Een poging tot aangifte

Het hoofdbureau van politie aan de Patijnstraat in Den Haag is, blijkens een plaquette aan de muur in de ontvangsthal, door koningin Beatrix geopend in 1980. Het moet één van haar allereerste openingen zijn geweest als nieuwe vorstin. Maar van buiten was al te zien dat dit gebouw uit de jaren zeventig stamt. Vensters met van die afgeronde hoeken, die op de middeleeuwse burchtbouw geïnspireerde architectuur van beton. Muren van minstens een halve meter dik en een echte kasteeltoren, ook van dat beton, speels naast het hoofdgebouw geplaatst. Het geheel moet de burger hoogstwaarschijnlijk een symbolisch gevoel van veiligheid geven.

Eenmaal in de hal van het bureau is er veel tijd tot overpeinzing: de agente in de receptie noteert mijn naam en meldt meelevend zelf ook eens op deze wijze bestolen te zijn. Vervolgens vergeet ze me.

Ik kom aangifte doen van diefstal. Die formulering alleen al lijkt een anachronisme. Wie doet er nou aangifte van diefstal? Het is dat het soms móet van de verzekering, maar weinigen gaan langs op het hoofdbureau van politie in hun woonplaats met de verwachting dat men daar ook de dader in de kraag zal vatten. Gevoeglijk in de kraag vatten. Wat betekent het als de taal van de rechtshandhaving zelf aanvoelt als een relict uit andere tijden?

Een prikbord in de hal meldt dat het politiemannenkoor Entre Nous binnenkort kerstliederen zal zingen. Daarnaast hangt een mededeling over de spelling van moeilijke woorden als manoeuvreerruimte, no-claimkorting en dashboardkastje. Agenten die eindelijk een foutloos proces-verbaal willen opstellen kunnen de juiste spelling deze week opzoeken in de Korpskrant. Een folder meldt verder dat de minimumopleidingseis om agent te worden mavo D en drie jaar werkervaring is. Folders (`Blauw wil jou!' en de ironische `Blauw boeit me') zijn in ruime mate voorradig. In achttien maanden wordt je politieagent. De opleiding tot politiehond, zo meldt een andere folder, duurt overigens langer. Het bureau lijkt nog het meest op een wervingskantoor voor de prinsemarij. Terwijl ook de misdaadbestrijding per folder een ruime vlucht heeft genomen. Wat er gedaan moet worden tegen inbraak, diefstal, vandalisme: het staat allemaal op schrift.

De kwestie is: mijn autoradio (met cd-speler) is gestolen. Ik had mijn auto voor de zekerheid geparkeerd in de bewaakte, goed verlichte, parkeergarage onder het Plein in Den Haag. Maar toch bleek bij terugkeer iemand op vrij ingenieuze wijze, namelijk zonder een slot of raampje te beschadigen, ingebroken te hebben en die radio te hebben meegenomen. Ik voelde eigenlijk voornamelijk schaamte, over mijn eigen stomheid. Wie laat dan ook zijn frontje in de auto?

Gejoel in een hoek van de hal kondigt de doortocht aan van Sinterklaas met een forse kluit olijke politiepieten. Als burgers verklede agenten met kinderen voorzien van jutezakken gevuld met lekkers stromen vervolgens de trappen af.

Het is al bijna twee maanden geleden, die diefstal. De verzekering vergoedt geen gestolen goederen van sufferds en de politie vat gevoeglijk nauwelijks autoradiodieven in de kraag, dus ik berustte in mijn verlies. Net als vele duizenden lotgenoten die dagelijks worden bestolen in Nederland. Het onderzoek naar het Nederlands imago dat de minister van Buitenlandse Zaken deze week publiceerde kan worden uitgebreid met nog een kenmerk: het oplossingspercentage van misdrijven ligt op 16 procent en dat vindt de Nederlander verder niet erg.

Het is erg druk, zei de wachtmeester al. Na een uur wachten herhaalt ze dat. Een ploeg agenten beent kwetterend voorbij met dienbladen gevuld met frisdranken en frites. Onderbetaald, overbelast, ondergewaardeerd en ondergeschoold, maar gelukkig uitstekend gehumeurd.

Vorige week parkeerde ik mijn auto wéér onder het Plein. Inmiddels kan deze parkeergarage alleen maar betreden worden door mensen die een parkeerkaartje hebben. Een preventieve maatregel! Toch ging deze keer mijn frontje mee. Maar weer was de auto bij terugkeer open en doorzocht. Keurig werk, niets meegenomen. De twee bewakers in hun bewakersloge vol monitoren verklaren er niks van gemerkt te hebben. Ik krijg een folder: `Buit eruit'. Maar deze keer neem ik mij voor de misdaad te melden.

,,Ja. Nee. Betekent dit dat ik twee aangiften moet maken?'' vraagt de dienstdoende politieagente nadat ik uiteindelijk ben opgespoord in de hal. Ze is moe, vertelt ze. Ze heeft vannacht weinig geslapen en moet nog uren mee. Daarom neemt ze een ferm besluit. Van die inbraak zonder diefstal (en zonder sporen van braak) neemt ze geen aangifte op. Dat is nu eenmaal de discretionaire bevoegdheid van de streetcorner bureaucrat.

,,Telkens geen sporen van braak?'' vraagt de agente met een toon van ongeloof in haar stem. Dan haalt ze haar schouders op en tiept het proces-verbaal. Jammer genoeg is die diefstal lang geleden, anders had sporenonderzoek misschien nog zin gehad, zegt ze. Ik vraag of ik dus in het vervolg de politie moet bellen als ik onder het Plein geparkeerd heb. De agente vindt van wel maar voegt er eerlijkheidshalve aan toe ,,Je kunt dan misschien wel erg lang wachten, want de politie moet ook prioriteiten stellen. Maar zeker als er ook nog sprake is van schade onderzoeken we dat graag.''

Ik zeg: ,,Dus nu krijg ik een telefoontje als u de radio heeft teruggevonden?'' De agente: ,,Ja zeker en vast.'' Pauze. ,,Als hij wordt teruggevonden, met `als' dik gedrukt en veel strepen eronder''.