Mineralen en memorabilia

De legende vertelt dat Venus zeven parels uit haar diadeem verloor toen zij oprees uit de Tyrrheense Zee. Die parels kwamen terecht in het water voor de kust van Toscane en veranderden daar in kleine eilanden, beeldschoon, met een ongerepte natuur, en omgeven door kristalhelder zeewater. Zo is de Toscaanse archipel ontstaan.

Zeven eilandjes telt deze groep, die vier jaar geleden is uitgeroepen tot nationaal park. De kleinste, Monte Cristo, Giannutri, Gorgona en Pianosa, zijn niet of beperkt toegankelijk. Capraia en zeker Giglio bieden wat meer, maar letterlijk en figuurlijk de grootste parel is het eiland Elba. De eerste associatie met die naam zal Napoleon zijn, de tweede misschien ijzererts. Maar het eiland biedt een mix van strand en bergen, van eeuwen historie en ontdekkingstochten onder water, die elk jaar tienduizenden bezoekers trekt en het eiland in het hoogseizoen erg vol maakt.

De belangrijkste stad, de plaats waar de meeste bootreizigers aankomen, is Portoferraio. De familie De Medici uit Florence had de stad in het jaar 1548 gekocht en haar omgedoopt in Cosmopoli. Zij wilden er de ideale stad van maken, een harmonisch geheel, op menselijke maat, van pleinen, paleizen en forten.

In die tijd van aanvallen over zee waren die forten onvermijdelijk: Portoferraio moest een onneembaar bastion worden. De achthoekige toren aan de ingang van de haven, de torre della Linguella, is een indrukwekkend monument voor deze ambities, net als de forten Falcone en Stella.

Vanuit Portoferraio waaieren de wegen over de groene heuvels uit naar de rest van het eiland. Elba heeft bijna 150 kilometer kust. Er zijn lieflijke baaien met zandstranden, maar ook grillige rotsen die steil aflopen in zee. Vooral aan de noordwest- en de zuidoostkant kunnen duikers hun hart ophalen aan oude wrakken, grotten, en rijkbegroeide rotsformaties. Omdat het water zo helder is, zijn ook snorkelaars uren zoet onder water.

Voor de meeste bezoekers zijn badpak en duikbril de belangrijkste artikelen, maar je vindt ook overal stempels van 2800 jaar geschiedenis. De Etrusken en de Romeinen hebben hier gewoond, het eiland is in handen geweest van Pisa en Florence en is aangevallen door de Saracenen, en het is in de achttiende en negentiende eeuw een speelbal geweest van de grote mogendheden in Europa.

Napoleon heeft het meest achtergelaten. Bij helder weer kun je vanaf de westpunt Corsica zien liggen, zijn geboorte-eiland. Soms wordt gezegd dat de kleine Franse keizer in 1814 op Elba in ballingschap heeft gezeten. Maar Napoleon Bonaparte was hier de baas, niet de gevangene, zoals later op St. Helena. Elba behoorde tot het Oostenrijkse rijk en toen er na het mislukte Russische avontuur en de daarop volgende ineenstorting van zijn imperium een plaatsje moest worden gevonden voor Napoleon, werd hij in plaats van de baas van heel Europa de baas van heel Elba.

De kleine Corsicaan ging voortvarend aan de slag. Niet meer dan tien maanden heeft hij het eiland bestuurd voordat hij wegglipte om zijn dromen na te jagen. Maar overal zijn zijn sporen zichtbaar. Forten, bruggen en fonteinen getuigen van Napoleons dadendrang. De belangrijkste herinneringen aan hem zijn de twee paleizen die hij heeft laten bouwen: betrekkelijk klein, maar vol keizerlijke grandeur en ambitie.

Het winterpaleis, Palazzina dei Mulini, ligt hoog boven Portoferraio, met een bescheiden tuin en een prachtig uitzicht over zee. Het is een langgerekt gebouw van twee verdiepingen. Niet erg groot, maar borstbeelden, meubels en schilderijen, een leesstandaard met een adelaar en een paar duizend in leer gebonden boeken met een gouden letter N op de rug onderstrepen de vastberadenheid van Napoleon om ook hier zijn keizerlijke stand op te houden.

Het zomerpaleis, dat tevens dienst deed als jachtslot, ligt tussen de heuvels bij San Martino. De eerste aanblik wekt de suggestie van een triomfalistisch gebouw, maar dat komt door het neo-klassieke paviljoen dat er een halve eeuw later is aangebouwd.

Napoleons villa schuilt daar half achter en boven. Het was duidelijk een gebouw om te mijmeren. De indrukwekkende Egyptische zaal herinnert aan zijn veldtocht in Egypte. En een plafondschilderij van twee duiven met een geknoopt lint in hun snavel verwijst naar zijn liefde voor zijn tweede vrouw, Maria-Louise van Oostenrijk, die hem nooit is komen opzoeken op Elba, maar met hun zoontje naar haar vader in Wenen was teruggegaan.

Verspreid over het eiland vind je andere brokstukken van de geschiedenis. Op een berg bij Volterraio, aan de oostkant, staat bijvoorbeeld een massief kasteel dat in de elfde eeuw is neergezet toen de republiek Pisa het eiland bestuurde. Je moet wat klimmen om er te komen, maar het uitzicht is de moeite waard. Twee herinneringen aan de tijd dat de Spanjaarden hier de baas waren, zijn het heiligdom voor de Madonna van Monserrat (met een kopie van het zwarte Mariabeeld dat in het Spaanse Monserrat wordt bewaard) en het indrukwekkende Fort van Porto Azzurro. Dit is later een gevangenis geworden, en veel mensen die tot levenslang waren veroordeeld, dienden een verzoek in om hier hun straf te mogen uitzitten, omdat het uitzicht zo wondermooi is.

2500 Jaar geleden was het eiland vooral beroemd om zijn mineralen, om het ijzer en zwavel in zijn bergen. Door de Etrusken zijn hier een soort mijnen aangelegd, meestal simpelweg afgravingen, en tot in de zeventiger jaren is mijnbouw een belangrijke economische activiteit geweest.

Voor geologen en liefhebbers van mineralen is het eiland, voor een deel van vulkanische oorsprong, een paradijs. Wie de bijzondere stenen wil zien die Elba te bieden heeft, heeft twee opties. Je kan naar twee musea of naar de vele particuliere collecties die zijn opengesteld voor het publiek. In het kuststadje Rio Marina zijn bijvoorbeeld in het gemeentehuis ruim duizend bijzondere stenen te zien. Iets verder bergop ligt Rio nell'Elba, waar het Museo Minerali Elbani een grote collectie mineralen heeft.

Je kunt ook zelf op onderzoek uitgaan. Aan de oostkant van het eiland zijn sommige stranden waar veel mineralen te vinden zijn, goed vanaf de weg te bereiken. Aan de westkant zijn de hellingen van de Monte Capanne interessant voor stenenzoekers. Maar het loont ook de moeite om een boot te huren en vanuit zee naar oude mijnen in het oostelijke deel van Elba te gaan zoeken. Goede vertrekhavens daarvoor zijn Rio Marina en Porto Azzurro. Zo'n tocht geeft meteen een doel aan een dagje spelevaren op zee. Overigens is het officieel verboden om mineralen mee te nemen. Maar veel toeristen gaan in de buurt van een oude mijn voor anker en gaan zwemmend wat steentjes halen, onder het motto: er is toch genoeg.

Wandelaars kunnen vooral in de buurt van de Monte Capanne hun hart ophalen en wie niet wil lopen naar de top van die berg, kan de lift nemen. Een ander prachtig uitzichtspunt, iets makkelijker te bereiken, is de Monte Enfola, ten westen van Portoferraio. Het bureau voor toerisme waarschuwt de wandelaars en mountainbikers wel met nadruk voor de grote hitte 'szomers. En een andere waarschuwing: op veel plaatsen word je niet begroet met buongiorno, maar met guten Morgen. Wat zou Napoleon daarvan gevonden hebben?