De fallus van de Sint

Van oudsher worden feestdagen opgeluisterd met speciaal baksel. De stol hoort bij Kerstmis, het broodhaantje bij Palmpasen. En wat hoort er niet allemaal bij Sinterklaas? Gebak, speculaas, taaitaai, pepernoten. Al die dingen hebben de metamorfose van de Sint – van kinderschrik tot kindervriend – overleefd. Niemand wil meer weten dat de grondstof van pepernoten ooit bestond uit het vermalen vlees van stoute kinderen. Maar dit terzijde.

In Portugal viert men elk jaar vele heiligenfeesten. Soms zijn die vermengd met oude `heidense' gebruiken. Lang niet altijd geeft de kerk daar haar zegen aan. Maar in de praktijk valt het niet mee zich tegen het taaie geloof van de bevolking te verzetten. Sommige priesters hebben dat tot hun schade en schande ondervonden.

Deze zomer daalden wij af in de schemerwereld van het Portugese volksgeloof. Wij bezochten een heiligenfeest, een slangenkapel, een duivelsbrug, en het niet-vergane lijk van een heilige.

In Braga, het centrum van de kerk, wordt veel gebeden, zeggen ze in Portugal. Maar in Fatima (de boetebedevaartplaats) gebeuren de wonderen, voegen ze er stiekem aan toe. Zelfs in reisgidsen wordt op het bijzondere karakter van het Portugese geloof gewezen. ,,De Portugees beleeft zijn geloof op een primitieve, maar wel bijzonder blije manier'', lees ik in de ANWB-gids. ,,Hij of zij behandelt God, Jezus, Maria en de diverse heiligen als gelijke. Een heilige die te weinig doet of de gebeden niet nakomt, kan gestraft worden door hem in het water te gooien of een tik tegen het voorhoofd te geven.''

Op de eerste zaterdag van juni gaan wij naar Amarante, een door bossen en bergen omringd stadje aan de Tâmega, een zijrivier van de Douro. Overal wapperen vlaggen en staan kleurige kraampjes langs de wegen. Vandaag wordt het feest van Sint-Gonçalo gevierd, de patroonheilige van het huwelijk. De vele stalletjes van Angolezen en Mozambikanen, die kralenkettingen en beeldjes te koop aanbieden, laten wij natuurlijk links liggen. Die hebben wel iets met het koloniale verleden te maken, maar niets met religie. Onvervaard koersen wij op de kerk af die aan de heilige is gewijd. In een kapel naast het altaar ligt zijn beeld; door de vele aanrakingen van vrouwen, die hun onvruchtbare schoot vervloekten, zijn het gezicht en de handen van de Sint afgesleten.

Wij haasten ons weer naar buiten, naar de kraampjes, waar naar verwachting een bijzondere lekkernij uitgestald moet liggen. En werkelijk, daar liggen ze, de `bolos de São Gonalo', de speciale Sintkoeken, die in de vorm van een forse fallus zijn gebakken. Ze zien er verrassend levensecht uit. Een laagje wit glazuur versterkt die indruk nog eens.

,,Zou ons woord lulkoek hier iets mee te maken hebben'', vraag ik aan mijn reisgenoot.

Hij schiet in de lach. Vroeger, zegt hij, gaven ongetrouwde mannen en vrouwen elkaar dit pikante baksel. Zou de kerk inmiddels een stokje voor dit heidense gebruik hebben gestoken?

Als wij een koek laten inpakken, vertrekt de verkoper geen spier. Kennelijk heeft hij niet het gevoel dat hij in een sekswinkel staat. Hij vindt het geen probleem om samen met zijn koopwaar op de foto te worden gezet; glimlachend legt hij een hand om het lid. Arie Pos, mijn reisgenoot, die al tien jaar in Portugal woont en vloeiend Portugees spreekt, informeert nog naar de zogenaamde `geitenuiers' of `klotenkoekjes', ronde baksels met bolletjes van onderen. De man schudt zijn hoofd. Nee, die zitten niet in zijn assortiment. Wel wijst hij ons op andere Sintkoeken, donkerbruine, geribbelde fallussen van bijna een meter lengte, die in een naburige kraam de aandacht op zich vestigen.

Bij het afscheid zegt hij een rijmpje op, dat in vertaling ongeveer zo klinkt: `Sint Gonalo van Amarante/ Huwelijksmakelaar voor menige ouwe tante/ Waarom huw je de jonge vrouwen niet?/ Wat deden die je voor verdriet?'

Overigens hoorde Arie van zijn Portugese vrouw een rijmpje dat een pikanter inhoud heeft: `Help me, Sint Gonalo van Amarante/

Men zegt dat u tot veel in staat bent/ Ik heb al spinrag op een plekje/ Dat u vast en zeker wel kent.'