Compensatie dwangarbeid bedrijf Japan

De Japanse bouwgigant Kajima betaalt voormalige Chinese dwangarbeiders een schadeloosstelling van ruim 11 miljoen gulden. Tot dit vergelijk zijn beide partijen gisteren gekomen in een rechtszaak die de Chinezen tegen Kajima hadden aangespannen.

Het is de eerste keer dat een Japanse onderneming niet alleen schadeloosstelling geeft aan eisers, maar aan alle dwangarbeiders die voor het bedrijf hebben gewerkt. De verwachting is dat dit resultaat gevolgen zal hebben voor vergelijkbare rechtszaken die nog in behandeling zijn. Maar het is twijfelachtig of de nu gesloten overeenkomst invloed zal hebben op de rechtszaak die Nederlandse kampslachtoffers tegen de Japanse overheid hebben aangespannen. De Nederlanders werkten merendeels niet voor een particulier bedrijf, maar zaten in kampen van het Japanse leger. De Japanse overheid stelt dat de oorlogserfenis op regeringsniveau is geregeld, waarbij in de jaren vijftig schadeloosstelling aan Nederlandse slachtoffers is uitgekeerd.

De rechtszaak tegen Kajima begon vijf jaar geleden. Elf voormalige dwangarbeiders en nabestaanden van dwangarbeiders die tijdens de oorlog zijn omgekomen, eisten schadeloosstelling voor mishandelingen en dwangarbeid tijdens de oorlog bij het werk aan een project in Hanaoka, in het noorden van Japan. De naam Hanaoka is berucht in Japan omdat de Chinezen in juni 1945 in opstand kwamen onder leiding van Geng Zhun, een van de elf eisers. Bij de opstand werden vier Japanners vermoord. Het Japanse leger sloeg de opstand hardhandig neer.

Kajima zal ruim 11 miljoen gulden in een fonds storten voor alle 986 Chinezen die in Hanaoka te werk zijn gesteld. Bijna de helft van hen heeft de oorlog niet overleefd, maar ook hun nabestaanden komen in aanmerking. Het fonds is bedoeld voor steun in levensonderhoud, medische behandeling en studie. Het beheer komt in handen van het Chinese Rode Kruis en negen toezichthouders die de eisers zelf aan zullen wijzen.

De elf eisten aanvankelijk slechts ruim een miljoen gulden voor zichzelf. De rechtbank in Tokio wees deze eis in 1997 af. In hoger beroep droeg het gerechtshof beide partijen op tot een vergelijk te komen. De krant Asahi verwelkomt de overeenkomst vandaag in een commentaar en hoopt dat dit de eerste stap is in het ,,verwijderen uit de Japanse samenleving van de doorn, genaamd oorlogscompensatie''.

    • Hans van der Lugt