotterdamse organisatie' heeft vorige week per fax aan een aantal Marokkaanse kranten laten weten dat het Onafhankelijk Toneel de profeet beledigt met het stuk. Daarna was het voor de gelovige Marokkaanse zangers in feite onmogelijk om nog mee te doen. Doe je daaraan mee dan krijg je nooit meer werk.

De Marokkaanse zangers, door Timmers speciaal aangezocht met klassieke Arabische zang de opera een sacraal karakter te geven, schreven hem ondermeer: `We zijn enthousiast over het stuk, maar de angst regeert,' aldus Timmers. Ze stelden een compromis voor: ze wilden wel komen, op voorwaarde dat Aïsja niet op het toneel zou verschijnen.

Timmers wil haar nu juist wel opvoeren. Want het gaat hem uitgerekend om die vrouw, Aïsja, via wie hij kan tonen dat in de traditie van de islam wel degelijk sterke, zelfbewuste vrouwen een belangrijke rol spelen. Dat is ook de `bom in onze geschiedenis' waarover schrijfster Djebar het heeft.

,,Het thema van Aïsja en de vrouwen van Medina, is de bescherming van de vrouw,''verklaarde ze in het CS-interview, ,,Belangrijk is bijvoorbeeld de beroemde scène uit de Koran waarin de profeet zegt dat degene die een vrouw beschuldigt (van overspel) gestraft zal worden, tenzij hij tenminste vier getuigen kan oproepen. Een andere mooie scène is die waarin Abou Bekr (de nieuw gekozen leider van de islam na de dood van de profeet), de anderen oproept hem te controleren en te corrigeren als hij fouten maakt. Ziet u de huidige Arabische leiders al zoiets zeggen?'' vraagt ze zich af.

Imam

Er zijn maar weinig mensen in Nederland die het in het Frans geschreven en in het klassiek Arabisch vertaald stuk van Djebar gelezen hebben. Zeker is dat de imam van de Rotterdamse An Nasr-moskee het gelezen heeft, op verzoek van verontruste leden uit de `klankbordgroep' van de verschillende Rotterdamse islamitische organisaties die op initiatief van Gerrit Timmers betrokken zijn bij dit project. Timmers schakelde hen ook in bij zijn eerdere, succesvolle, Marokkaans-Nederlandse toneelproducties, omdat hij op die manier contact krijgt met zijn beoogde allochtone publieksgroep. De imam van de Rotterdamse moskee liet weten dat het stuk wat hem betreft onaanvaardbaar was. Overigens is de hele anonieme religieuze weerstand tegen de opera, inclusief faxen naar Marokko, pas op gang gekomen, nadat Timmers zijn Rotterdams islamitische klankgroep had geraadpleegd.

Overigens is Timmers niet over een nacht ijs gegaan. Hij heeft ondermeer de Marokkaanse ambassade geconsulteerd (geen bezwaar) en Ahmed Aboutaleb, de directeur van het Nederlandse instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum. Hij is van Marokkaanse afkomst. ,,Ik heb het gelezen en ik zag geen enkel bezwaar. Het stuk is namelijk helemaal opgebouwd uit religieus officieel goedgekeurde Koran-teksten en goedgekeurde overgeleverde uitspraken van de profeet en Aïsja. De profeet zelf komt niet in beeld, net zo min als in talloze goedgekeurde islamitische films over de profeet. Daar hoor je hem of staat hij achter een tent als hij spreekt. Dat kan dus het probleem niet zijn. Van een verbod om Aïsja ten tonele te voeren, heb ik nog nooit gehoord. Het is echt niet zo dat een imam in Rotterdam dat kan beslissen, of een organisatie in Rotterdam.''

Wie beslist dat dan wel? Dat lijkt, mede in het licht van door Den Haag gewenste accenten in het Nederlands kunstbeleid, inmiddels een belangrijke vraag.

Aboutaleb: ,,Over zulke belangrijke kwesties in de gehele islamitische gemeenschap, de umma, moet een groep van gezaghebbende mannen oordelen. En het is in de umma algemeen aanvaard dat die zich bevinden op de Al Azhar-universiteit in Cairo. Zij zouden formeel een advies over het al dan niet ten tonele voeren van Aïsja kunnen geven. Maar dat kan jaren duren. Dat is bijvoorbeeld bij een belangrijke film over de profeet, De Boodschap, ook gebeurd.''

Dat heeft naar verluidt een jaar of twaalf geduurd. In het uiterste geval zou deze Nederlandse voorstelling in het Arabisch (met boventiteling) dus voorgelegd moeten worden aan een college in Cairo, om te horen of het wel of niet kan. Aboutaleb: ,,Misschien. Maar als er genoeg draagvlak onder meer vrijzinnige islamieten in de gemeenschap, hier in Nederland is, zou het stuk ook gespeeld kunnen worden. Het lijkt mij verstandig de zaak nu even tot rust te laten komen, en later te debatteren over deze kwestie en dit stuk met wat liberalere islamieten hier.''

Aboutaleb vindt het jammer: ,,Het is een slag voor de emanicipatie van de islamitische vrouw in Nederland, dat dit stuk nu niet opgevoerd kan worden,'' zegt hij. ,,Zij kunnen er nu geen kennis nemen van de emancipatoire aspecten die ook in de Koran staan.''

Karavaan

Hij doelt op het verhaal van Aïsja. Zij trouwde op haar 9de jaar met de profeet. Ze was de dochter van een adviseur en vooraanstaande volgeling van Mohammed, Abu Bakr. Toen ze later meeging met een karavaan met Mohammed, verloor ze haar halsketting. Ze ging zoeken, en bleef achter. De jonge man die aangesteld was om de sporen van de karavaan uit te wissen, vond haar. Hij bracht haar terug in het kamp van haar man. Tegenstanders van Mohammed beschuldigden haar toen van overspel. Mohammed nam haar in bescherming: ,,Waarom bracht zijn geen vier getuigen (om dit te bewijzen)? Daar zij geen getuigen hebben medegebracht zijn zij in de ogen van Allah leugenaars'' (Koran 24.13).

De profeet nam het dus op voor zijn jonge vrouw en die vrouwvriendelijke kant van de profeet wordt in Djebars stuk zeer nadrukkelijk, om niet te zeggen triomfantelijk naar voren gebracht.

Overigens heeft Djebar een soortgelijk stuk geschreven, De dochters van Ismael in wind en storm, waarin zowel Aïsja als Fatima, de dochter van de profeet,ten tonele verschijnen. Dat stuk van Djebar is zonder problemen en met groot succes onlangs in het Teatro die Roma opgevoerd - waar de actrices maskertjes dragen.

Waarom kan in Rome wel wat in Rotterdam niet mag? Heeft Timmers overwogen Aïsja met een maskertje op te laten spelen?

,,Aan die discussie ben ik niet eens toegekomen,'' zegt hij.