Vergezichten in composities van Rihm

Frank de Groot, violist in het Rotterdams Philharmonisch Orkest en lid van diverse ensembles, vormde afgelopen maandag in De Doelen de spil van het tweede concert in de serie ``Nieuwe muziek aan de Maas''. Het Angelsaksisch programma in een afzetten tegen het strenge modernisme middels associatief vrije speelmuziek werd na de pauze afgerond door Wolfgang Rihms Fremde Szenen I-II-III en dáár was niets speels aan. Vreemd des te meer. Als Rihm een spel componeert is het dan ook meteen een Dunkeles Spiel. Een gemeenschappelijke noemer voor het eerste programmadeel vormde een zoektocht naar de eigen roots: bij de Schot MacMillan als een soort van Keltische zigeuner uiterst flamboyant, bij de Australiër Sculthorpe Aziatisch modaal repetitief en zonder polyfonie juist kaal en karakterloos, bij de Ierse Zuid-Afrikaan Volans in een minimalistische Zulu-stijl en bij de Amerikanen Cowell en Rzewski met gevoel voor de folktraditie. Dit alles op het randje van gemakzuchtig populisme, bij Sculthorpe zelfs ronduit ondermaats, maar Rzewski toont zich in zijn sterkste werken meer dan een pianist die ook nog componeert. Zijn Whangdoodles uit 1990 voor piano, viool en hakkebord zijn ritmisch free and light in suddenly changing tempi zoals de meest karakteristieke opschriften verklappen. Liefst 108 van die whangdoodles (losgeslagen krabbeltjes) van elk slechts weinig seconden tijdsduur passeren de revue. Het gaat om interactie, Rzewski is altijd een kind van de jaren zestig gebleven, leve de vrijheid. Kunst niet als een object vervaardigt door één persoon maar als een proces op gang gebracht door een groep. Violist Frank de Groot, pianiste Tomoko Mukaiyama, maar niet in het minst ook Nora Mulder die uiterst trefzeker het hakkebord bespeelde in een Hongaarse variant met dempers uitgerust uit 1850 namen rijkelijk afstand van de aanvankelijk veel te zachtaardige vriendelijke vertolkingen, Rzewski had het niet beter kunnen treffen. Zo mogelijk nog overtuigender klonk Rihms' enerverende Fremde Szenen I-II-III uit 1981-86 voor pianotrio in een op Schumann en Schönberg geënte stijl. In het eerste deel herinnerde hij me tevens aan de extatische Messiaen van de Harawi-cyclus, je kunt je een slechter model voorstellen. Rihms' compositie is nu eens niet een kwestie van vrijblijvende folkloristische klankspelletjes maar opent visionaire vergezichten al moet je daar soms lang op wachten, want van vulwerk is deze componist niet vies.

Concert: Frank de Groot, viool; Tomoko Mukaiyama, piano; Rebecca Smit, cello, Richard Jansen, slagwerk en Nora Mulder, hakkebord. Gehoord: 27/11 De Doelen, Rotterdam.

    • Ernst Vermeulen