Zie ginds komt een stoomboot

Je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaat een club van. Wereldreizigers, bonsai-fans of biografen, allemaal hebben ze zich verenigd. Deel 1 in een serie: de vereniging van stoombooteigenaren.

Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan schalt een roedel kleuters in Brummen, Balk of Bunnik terwijl de beschermheilige van de middenstand ze toewuift vanaf een praalwagen of vanuit het open schuifdak van een personenauto. Ze weten bijna zeker dat een stoomboot er anders uitziet, maar zie ginds komt de Volvo zingen durven ze niet als er overal pieten met roeden en zakken rondrennen. Je zal in de zak in de kofferbak mee moeten naar Spanje! Ook dit jaar weer hebben honderdduizenden kinderen het cognitief dissonante stoombootlied moeten zingen. Wat zullen de gevolgen zijn als ze straks in de gemeenteraad zitten, of in de Tweede Kamer, of in de raad van bestuur van Shell?

Het is voor iedereen beter als Sinterklaas echt per stoomboot arriveert, en dat kan – bijvoorbeeld met de 21 meter lange Scheelenkuhlen die jarenlang over de Duitse Wadden en de monding van de Elbe voer. In 1974 was het gedaan. Als `één bonk roest' lag het in 1927 gebouwde vaartuig op een sloperij in Wormer te wachten op het definitieve einde – totdat veehouder Piet Visser passeerde, het stuk roest kocht, liet zandstralen en het eigenhandig weer zeewaardig maakte. De machinekamer oogt nu als één bonk vooroorlogse nostalgie, vol glimmende leidingen, hendels, zuigers, vuurgangen, warmtewisselaars en een ketel voor negenduizend liter water. Geef Visser twee dagen om kolenvuren te stoken en de keteldruk tot tien bar op te voeren, en hij brengt Sinterklaas in stijl naar A of B.

Een veehouder die een stoomboot reanimeert – dat vraagt om uitleg, zeker als Visser verklaart geen enkele technische achtergrond te hebben. ,,Kwestie van ambitie'', vermoedt hij. Theo van Galen, naast hem: ,,En je had natuurlijk al een stoomboot gebouwd met je broer.'' Visser: ,,Ja, da's een goeie. Dertig jaar terug. Van een oude motorfiets en een butagasfles hadden we een stoommachine gemaakt. De vraag was: moest de stoominlaat negentig graden vóór of negentig graden na het dode punt. Dat was de loophoek van het excentriek.'' Na het opknappen van de Scheelenkuhlen kon Visser lid, en later bestuurslid worden van een van Nederlands meest exclusieve en excentrieke verenigingen, de Vereniging Stoomvaart, waartegen de Haagse Golf & Country Club afsteekt als een ordinair zootje. Om lid te worden moet je namelijk een stoomboot hebben, en daarvan zijn er in Nederland nog maar 25. Het veiligstellen van de exclusiviteit door idioot hoge contributies is daardoor overbodig: voor vier tientjes per jaar hoor je erbij. Penningmeester Van Galen en secretaris Martin den Bakker zijn de enige twee leden zonder stoomboot, functies die ze danken aan hun bestuurlijke vaardigheden. In de kajuit zegt Van Galen: ,,De vereniging behartigt de belangen van de eigenaars.'' De opleiding van stoommachinisten en een uniforme tariefstelling voor Sinterklaas- en andere transporten, zijn bijna vaste agendapunten. De belangen van de eigenaars zijn nauw verweven met het tweede hoofddoel: het behoud van Nederlands laatste stoomboten. Zo eist de scheepvaartinspectie dat de railingen hoger zijn dan nu op bijvoorbeeld de Scheelenkuhlen het geval is. Verhogen kan, maar kost geld en, ernstiger, authenticiteit. Een commissie moet uitkomst bieden. Den Bakker: ,,Dit is varend industrieel erfgoed, maar de overheid erkent dat niet.'' Van Galen: ,,Sommige van onze boten stoken olie, maar zelfs belastingvrij olie kopen is er niet bij.'' Visser: ,,De overheid doet niets voor het behoud van de stoomboten. En als je dan ziet wat ze aan oude gebouwen uitgeven...''

Het goede nieuws is dat bij haast elke boot een vervende en sleutelende vrijwilligersclub hoort. Visser: ,,Hoewel ik vrijwilliger een rotwoord vind, want ze doen het met hart en ziel.'' Beloning is onder meer het meevaren. De Scheelenkuhlen komt steevast in actie tijdens de stoomdagen in Almere (Hemelvaartsdag t/m de volgende zondag) en andere stoommanifestaties. Ooit voer het museumstuk heen en weer naar Engeland, een andere keer naar het vaarwater van weleer bij de Elbe, en ook wel eens rond het IJsselmeer. Hoe leuk dat moet zijn is te zien in het houten voor- en het achteronder, met nostalgische fornuizen en zeven houten scheepskooien. Om te midden van zoveel nostalgie mee te moeten naar Spanje, is nauwelijks een straf.

Vereniging Stoomvaart, Vijfpootveld 22, 1541 PT Koog aan de Zaan. Tel. 075-6176749. http://home-1.worldonline.nl/~vb000367/