Vredesbewaker ruimt het puin in niemandsland

De bereidheid van Westerse landen om mee te doen aan vredesmissies neemt af.

De vredeshandhaving van de VN: een `vrijwillige brandweer zonder blusapparatuur'.

QUIZVRAAG: WIE ZIJN DE TIEN grootste troepenleveranciers van de Verenigde Naties? Voor de hand liggend antwoord: de Verenigde Staten, Rusland, China, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Canada, Spanje, Italië en, pakweg, Nederland. De eerste vijf zijn de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, die waakt over de internationale vrede en veiligheid, en alle zijn (middel)grote of veelal industriële landen, met politiek gewicht, internationale ambities en forse of moderne legers.

Mis. De toptien van hoeders van de wereldvrede telt geen grootmachten, wel ontwikkelingslanden, met soms antiquarische strijdkrachten: India, Nigeria, Jordanië, Bangladesh, Ghana, Australië, Pakistan, Kenya, Polen en Nepal. Wie de deelnemers aan de huidige vijftien VN-vredesmissies langsloopt, ziet dat zelfs de Fiji-eilanden, met een bijdrage van 849 troepen, niet onderdoen voor supermacht Amerika, dat 872 VN-manschappen levert. De 60.000 man van de vredesmachten SFOR in Bosnië en KFOR in Kosovo, waaraan de VS 11.000 man afstaan, tellen hier niet mee, want dat zijn NAVO-troepen. De `Grote Vijf' in de Veiligheidsraad leveren samen slechts 2.300 man op een totaal van 38.000 VN-troepen te velde, zo blijkt uit VN-cijfers van oktober.

Rijke landen weigeren steeds vaker mee te doen aan VN-vredesoperaties en laten liever arme landen puinruimen in verre oorden. Tien jaar geleden, toen na het einde van de Koude Oorlog een hausse aan regionale conflicten ontstond – niet alleen tussen, maar ook binnen staten –, vormden Amerikaanse of Europese soldaten nog de kern van grote VN-vredesoperaties, zoals in Somalië en Bosnië. Nu laten zij de VN-vredeshandhaving voor meer dan 75 procent over aan de Derde Wereld.

En dat terwijl de wereldorde net zo grillig blijft en de VN de regionale conflicten nog steeds nauwelijks kunnen bijbenen. Na het hoogtepunt van 78.000 gestationeerde vredessoldaten in 1994 is het aantal VN-troepen het afgelopen jaar weer opgelopen van 18.000 naar 38.000. Ook de begroting voor vredesoperaties is binnen een jaar van 1,5 naar 2,2 miljard dollar gestegen.

De arme landen is het vooral te doen om financieel gewin: een soldaat uit Bangladesh of Fiji, waar het inkomen per hoofd van de bevolking op een dollar per dag wordt geraamd, heeft bij de VN al gauw een maandsalaris van 1.000 dollar.

De afzijdigheid van de rijke landen komt vooral door de rampen met blauwhelmen in Somalië, Bosnië en Rwanda in de jaren negentig. De VS, Nederland en België speelden een hoofdrol in die debacles, en kampen elk met hun eigen trauma, dat nieuwe VN-missies zal blijven belasten of tegenhouden. Nederland stemde – vijf jaar na `Srebrenica' – moeizaam in met een `klassieke' en relatief ongevaarlijke vredesoperatie op de grens van Ethiopië en Eritrea. De VS staan zeven jaar na Somalië nog steeds negatief tegenover deelname aan VN-vredesmissies, vooral omdat zij hun politieke en militaire macht zoveel buiten de VN-bureaucratie willen houden en de handen willen vrij hebben voor eigen beleid. Zij leveren de VN slechts waarnemers en politiemensen, geen soldaten. Dat zal, als George W. Bush president wordt en de Republikeinen hun stempel op het Congres blijven drukken, niet veranderen. Bush heeft al gedreigd de Amerikaanse soldaten op de Balkan terug te trekken.

Ook andere Westerse landen kijken steeds kritischer naar deelname aan VN-vredesmissies en het nationale belang daarvan. De angst voor slachtoffers is groot. Veel VN-lidstaten menen dat conflicten bij voorkeur door landen of organisaties in de regio moeten worden opgelost. Maar vaak missen die landen of organisaties – zeker in Afrika – de militaire slagkracht, met uitzondering van de NAVO. Zo kunnen de Afrikanen niet zonder de Europeanen, zoals de Europeanen niet zonder de Amerikanen kunnen. Het Westen lijkt ten prooi gevallen aan een collectieve verlamming als het gaat om substantiële deelname aan VN-operaties.

De Westerse houding krijgt steeds meer kritiek. India en Jordanië trekken zich binnenkort terug uit de grootste VN-vredesmissie, de 12.500 man sterke UNAMSIL in Sierra Leone, omdat Westerse landen geen troepen willen sturen. De Britten zonden eerder dit jaar troepen om landgenoten te evacueren, niet om permanent te stationeren. Ondanks toenemende aandacht voor Afrika bij de VN blijven verscheidene Afrikaanse landen, zeker Sierra Leone, voor het Westen wespennesten zonder strategisch belang.

VN-chef Kofi Annan kan geen opvolgers vinden voor de 5.000 vertrekkende Indiase en Jordaanse troepen in Sierra Leone, laat staan UNAMSIL uitbreiden naar 20.500 man, zoals de bedoeling is. Annan haalde vorige maand voor zijn doen fel uit op een persconferentie: ,,Moet de Raad resoluties aannemen die van ons vragen troepen uit te sturen, terwijl degenen in de Raad niks doen, vooral die grote landen met grote troepenmachten?''

Dat de rijke landen wel meebetalen aan vredesoperaties, verzacht de kritiek allerminst. ,,Het mag niet zo zijn dat sommige mensen bloed bijdragen en anderen geld. Zo'n VN willen we niet'', zei onlangs VN-topman Lakhdar Brahimi, oud-minister van Buitenlandse Zaken van Algerije.

Brahimi's naam wordt dezer dagen bij de VN met ontzag uitgesproken, want een breed samengestelde commissie onder zijn leiding heeft als geen ander de zwakke plekken van de VN-vredeshandhaving geïnventariseerd. De commissie, met daarin onder anderen oud-NAVO-generaal Naumann, deed in augustus voorstellen voor krachtiger VN-vredesoperaties. De deskundigen laakten de vaak vage mandaten van de Veiligheidsraad, het uitsturen van slecht bewapende en getrainde soldaten, de gebrekkige financiering en personeelssterkte, de gebrekkige planning en het mismanagement te velde. De VN moeten zich op al deze terreinen professionaliseren, de afdeling vredeshandhaving als een ministerie van Defensie laten werken en alleen nog operaties beginnen als er robuuste troepenmachten, wapens en geloofwaardige mandaten voorhanden zijn, adviseerde Brahimi. Onder het motto: beter géén dan halfslachtige operaties.

Zijn aanbevelingen roepen herinneringen op aan fameuze noodkreten. Zoals die van de Canadese VN-generaal MacKenzie in 1993 tijdens de VN-missie in Bosnië: ,,Kom niet in problemen na vijf uur 's middags New-Yorktijd, of op zaterdag en zondag, want er is niemand om de telefoon aan te nemen.'' Of de spoedfax van de Canadese VN-generaal Dallaire die het VN-hoofdkwartier in 1994 waarschuwde voor de naderende genocide in Rwanda, maar geen gehoor vond.

Sindsdien is er wel iets verbeterd. Maar wie nu de bezetting op de afdeling vredeshandhaving in New York bekijkt, ziet dat de voorbereiding van operaties nog steeds in een niemandsland gebeurt: er zijn circa 32 officieren voor militaire planning en begeleiding van 30.000 soldaten. En circa elf stafleden verlenen bijstand aan de 7.000 politiemensen te velde. ,,Een belachelijk aantal als je bedenkt hoe complex de politie-operaties zijn'', zei onlangs Jean-Marie Guéhenno, hoofd van de VN-vredeshandhaving. Zijn afdeling is al vaker vergeleken met een `vrijwillige brandweer zonder blusapparatuur'.

Nu de lacunes en gebreken de afgelopen jaren in alle toonaarden zijn geanalyseerd, ook in twee rapporten vol zelfkritiek over Srebrenica en Rwanda van Annan zelf, komt het aan op politieke wil en leiderschap. Op de Millennium Top in september tuimelden de wereldleiders over elkaar heen om het Brahimi-rapport toe te juichen. Maar een paar weken geleden was de Veiligheidsraad alweer terug in de harde werkelijkheid. Tijdens een zitting over het rapport bepleitte de VN-ambassadeur van Bangladesh en nummer vier in de toptien van troepenleveranciers, Chowdhury, – tevergeefs – dat de Grote Vijf aan elke goedgekeurde vredesmissie vijf procent aan troepen moeten bijdragen.

De Amerikaanse VN-ambassadeur Holbrooke, een van de grootste pleitbezorgers van versterking van de vredeshandhaving, zei afgelopen maandag dat de VN op dit terrein ,,op de rand van instorting'' staan. Holbrooke beaamde dat de – door de Republikeinen veroorzaakte – schuld van zijn eigen land aan de VN, 1,9 miljard dollar, een grote zorg is. Die schuld stijgt doordat de VS, eveneens onder Republikeinse druk, eigenhandig hun bijdrage aan de VN-begroting voor vredeshandhaving van 30 naar 25 procent hebben verlaagd. Tegelijkertijd eisen zij dat de totale VN-begroting niet groeit.

VN-chef Annan vroeg afgelopen maandag de Algemene Vergadering om spoedmaatregelen voor de vredeshandhaving: 22 miljoen dollar extra voor 2001, 250 nieuwe stafleden en de oprichting van een nieuwe eenheid die inlichtingen moet verzamelen over crises. Het zijn bijna chronische smeekbeden van een VN-chef in de rol van klokkenluider. Intussen accelereert de moderne geschiedenis, met haar regionale crises, verder.