Kijk eens naar dat vuurwerk

Hebben vredesmissies baat bij aandacht van de media? Actiebeelden op CNN zijn mooi, tot de eerste opname van eigen slachtoffers.

IN MIJN KAST STAAT nog steeds een ingepakte videoband met historische opnamen door CNN, Cable Network News, van de Golfoorlog. Ik heb ze voor vijf gulden gekocht in de uitverkoop van een speelgoedwinkel. Daar lag hij tussen incourante kinderfilms en videospelletjes van de space invaders.

Dat de oorlog van toen het speelgoed van nu is geworden, is niet uniek. Met tinnen soldaatjes hebben kinderen hele veldslagen nagespeeld. Maar het CNN-archief leent zich niet voor speelgoed. Daar zijn de oorlogsopnamen te steriel en te slecht van kwaliteit voor. Voor mij was het een impulsaankoop, want ik heb de band nog niet eens bekeken. CNN is alleen mooi als live-verslag van een gevaarlijke ontwikkeling in de wereld. De enige omroep die de internationale crises van minuut tot minuut volgt, ook al is het vanuit een beperkte invalshoek met eindeloze herhaling. De kijker kon urenlang staren naar een donkergroen beeldaquarium waar zo nu en dan knallen waren te horen en licht doorheen flitste. Bagdad tijdens de bombardementen. Later deel II van Bagdad tijdens de bombardementen. Vorig jaar deel III over Servië en Belgrado tijdens bombardementen, maar de militaire censor liet minder door. Ook gaven militaire woordvoerders altijd beelden van ontploffingen vanuit de vliegtuigcamera. Grijze, grofkorrelige explosies, alsof het om een militaire oefening ging en er geen mensen verbleven in die instortende gebouwen. Oorlog als kinderspel.

CNN is er zo vaak bij dat er gesproken wordt van een CNN-effect. Zodra er gruwelen in beeld komen, roepen kijkers om actie. De afgelopen tien jaar wijzen dat ten dele uit. Als de gefilmde slachtoffers buitenlanders zijn, roepen de kijkers soms op tot humanitair ingrijpen. Maar als de slachtoffers humanitair ingrijpende landgenoten zijn, willen de kijkers hen vrijwel altijd terugtrekken. Veel wreedheden die door CNN in beeld zijn gebracht, zoals slachtingen van miljoenen Tutsi's, hebben niet tot Westers ingrijpen geleid en er waren maar weinig kijkers die dat betreurden. CNN doet er niets aan af dat de steun voor afgelegen militaire operaties flinterdun blijft. Westerse politici willen geen levens van kiezers opofferen voor conflicten waar geen eigen belang speelt.

CNN's wereldwijde opkomst viel samen met het roerige einde van de Koude Oorlog. Amerika kon ingrijpen zonder gevaar voor een nucleair conflict met de Sovjet-Unie. En dat gebeurde bij de Golfoorlog. Irak was Kuweit binnengevallen, maar er waren nauwelijks beelden van te krijgen. De bezetting speelde zich vrijwel geheel buiten de kijker om af. President Bush moest grote moeite doen om de Amerikaanse kijkers ervan te overtuigen dat ingrijpen daar in hun belang was. Het toen nog verliesgevende CNN speelde daar geen rol in, behalve als doorgeefluik voor propaganda over Kuweitse kinderen die in het ziekenhuis van hun slangen zouden zijn afgekoppeld. Pas bij het eerste bombardement op Bagdad werd CNN op slag beroemd toen drie verslaggevers, John Holliman, Bernard Shaw en Peter Arnett, vanuit hun hotelkamer naar de dodelijke lichtshow keken: ,,Holy cow!''. Gelijktijdig kon iedereen de lichtsporen van het luchtafweergeschut en de doffe klappen van afgelegen explosies volgen.

Nieuw was de sterke greep van het Amerikaanse Pentagon op de publiciteit. De hoge officieren hadden de ervaring van de negatieve publiciteit in Vietnam en gaven de in Saudi-Arabië geaccrediteerde journalisten maar mondjesmaat toegang tot het slagveld. Wel veel beelden van geallieerde precisiebommen die doel troffen. CNN stelde daar de live Iraakse oorlogspropaganda tegenover en de kijker moest het verder zelf maar uitmaken. CNN werd openbaar onderhandelingskanaal. Maar omdat Amerika won, speelde CNN een ondersteunende rol. De eerste gruwelbeelden van de gebombardeerde kolonne vluchtende Irakezen bij Kuweit deed de propagandakansen keren en president Bush besloot de oorlog vervroegd te beëindigen.

Ingrijpen bleek mogelijk zonder verlies van Westerse levens. Bush werd overmoedig en probeerde eind 1992 zijn `Nieuwe Wereldorde' voort te zetten door inmenging bij een clanoorlog in Somalië. De landingsoperatie van Amerikaanse mariniers kwam prachtig live in beeld. Een jaar later volgden onder president Clinton de dode Amerikaanse militairen die door triomferende Somaliërs door de straten werden gesleurd. Beelden van dode landgenoten zijn doorslaggevender, want begrijpelijker, dan gruwelen voor onbekende volkeren.

Zo kwam snel een einde aan de Amerikaanse euforie. De kater van de vredesoperatie in Somalië blokkeerde ingrijpen in Bosnië, ook al kregen de Amerikaanse kijkers dagelijks op het avondnieuws verminkte lijken en gewonden in Sarajevo voorgeschoteld. Clinton wond zichzelf er openlijk over op – `I feel your pain' – maar schrok op advies van zijn generaals terug van militaire actie. Pas jaren later, na een moeizaam bereikt vredesakkoord in Dayton, verschenen Amerikanen in de Balkan voor het meer vrijblijvende en veilige werk van vredeshandhaving. Nederland likt nog steeds zijn wonden van een onberaden vredesoperatie in Srebrenica. CNN-effect? Alle landen die dezelfde beelden hadden gezien, hadden er geen troepen heen willen sturen.

De Kosovo-operatie werd niet door beelden van etnische zuivering bespoedigd. Uiteindelijk werd besloten tot vrijblijvend ,,chirurgisch'' ingrijpen zonder slachtoffers aan Westerse zijde. Televisiebeelden van stromen Albanese vluchtelingen aan de grenzen versterkten het moreel van het Westen. Onschuldige Servische slachtoffers van de geallieerde luchtaanvallen kwamen nauwelijks in beeld.

Als er al sprake is van een CNN-effect, als culminatie van de rol van nieuwstelevisie, leidt dat bij vredesoperaties eerder tot een snelle terugtrekking dan tot een snelle actie. Als het ver weg is, blijft het voor de kijker een spel. Zolang de spaanders van het hakken maar niet hier vallen.