Serviërs pakken dorp terug

Zonder een schot te lossen heeft de Servische politie gisteren het door Albanese rebellen bezette dorp Lucane in Zuid-Servië – vlak bij de grens met Kosovo – bezet. Lucane is één van de vier Zuid-Servische dorpen die door de rebellen werden bezet.

De politiemannen trokken een vrijwel leeg Lucane binnen: de rond duizend Albanese inwoners waren gevlucht en alleen bejaarden waren in de dorpen achtergebleven. De rebellen van het `Leger voor de Bevrijding van Preševo, Medvedja en Bujanovac' (UÇPMB) klaagden later dat de bezetting van het dorp in strijd was met het geldende staakt-het-vuren, maar dat het UÇPMB zich terughoudend wilde opstellen.

Het UÇPMB opereert in het grensgebied tussen Zuid-Servië en Kosovo (en dan vooral in de gedemilitariseerde zone, waar het Joegoslavische leger niet mag komen) om het gebied bij Kosovo aan te sluiten. Het `Bevrijdingsleger' wordt vanuit Kosovo gesteund met wapens en manschappen.

De internationale gemeenschap maakt vrijwel dagelijks duidelijk tegen een wijziging van de grens en aldus tegen het streven van het UÇPMB te zijn. Gisteren nog waarschuwde de secretaris-generaal van de NAVO, George Robertson de Kosovo-Albanezen dat ze de sympathie van de internationale gemeenschap dreigen te verliezen als ze het UÇPMB steunen. Eveneens gisteren schreef Robertson de Joegoslavische president Koštunica in een brief dat hij diens zorgen over de situatie in Zuid-Servië deelt.

De NAVO-vredesmacht KFOR onderschepte gisteren in Kosovo weer een zending wapens voor het UÇPMB. In een vrachtwagen werden wapens, munitie en uniformen aangetroffen, die blijkens de insignes bestemd waren voor het UÇPMB.