Nieuwe president VS erft wankele economie

Wie het ook worden mag, steeds meer gegevens wijzen er op dat de nieuwe Amerikaanse president te kampen krijgt met een conjuncturele neergang.

Toen zittende president George Bush in 1992 in de race was voor een tweede termijn tegen de Democraat Clinton, haalde de Amerikaanse economie een wrede grap met hem uit. De recessie die de tweede helft van zijn aflopende termijn domineerde en zijn herverkiezing bemoeilijkte, was ten einde. Maar de traagheid van de economische gegevens over de economie zorgde er voor dat de bevestiging daarvan pas kwam toen hij al had verloren. Zijn rivaal Clinton ging er vervolgens vandoor met acht jaar van ongekende voorspoed.

Acht jaar later dreigt de Amerikaanse economie opnieuw een president in de wielen te rijden. Tot aan de verkiezingen leek er nog geen einde in zicht aan de voorspoed onder Clinton. Maar een stroom van recente gegevens, en een voortdurende koersdaling op de beurzen, geven aan dat de Amerikaanse economie momentum aan het verliezen is.

De herziene cijfers over het derde kwartaal die gisteren werden gepubliceerd, wijzen nog steeds op een stevige economische groei van 5,3 procent op jaarbasis. Maar van kwartaal op kwartaal wordt, een een geannualiseerde groei van 2,4 procent, duidelijk dat de economie wel momentum aan het verliezen is. De instorting van de koersen van technologiefondsen leidde er gisteravond bovendien toe dat de Nasdaq-index naar 2706 punten zakte – het laagste peil in meer dan een jaar. Sinds 1 september is de waarde van alle Amerikaanse aandelen samen met 2300 miljard dollar (15 procent) gedaald.

De Verenigde Staten zijn zeer afhankelijk geworden van de nukken van de aandelenmarkt. De particuliere besparingen zijn gedaald tot nul, omdat aandelenwinsten het sparen overbodig leken te maken. De Federal Reserve Bank van New York rekende in september voor dat inclusief beleggingswinsten de spaarquote ruim 7 procent zou zijn. Maar, zo stelde David Hale van Zurich Kemper onlangs, als een tegenvallende beurs particulieren er toe zou aanzetten om weer te gaan sparen, knabbelt dat zo 6 tot 7 procent procent van de economische groei af over periode waarin de spaarquote wordt hersteld. Want wie meer spaart, consumeert minder.

Een slechte beurs verkleint de financieringsmogelijkheden met eigen vermogen voor ondernemingen. Dat geldt ook voor vreemd vermogen. De oplopende renteverschillen tussen wat de overheid betaalt en wat financieel minder draagkrachtige ondernemingen betalen, heeft al geleid tot de herintroductie van de term credit crunch in de analistenrapporten. Banken zijn minder in staat om extra leningen te verstrekken, omdat de verminderende kwaliteit van hun bestaande kredieten vergt dat zij meer eigen kapitaal opzij zetten. Citibank bijvoorbeeld heeft 19,9 procent van zijn kredieten uitstaan in de steeds wankeler telecom-, media en technologiesector, waar de koersen sterk gedaald zijn.

Zo worden er plots meer beren op de weg gesignaleerd. Een dalend tempo van investeringen in technologie drukt de groei van de arbeidsproductiviteit. Omdat de loonkosten per uur in de VS op weg zijn naar een stijgingspercentage van 6, moet de productiviteit fors blijven om te zorgen dat de loonkosten per eenheid product op peil blijven. Volgens Goldman Sachs lukt dit niet, en zijn die loonkosten per eenheid product gestegen met 2,5 procent in het derde kwartaal.

Dat gaat weer ten koste van de bedrijfswinsten, die het afgelopen kwartaal met maar 0,6 procent toenamen. De top van het beursgenoteerde bedrijfsleven presteert traditioneel beter dan de rest. Maar toch contrastreert het cijfer nogal met de lange-termijnwinststijging van 18 tot 19 procent die volgens Rabo-analist B. Walschots gemiddeld wordt voorspeld voor de S&P 500-fondsen. ,,Met veel fantasie kom je macro-economisch geredeneerd hooguit op iets boven de tien procent.''

Dat zou impliceren dat de correctie op de Amerikaanse beurzen over een breder front zou kunnen plaatsvinden. En dat versterkt het idee dat het in de VS niet zal blijven bij een milde, zachte landing voor de economie. Het verliezen van de presidentsverkiezingen is in dat geval zo erg nog niet.