Niemand wil meer oorlog

Nederlandse mariniers vertrekken volgende week naar Eritrea om zes maanden deel te nemen aan de vredesmissie UNMEE. De eerste tekenen wijzen op een rustige taak.

BIJ DE MEREB-RIVIER, daar waar Ethiopië ophoudt en Eritrea begint, is het rustig, of beter gezegd, relaxed. Op twee kilometer van de linies scharrelt een geit langs de weg, tussen een stoffige stapel mortiergranaten en kalasjnikovs. Als de Toyota Landcruiser nadert, trekken twee Eritrese militairen vanuit de schaduw een touwtje omhoog. Een road block. Bij het uitstappen steken de soldaten verlegen glimlachend hun hand uit: welkom aan het front.

,,Je kunt hier gerust rondlopen'', zegt de Eritrese militair Daniël Solomon. ,,Geen mijnen.'' Samen met drie anderen hurkt hij onder een geïmproviseerd afdakje. De uitrusting: één gammele veldkijker op een driepoot en één verroeste AK-47. Nee, een aanval wordt niet verwacht, zegt zijn collega John Luigi – diens Italiaanse afstamming is hem niet aan te zien. Hij wappert met zijn hand naar achteren: vijfentwintig kilometer terug, bij het stadje Adi Quala, hebben de Eritreërs de Ethiopische troepen in juni een vernietigende slag toegebracht. Duizenden doden zijn er aan Ethiopische kant gevallen, hij was er zelf bij. Eigen verliezen? John fronst. ,,Geen. Nou ja, gewonden.'' Hij wendt zich af. ,,Wij wilden ze niet doden. Wij willen alleen maar vrede.''

`Aanvaardbare risico's.' Zo omschreef het kabinet de gevaren van een mogelijke Nederlandse deelname aan UNMEE. Maar politiek en media waren er niet gerust op. `Nederlanders gaan naar horrorlandschap', kopte De Telegraaf, een verwijzing naar de duizenden Ethiopische lijken die nog steeds op Eritrees grondgebied liggen. `VN'ers wachten mijnen, schorpioenen en zon' schreef NRC Handelsblad. In de Tweede Kamer maakte men een vergelijking met UNPROFOR en de rampzalige missie van Dutchbat in Srebrenica. Het CDA distantieerde zich openlijk van de missie; PvdA, VVD en D66 wilden zwaardere wapens en wisten bij minister De Grave (Defensie) de inzet van vier Apache-gevechtshelikopters (kosten 15 miljoen gulden) af te dwingen – te stationeren in Djibouti en alleen te gebruiken bij een extractie, een evacuatie van de Nederlandse troepen als het echt misgaat. Plankenkoorts? Het lijkt er op. Sinds de ondertekening van het voorlopig vredesakkoord tussen Ethiopië en Eritrea op 18 juni is er tussen beide landen geen schot meer gevallen. Aan het front heerst een merkwaardige kalmte, zo constateerden de Nederlandse verkenners twee weken geleden. Kolonel Karel van Gijtenbeek, hoofd van de fact finding mission, is vooral opgevallen ,,dat er zo weinig mensen met wapens rondlopen''. De Eritrese en Ethiopische militaire top is vriendelijk en voorkomend en – belangrijker – toont zich in ieder geval mondeling bereid alle mogelijke medewerking te verlenen aan de blauwhelmen. Inmiddels heeft de `Rotterdam', het amfibisch transportschip van de marine, koers gezet naar de Rode Zee. Vanaf negen december zullen de eersten van de 1.100 Nederlandse mariniers op het vliegveld van de Eritrese hoofdstad Asmara arriveren. NEC-bat, het Nederlands-Canadese bataljon dat de hoofdmoot vormt van UNMEE, zal worden gelegerd aan het centrale front op de Ethiopisch-Eritrese grens. Dit gebied heeft belangrijke geografische voordelen. Allereerst ligt het op ongeveer 2.500 meter hoogte, waardoor de gemiddelde temperatuur veel draaglijker is dan in het noordwesten bij Barentu of in het oosten bij de kuststad Aseb, waar het ook in de regentijd gemiddeld veertig graden in de schaduw is. Verder heeft de sector een militair-tactisch pluspunt: de hoge bergen maken grootschalige offensieven met gebruik van tanks praktisch onmogelijk. Mocht het toch tot een hernieuwd uitbreken van vijandelijkheden komen, dan zullen de zwaarste gevechten waarschijnlijk elders worden gevoerd.

NEC-bat zal bestaan uit vier `versterkte' compagnieën, van ongeveer 250 man, drie Nederlandse en één compagnie Canadese militairen, uitgerust met pantserwagens. Het hoofdkwartier wordt gevestigd in Adigrat, aan de Ethiopische kant van de grens. Even ten noorden daarvan, in de veiligheidszone op Eritrees grondgebied bij Sen'afe, worden de Canadezen gelegerd. Meer westelijk komen er twee Nederlandse compagnieën bij Adi Quala, en Maimine, twee uur hobbelen over een steenslag vanaf de weg bij Adi Quala.

,,De kop is er af'', constateerde Patrick Cammaert, de Nederlander die is aangesteld als force commander van alle UNMEE-troepen, afgelopen zaterdag in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant. Cammaert is optimistisch over zijn ontmoetingen met Isayas Afewerki, de Eritrese president, en met de Ethiopische militaire autoriteiten. Wel klinkt in zijn `Hollands dagboek' het begin door van de problemen waarmee UNMEE de komende maanden zal worden geconfronteerd. Zo hebben de Ethiopiërs en de Eritrese defensiestaf tot nu toe nog geen inzicht gegeven in de precieze locatie van hun mijnenvelden, cruciaal voor de bewegingsvrijheid van de vredesmacht. Verder moet de belangrijkste fase – het `ontplooien' van de troepen in een veiligheidszone tussen beide landen – nog beginnen. In de huidige posities voelen beide partijen zich veilig. Dat veilige gevoel zou wel eens kunnen verdwijnen als beide partijen nieuwe posities moeten innnemen: de Ethiopiërs langs de vooroorlogse grens, de Eritreeërs ten noorden van een veiligheidszone van 25 kilometer op Eritrees grondgebied.

Maar een hervatting van de strijd? Onwaarschijnlijk, denken de meeste Eritreërs. Pauzes tussen de gevechten zijn er meer geweest – de meeste Eritreërs spreken niet van één conflict maar van drie `oorlogen' met Ethiopië sinds mei 1998. Maar nu de de VN zichtbaar aanwezig zijn in de straten overheerst het gevoel dat vrede in zicht is. Asmara ademt nog steeds de sfeer van het Italiaanse Toscane. Over Liberation Avenue, langs het vroegere parlementsgebouw uit de jaren dertig in de vorm van een liggende `F' (`Fascisti') flaneren de jongeren. Café `Kolonial' serveert uitstekende espresso. ,,Normaal gesproken is het hier nog veel levendiger'', zegt tolk Hailom Nigusse, terwijl hij aan van zijn kopje nipt. ,,Maar iedereen is nog steeds aan het front.'' Hij blaast. ,,Iedereen heeft onderhand schoon genoeg van deze oorlog.''