`Parlement te weinig betrokken bij Europa'

Het Nederlands parlement legt weinig betrokkenheid aan de dag als het om Europa gaat. Daardoor worden niet alleen kansen gemist om het beleid te beïnvloeden, het is ook slecht voor de kwaliteit van de democratie, oordeelt staatsrechtjuriste Del Grosso.

Te weinig, te fragmentarisch en te laat. Dat is, kort samengevat, het weinig vleiende oordeel dat de juriste Nicky Del Grosso velt over de betrokkenheid van het Nederlandse parlement bij `Europa'. ,,De Europese integratie schrijdt voort en `raakt' Nederland op steeds meer terreinen. Maar het Nederlandse parlement bekommert zich daar onvoldoende om'', zegt zij.

Staatsrechtjuriste Del Grosso (32) promoveert vandaag aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar de wijze waarop het Nederlandse parlement meebeslist over Europese aangelegenheden. Op papier ziet de rol van de volksvertegenwoordiging er nog redelijk uit. De regering regeert, het parlement controleert, luidt de mantra van de democratie. Maar in de praktijk blijkt er veel aan te mankeren.

Voor een deel zitten de tekortkomingen in het Europese bestel zelf. Daarin zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement ten opzichte van de (uitvoerende) Europese Commissie en de (beslissende) Raad van Ministers van de verschillende lidstaten beperkt (gehouden). Dit is genoegzaam bekend als het `democratisch tekort' van Europa.

Maar voor Nederland geldt volgens Del Grosso een ,,dubbel democratisch tekort''. ,,Naast de beperkte rol voor het Europees Parlement schort het aan de taakopvatting van Nederlandse parlementariërs. Daar waar zij de mogelijkheid hebben invloed uit te oefenen op de Nederlandse inbreng in het Europese integratieproces, benutten zij die vaak niet.''

Het Nederlandse parlement controleert de Europese integratie op twee momenten: bij verdragen en bij Europese regelgeving. ,,Bij verdragen als die van Schengen, Maastricht of Amsterdam is het samenspel tussen regering en parlement redelijk in orde. Maar bij Europese regelgeving komt het Nederlandse parlement meestal pas in het geweer bij de omzetting van die Europese afspraken in nationaal beleid. `Jeetje', hoor je dan, `zo hadden we het niet gewild'. Maar dan is het te laat. In het hele voortraject van die Europese regelgeving doet het parlement zich zelden gelden, terwijl daar juist kansen liggen.''

Del Grosso kan er wel enig begrip voor opbrengen dat Nederlandse parlementariërs niet zoveel betrokkenheid aan de dag leggen als het om Europa gaat. ,,Het is ook verdraaid ingewikkeld. Europa lijkt soms wel een doolhof. Ze zien het ook wel als een soort zwarte doos. Als je meer dan zestig uur in de week werkt en elke dag al een meter post krijgt, dan kan ik me wel voorstellen dat je je tijd en energie liever in onderwerpen steekt die kiezers meer aanspreken.''

Maar jammer vindt ze het wel. Want het aantal Kamerleden dat warm loopt voor het controleren van het Europese integratieproces is nu op de vingers van twee handen te tellen. Del Grosso: ,,Daardoor krijgt het kabinet op Europees terrein in feite te veel vrij spel, vloeien parlementaire bevoegdheden weg en wordt de oppositie gepasseerd. Allemaal zaken die niet goed zijn als je een vitale democratie en een levendig maatschappelijk debat voorstaat.''

In andere landen, zoals Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannië, is de betrokkenheid van nationale parlementen bij de Europese zaak beter gewaarborgd. Om het in Nederland te verbeteren stelt Del Grosso een wijziging van de grondwet voor, zodat de regering wordt verplicht om bij elke stap in de Europese integratie overleg met de Tweede Kamer te plegen. Maar zij voegt er direct aan toe: ,,Zo'n formele verankering kan helpen, maar is niet genoeg. Er is ook een cultuuromslag onder parlementariërs nodig.''