Een continent om heel ver vandaan te blijven

De vredesmissies van de VN in Afrika zijn vrijwel allemaal mislukt. De rijke landen willen hun vingers niet meer branden aan de Afrikaanse conflicten.

DE VERENIGDE NATIES hebben op het gebied van vredesoperaties in Afrika een belabberde staat van dienst. Ze grijpen niet in, komen te laat of gooien olie op het vuur. Hun grootste blunders hebben ze in Afrika begaan.

Aan goede wil heeft het nooit ontbroken. Er gaat geen maand voorbij of secretaris-generaal Kofi Annan verklaart weer ergens dat de Verenigde Naties moeten leren van hun fouten en dat de geloofwaardigheid van de organisatie op het spel staat als het om vredeshandhaving in Afrika gaat. Maar de VN zijn zo krachtig als de permanente leden van de Veiligheidsraad zich permitteren: de Verenigde Staten, Rusland, China, Groot-Brittannië, Frankrijk. Die landen, met de Verenigde Staten voorop, dragen de grootste verantwoordelijkheid voor de Afrikaanse missers van de Verenigde Naties. En de enige les die ze daaruit trokken, is dat ze hun vingers aan Afrika niet meer branden.

De landen willen nog wel instemmen met Afrikaanse vredesoperaties. Ze willen zelfs een groot deel van de kosten betalen. Maar zelf troepen sturen, daaraan beginnen ze niet meer. Vredeshandhaving in Afrika laten ze aan de Afrikanen over en de rest van de Derde Wereld.

Vroeger, lang geleden, in de tijd van de Koude Oorlog, had het continent voor de grote mogendheden nog strategische betekenis. In 1960 hadden de VN nog geen 48 uur nodig om een grote troepenmacht op de been te brengen die het toen net onafhankelijk geworden Belgisch Congo voor uiteenvallen behoeden moest. Anderhalf jaar geleden kostte het maanden en maanden voordat de Veiligheidsraad eindelijk akkoord ging met een beperkte waarnemersmissie naar hetzelfde door burgeroorlog verscheurde Congo.

Door de mislukte vredesoperatie in Somalië van acht jaar geleden is de grote mogendheden alle lust voorgoed vergaan. Die missie was een laatste eruptie van hoop. De Berlijnse Muur net gevallen, de Golfoorlog met een eclatante overwinning bezegeld, de Amerikaanse president George Bush die zijn Nieuwe Wereldorde had geproclameerd. Even grootmoedig als overmoedig boden de Verenigde Staten aan om als wegbereiders van de Verenigde Naties het arme Somalische volk te hulp te schieten. Een volk dat na het uiteenvallen van de staat tussen armoede en oorlog bekneld was geraakt. Een internationale troepenmacht van 38.000 man, onder wie 25.000 Amerikaanse soldaten, streek neer in Mogadishu om ,,Gods werk'' te doen, in de woorden van George Bush, met ,,een missie die voor de Amerikanen niet mislukken kan''.

Aanvankelijk werden de Amerikanen verwelkomd als bevrijders. Maar ze verzuimden om de vele milities te ontwapenen. Ze maakten de onvergeeflijke fout, schrijft de journalist Scott Peterson in zijn boek Me Against My Brother, om partij te kiezen: tegen clanleider Farah Aidid. Daardoor escaleerde het conflict. Uiteindelijk onderscheidden de VN-troepen zich met het gebruik van geweld tegen de burgerbevolking in niets meer van de milities die ze onschadelijk hadden moeten maken. Nadat op 3 oktober 1993 achttien Amerikaanse soldaten werden gedood en de verminkte resten onder het oog van de camera's door de straten van Mogadishu werden gesleept, wisten de VS niet meer hoe snel ze weg moesten komen, het Somalische volk overlatend aan zijn lot.

Volgens Peterson heeft de VN-interventie misschien 25.000 mensen gered, maar zeker 125.000 mensen het leven gekost. Hij rept van ,,het grootste buitenlandse debacle van de VS sinds het einde van de Koude Oorlog''. Zijn conclusie: ,,Preventieve actie, in combinatie met een beter begrip van Afrika, had veel lijden kunnen voorkomen. Deze catastrofe was niet onvermijdelijk.''

Het echec van de VN in Somalië leidde linea recta tot het falen in Rwanda. Beducht zich opnieuw in een heilloos avontuur te storten, sloegen de VN en de grote mogendheden de waarschuwingen van de Canadese VN-commandant in Rwanda, generaal Roméo Dallaire, voor een ophanden zijnde genocide in de wind. Toen de slachtpartij in april 1994 losbarstte, negeerden ze de smeekbeden van de generaal om troepen te sturen. Pas op het moment dat de genocide al in volle gang was, besloten ze alsnog om 5.500 manschappen te sturen. Maar tegen de tijd dat ze die bij elkaar hadden, was de moord op 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's al achter de rug.

Ook bij de grootste vredesoperatie van het moment, in Sierra Leone, slaan de VN een modderfiguur. Slecht bewapende, slechte getrainde VN-militairen, overwegend uit ontwikkelingslanden, lieten zich in mei van dit jaar met honderden tegelijk in gijzeling nemen door rebellen die hun wapens en uniformen stalen. Pogingen van secretaris-generaal Annan om de grote mogendheden tot troepenleveranties te bewegen en de missie uit te breiden van 13.000 tot 20.500 militairen, leverden niets op.

Aldo Ajello, speciaal gezant van de Europese Unie voor het Grote Meren-gebied, verzuchtte onlangs in een interview ,,dat Afrika op de prioriteitenlijst van de internationale gemeenschap nu eenmaal geen hoge plaats inneemt''. Mislukte vredesmissies in Somalië, Rwanda en Angola hebben er volgens hem toe geleid dat de VN de verantwoordelijkheid voor vredeshandhaving in Afrika afschuift op regionale instituten als de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) en de Southern Africa Development Community (SADC) die voor die taak eenvoudig niet berekend zijn. Een reeks van Afrikaanse presidenten klaagde drie maanden geleden op de Millennium Top in New York dat de Verenigde Naties het zwarte continent laten barsten.

Ook de Nederlandse VN-ambassadeur Peter van Walsum heeft het afgelopen jaar kritiek geleverd op de terughoudendheid van de grote mogendheden. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag verklaarde hij nog dat we ,,dat trauma (van de mislukte Afrikaanse vredesmissies, red.) moeten overwinnen als we weer normale, gezonde vredesoperaties van de grond willen krijgen''. Hij zei dat van vredeshandhaving niets terecht komt ,,als die middeleeuwse tweedeling blijft gehandhaafd'': rijke landen die betalen en arme landen het vuile werk laten doen. Ook de Nederlandse deelneming aan de vredesmissie in Ethiopië en Eritrea – een klassieke vredesoperatie – maakt daaraan geen eind.