Het Britse balgevoel

In Engeland is het weer goed toeven in de voetbalstadions. In de hoogste liga spelen veel clubs in luxe stadions waar spelers van wereldklasse over de velden rennen. En in lagere regionen ruikt het voetbal nog onvervalst naar gras en vieze hamburgers. Een weekendje wedstrijdjes pakken in het thuisland van het voetbal.

De televisie laat paardenrennen zien in de Clifton Arms. De pub, op steenworp afstand van Selhurst Park, is afgeladen met fans van de Londense voetbalclub Wimbledon FC. Bier vloeit rijkelijk, kinderen zeuren om chips en de gokmachines spinnen. Beren van kerels, meer vet dan spier, lopen rond in de blauwgouden shirts van hun club. Over enkele uren trapt Wimbledon FC af tegen stadsgenoot Fulham FC, een wedstrijd in de first division, de op een na hoogste divisie in het Engelse voetbal.

Voor voetbal had ik natuurlijk gewoon in Nederland kunnen blijven. We kennen 36 profclubs in eigen land waarvan ik een deel ook in actie heb gezien. Toch is het anders. Sinds ik voetbal volg — het moment dat ik als achtjarige een heroïsche reddingsactie uitvoerde op het schoolplein — heb ik van alles gelezen en gehoord over de `typische Engelse voetbalsfeer'. Een combinatie van een rijke historie, achterhaalde speelstijl, Britse humor en veranderlijk weer. En bovenal een onvoorwaardelijke loyaliteit aan de club. Dit weekend moet het er maar eens van komen. De kaartjes voor thuiswedstrijden van Wimbledon en Chelsea branden in mijn zakken.

Selhurst Park is oud, tochtig en ontbeert elke luxe of franje. De hamburgerstandjes in het stadion liggen naast de toiletten, wat een onvergetelijk aroma van slecht vlees en verschaalde urine oplevert. Het concept van lucratieve merchandise moet nog verder worden uitgewerkt door de penningmeester. De club heeft zijn naam ook niet mee. Wie Wimbledon zegt, denkt aan tennis. Hier weten de toch al niet aanwezige mooie vrouwen geen camera's op zich gericht.

Het lijkt niemand te deren. Buiten lopen groepen aanhangers van beide teams vriendelijk door elkaar heen en zoek ik tevergeefs naar mobiele eenheden politie die de 14.000 fans in bedwang moeten houden. In het stadion vergapen kinderen zich tijdens de opwarming aan de rand van het veld, wachtend op een afgedwaalde bal die ze mogen terugschieten. Hekken of een beveiligingsgoot zijn er niet. Terwijl de regen de toch overdekte tribunes tot en met rij vijftien hard binnenwaait, blijven de duizenden fans rustig nippend aan de thee wachten op het eerste fluitsignaal. Op het scoreboard wordt `Joe' en nog een rijtje andere kinderen gefeliciteerd met hun verjaardag door verschillende `mums and dads'. De vriendelijkheid is groot, zo vlak voor de wedstrijd.

Het fluitsignaal is gevallen. De Wimbledonfans houden van een stevige ingreep. Een harde sliding wordt meer gewaardeerd dan een technisch hoogstandje. Verwensingen vliegen de tribune af. `Fuck off, you're crap'. Slidings in de stromende regen, stevige luchtgevechten, dat willen de fans van Wimbledon zien. `You tosser, step on him'.

Ik vermaak me prima in het Wimbledonvak. Het team wordt langzaam weggetikt door de spelers van Fulham en zal uiteindelijk ook met 0-3 verliezen. Maar de fans blijven zingen, niet zo hard als die van Fulham. maar toch. Verwensingen vliegen naar de eigen spelers, terwijl die ook niet veel beter kunnen.

,,Je wordt geboren als fan, dus je gaat'', vertelt de 76-jarige Burt Palmer tijdens de rust. In een verlopen kostuum drinkt hij in de rust zijn pint in een van de lounges die nog enige luxe bieden (een tap, grillplaat en bovenal verwarming). ,,Ik kom als sinds 1932 naar de wedstrijden, alleen in de oorlog heb ik er wat gemist.''

Terwijl een jochie van een jaar of tien na de wedstrijd nog even de scheidsrechter toespreekt (`You wanker!') lopen even later de meeste fans al naar de trein. Zowel die van Wimbledon als Fulham. Er vliegen geen ziektes door de lucht, er zijn geen handgemenen en ik hobbel al keuvelend mee. Het zaterdagse uitje is weer voorbij.

Het Engels voetbal heeft de laatste tien jaar een gedaanteverandering ondergaan. De enorme overlast van hooligans is, in eigen land tenminste, in belangrijke mate teruggedrongen. Tevens hebben veel clubs het grote geld ontdekt. Dat is vooral te danken aan inkomsten van televisiezenders en merchandise. Het spel is business geworden en de fan komt nu (ook) uit de middenklasse.

Om mee te doen aan het miljoenenbal moet je als club wel uitkomen in de Premier League. In de hoogste liga spelen vinden we de spelers van wereldklasse die Ajax, PSV en Feyenoord allang niet meer kunnen betalen. Het is sterrenkijken pur sang: Zola, Beckham, Hasselbaink, Owen, Stam, Kanu, Giggs,Boksic en ga zo nog maar even door. Wie dit niets zegt: dit zijn allen heel goede voetballers van wie het gezamenlijk jaarsalaris meer dan genoeg is om het begrotingstekort van een klein Midden-Amerikaans land te slechten.

En wie het rijk heeft, moet het rijk laten hangen. Het is zondagmiddag en ik ga naar Chelsea dat tegen Leeds United speelt. De club is met dank aan een rijke voorzitter sinds een jaar of tien meegegaan in de vaart der volkeren. En omdat er vier Nederlanders (Hasselbaink, De Goey, Melchiot en Bogarde) spelen, oefent de club ook aantrekkingskracht uit op landgenoten.

Bij The Black Bull kom ik de eersten dan ook tegen. Een groepje Leidse studenten - enkelen tijdelijk in Londen om business management te studeren - bezoekt niet voor het eerst een wedstijd in Londen. ,,Het is de sfeer hè, ze blijven zingen, zelfs als ze achterstaan. Dat heb je in Nederland niet'', stelt een van hen. Of op brallerige toon: ,,Ja, Leiden heeft nu eenmaal geen voetbalclub, dus daarom kom ik maar hier.'' De kaartjes à dertig pond zijn geen probleem. ,,Maar soms gaan we naar Fulham, dat is een club in opkomst en daar kosten de kaartjes maar een pond of dertien.''

Het contrast met een dag eerder is groot. Zodra ik de metro uit kom lopen, krijg ik de eerste zwarte kaartjes al aangeboden, T-shirts worden overal verkocht, buitenlandse fans lopen in groten getale rond, hot dogs en pizza's zijn op straat te koop en er is een ruime keuze aan pubs om in te drinken. Of je dat nu doet in een met getatoueerde fans afgeladen tent of in `the slug and the lettuce' (de slak en de sla) waar je rustig je minted lamb burger kan eten tenmidden van fans en niet in voetbal geïnteresseerde bankjongens. En zelfs God heeft vandaag trek in een stevige pot voetbal: de zon schijnt weldadig. Vele fans staan lekker buiten te drinken.

Ik heb een topdag. Al struinend verzamel ik najaarszon op mijn gezicht, zet twee pond in op een 2-0 overwinning van Chelsea (het wordt 1-1) en klets wat met fans. Eenmaal op het stadionterrein van de club, Chelsea Village geheten, moet ik aan Ajax denken. Er loopt hier, althans voor het oog, flink minder blauw op straat dan in de buurt van de Arena op een wedstrijddag. Er hangt ook duidelijk minder agressie in de lucht. Laat ik het zo zeggen: als ik een klein broertje had gehad, mocht ie wél mee naar Chelsea.

Er is nog een andere reden voor de relaxte sfeer: Chelsea Village is een pretpark waar je wordt doodgeknuffeld met vermaak. Wat nou kroket? We eten Aubergine and polenta gateau in een van de drie luxe restaurants. In de stadionpub `The Shed' drink je champagne als je wilt. Boek een kamer in het hotel of koop Chelseabehang in de Megastore. Eettentjes, een wedkantoor, zelfs een reisbureau en straks nog een nachtclub. Dit is Disneyland voor volwassenen.Je hebt niet eens tijd om een baksteen op te pakken.

Wat heeft al die overigens duurbetaalde luxe eigenlijk nog met voetbal te maken? ,,Ach, het houdt de slechte elementen buiten'', vindt Collin Hearsum, Chelseafan sinds 1961. ,,En de club was ooit op sterven na dood. Dus als dit moet om de goede spelers binnen te halen, vooruit dan maar.''

`Carefree, wherever you may be, we are the famous C.F.C.' Ongeveer dertigduizend kelen herinneren me in gezang waar het om te doen is: voetbal. Of je nu sterft aan onderkoeling bij Wimbledon of vertroeteld wordt bij de C.F.C., de wedstrijdbeleving verschilt niet veel. De vriendelijkheid voor en na de wedstrijd wordt ook hier terzijde geschoven. Spreekkoren over en weer, zeker niet ontdaan van humor. Chelsea-ster Hasselbaink, twee jaar terug nog spelend bij tegenstander Leeds, krijgt bij de 0-1 voor Leeds vilein `what is the score now Judas?' uit duizenden Leeds-kelen toegezongen. Het mooiste spreekkoor heeft overigens tijdens de rust plaats als een Chelseafan zijn vriendin op de middenstip ten huwelijk vraagt. Fans van Chelsea en Leeds zingen eensgezind: `You don't know what you're doing, you don't know what you're doing'.