KOSTEN MISSIE

Om de vrede te bewaren, is veel geld nodig. Op dit moment geven de Verenigde Naties per jaar zo'n 2,2 miljard dollar uit aan vredesoperaties. Dat geld komt uit een speciale `pot voor vredesmissies', waar alle VN-lidstaten een bijdrage in storten. Dat geld komt bovenop de reguliere contributie voor de VN. Een vergelijking die de VN zelf graag maken: jaarlijks geven de gezamenlijke regeringen zo'n 750 miljard dollar uit aan de wapenindustrie, daarmee vergeleken zijn de vredesmissies een koopje.

In het geval van Nederland wordt de VN-contributie betaald vanuit de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken en komt de bijdrage voor de `vredespot' voor rekening van het ministerie van Defensie. Naar verwachting moet Buitenlandse Zaken over dit jaar 43 miljoen gulden overmaken naar de VN in New York; de rekening voor Defensie komt waarschijnlijk uit op 74 miljoen gulden. Dat laatste bedrag is afhankelijk van het aantal missies. De regeling is dat Nederland 1,62 procent betaalt van de kosten die de VN maken voor vredesoperaties. Die systematiek leidt tot grote fluctuaties in de bijdrage: in 1999 bijvoorbeeld hoefde Defensie slechts een bedrag van 27,8 miljoen gulden over te maken. Door operaties in onder andere Oost-Timor en Sierra Leone zijn de kosten dit jaar fors hoger.

Op de begroting van Defensie maken de VN-bijdragen onderdeel uit van een voorziening voor vredesoperaties. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat die post in 2000 zou uitkomen op 355 miljoen gulden, maar volgens een woordvoerder van Defensie is dat bijgesteld naar 419 miljoen gulden.

Belangrijke redenen van de verhoging is de gestegen VN-contributie en de deelname van Nederland aan de VN-vredesmacht in Ethiopië en Eritrea (UNMEE). De verwachting is dat die expeditie Nederland circa 100 miljoen gulden kost aan `additionele uitgaven'. Hiervan wordt slechts 30 miljoen gulden vergoed door de VN, de rest komt voor rekening van Nederland. Belangrijkste oorzaak van dit verschil is dat de VN (die kampen met ernstige geldproblemen) bij vredesmissies alleen het personeel en materieel vergoedt die volgens de VN nodig zijn. Wil een deelnemend land extra voorzieningen treffen voor de eigen militairen, dan komt dat voor eigen rekening. In het geval van de Nederlandse expeditie naar Ethiopië en Eritrea geldt dat bijvoorbeeld voor de inzet van vier Apache-helikopters, een zogeheten `tweedelijns-veldhospitaal' en het gebruik van het transportschip Hr.Ms. Rotterdam. Een andere post waar Nederland op `bijlegt' zijn de kosten voor het ingezette personeel. De VN betalen een vast bedrag per deelnemer aan een vredesmissie (circa 1.000 dollar per maand): extra toeslagen komen voor rekening van het uitzendende land.

Over de kosten van een missie en de bijbehorende vergoeding maakt ieder deelnemend land van tevoren met de VN afspraken. Deze worden vastgelegd in een contribution agreement. De landen schieten de meeste kosten voor, waarna de VN een deel van de gemaakte kosten terugbetaalt. Door het chronisch geldgebrek bij de VN moet op die afbetalingen lang worden gewacht: zo heeft Nederland van eerdere missies nog ongeveer 100 miljoen gulden tegoed van de VN.