Aartsrivalen uit China en Taiwan nader tot elkaar

In Taiwan heeft de Kwomintang de hoogste macht verloren. Juist daardoor is er ruimte voor toenadering tussen nationalisten en communisten.

Onrecht heeft Li Long en Xie Hongqi bijeen gebracht. Li is een werkloze politieagent die het in 1989 opnam voor de studenten die op het Plein van de Hemelse Vrede demonstreerden voor democratische veranderingen in China. Xie is een gepensioneerde etnograaf die als jonge man de communistische partij tegen zich kreeg omdat hij lid was van de Kwomintang, de nationalistische partij die na de burgeroorlog tegen de communisten in 1949 naar Taiwan vluchtte.

Beiden hebben voor hun overtuiging geboet en flink wat tijd doorgebracht in de gevangenis. Dat schept een band. De werkloze politieman en de gepensioneerde etnograaf zijn goede vrienden en spenderen hun te veel aan vrije tijd samen, slurpend aan slappe kopjes groene thee, kauwend op geroosterde meloenpitten, maar vooral discussiërend. Vaak kankeren ze op de partij die hun onrecht heeft aangedaan, maar nu hebben ze een plan. ,,Je weet dat we kritisch zijn, maar dat betekent geenszins dat we niet vaderlandslievend zijn. We willen China helpen'', zeggen ze.

Hun verzoek is even eenvoudig als naïef: ,,We hebben er lang over nagedacht. We willen contact leggen met de nationalistische partij in Taiwan. Kun jij dat voor ons regelen?'', vragen ze, terwijl ze de journalist indringend aankijken. ,,Als we de Kwomintang (KMT) weer naar China kunnen halen, komt het misschien tot een coalitie. En met de KMT in de regering is hereniging van China en Taiwan weer binnen handbereik'', zeggen beiden.

Li en Xie gaan er vanuit dat journalisten, net zoals die in hun eigen land, werken in opdracht van de staat en dat zo'n verzoek tot een diplomatieke missie heel gewoon is. Dat hebben ze fout, maar hoe onwaarschijnlijk het voorstel van beide mannen ook is, iets van hun wens lijkt dezer dagen in vervulling te gaan. Afgelopen week bracht Wu Poh-hsiung, de vice-voorzitter van de Kwomintang, een historisch bezoek aan China. Wu is de hoogste functionaris van de KMT die de Volksrepubliek ooit heeft aangedaan, en hoewel het bezoek als een informele aangelegenheid is bestempeld, had hij vorige week een ontmoeting met de Chinese vice-premier Qian Qichen. Volgens Wu was het bezoek bedoeld om ,,de spanningen tussen beide partijen te verminderen''. Qian van zijn kant greep de gelegenheid aan de Taiwanezen er van te doordringen dat het verklaren van de onafhankelijkheid zal resulteren in een ,,historische catastrofe.''

Maar ondanks de retoriek is de ontmoeting tussen Qian en Wu veelbetekend. Vijftig jaar lang hebben de communisten en de nationalisten als aartsvijanden tegenover elkaar gestaan, maar plotseling lijkt er dooi. Paradoxaal genoeg komt dat doordat de KMT dit jaar in Taiwan de hoogste macht is kwijtgeraakt. Het aantreden van president Chen Shui-bian in maart heeft de KMT in de oppositie gedwongen en dat heeft ruimte voor toenadering gecreëerd. Chen, die afkomstig is van de naar onafhankelijkheid strevende Democratische progressieve partij (DPP), wordt door Peking meer gewantrouwd dan politici van de KMT – de partij die op papier de fictie van `Één China' nog hooghoudt.

De regering in Peking heeft haar kans gegrepen. Sinds de overwinning van de DPP zijn veel Taiwanese oppositieleden, ten minste een derde van het 221-koppige parlement, op uitnodiging van Peking voor een informeel bezoek naar China gereisd.

,,Sinds de presidentsverkiezingen in Taiwan en de nederlaag van de Kwomintang is het makkelijker praten geworden'', zegt Liu Hong van het Taiwan-instituut van de Chinese academie voor sociale wetenschappen in Peking, de instelling die de Chinese regering adviseert in zijn Taiwan-beleid. ,,De druk is van de ketel. De `splijtzwam' Lee Teng-hui (de voormalige president van Taiwan en partijvoorzitter van de KMT die door China werd verketterd) is afgetreden en we kunnen het nu beter vinden met onze KMT-broeders aan de overkant.''

Het is een ontwikkeling die in Taiwan, vooral onder de geledingen van de Democratische Progressieve Partij (DPP), met toenemende ongerustheid wordt aangezien. Prominente DPP-ers en Taiwan-specialisten spreken van een nieuwe trend vanuit Peking, waarbij de Chinese regering haar best doet het eiland politiek te verdelen door banden aan te halen met de nieuwe oppositie. ,,Ze hebben begrepen dat het vasteland-beleid in Taiwan door verschillende facties wordt beheerst'', zegt een Taiwanese regeringsfunctionaris tegen de Amerikaanse krant Asian Wall Street Journal. ,,Ze buiten die verdeeldheid uit en hanteren een soort van 'tweede-plan'-diplomatie.''

De Chinese Taiwan-specialist Liu Hong bevestigt die gedachte. ,,Zolang de DPP haar streven naar onafhankelijkheid niet afzweert, valt er met hun niets te bespreken. Maar met de huidige oppositie, de KMT en haar afsplitsingen hebben we een historische band'', zegt Liu. ,,De KMT heeft voor de bevrijding [de oprichting van de Volksrepubliek in 1949] heel China geregeerd. Met hen zullen we sneller overeenstemming bereiken dan met de DPP.''