Pronk trekt ambtenaren terug na rel sanering

Minister J. Pronk (Milieu) heeft besloten zijn hoge ambtenaren terug te trekken uit alle toezichthoudende functies bij het Service Centrum Grond (SCG). Dit semi-ambtelijke orgaan wordt verdacht van omvangrijke valsheid in geschrifte bij de uitvoering van wettelijke taken in de bodemsanering.

Als bestuurslid of commissaris van het SCG waren hoge ambtenaren van Pronks ministerie sinds eind 1997 bekend met het strafrechtelijk onderzoek naar het SCG. De Kamer werd hierover niet ingelicht. Pronk zelf is over de affaire pas najaar 1999 ,,vertrouwelijk en mondeling'' geïnformeerd, aldus de minister in een uitgebreide brief aan de Kamer.

De hoge ambtenaren blijken hun inkomsten als bestuurslid of commissaris bij het SCG zelf te hebben behouden. De ambtenaren vervulden deze bijbanen op grond van hun functie op het departement. ,,Dat schuurt'', zegt Pronks partijgenoot en Kamerlid Feenstra (PvdA). ,,Zij zaten daar als ambtenaar. Dan is het de vraag waarom ze dat geld mochten behouden.'' Het ging per persoon om maximaal 8.000 gulden per jaar.

Feenstra, die net als Poppe (SP) snel een debat met de minister wil, heeft ook kritiek op de afstandelijke opstelling van SCG-bestuursleden. Hij stelt vast dat in 1995 al op het SCG bekend was dat er mogelijk misbruik werd gepleegd met grondverklaringen (waardoor afvalbedrijven miljoenen guldens belasting ontdoken), maar dat die pas in 1997 ter hand werden genomen. Daarna duurde het tot 1999 voordat oplossingen werden bedacht. ,,Dat moest veel assertiever gaan.''

Pronk ondersteunt in zijn brief de bevindingen van de recherche dat het SCG ten onrechte afvalpartijen als grond heeft aangemerkt, waardoor bedrijven en stortplaatsen voor miljoenen guldens milieuheffingen konden ontduiken. Hij overweegt maatregelen na een rapport van hoogleraar Ringeling, die in opdracht van het openbaar ministerie het SCG onderzoekt.