Bush sr. klaagt over gebrek aan euforie

Zijn de Amerikanen al moe van het inmiddels drie weken durende gevecht om de verkiezingsuitslag? George Herbert Walker Bush wel, David Letterman niet. De rest van de kiezers is verdeeld langs partijlijnen.

Iedereen heeft zo zijn problemen in deze `derde week van de Amerikaanse verkiezingen', zoals de hofnar van CBS, David Letterman, het lot van de natie vannacht omschreef. Tegen een achtergrond van twaalf vlaggen.

Papa Bush bijvoorbeeld. Hij werd door NBC ondervraagd over hoe hij deze weken zonder uitslag heeft beleefd. Traumatisch. De oud-president zag er uit alsof hij er geen oog van had kunnen dichtdoen. Misschien was hij slaperig – hij had net zijn zeilboot afgemeerd om de kijkers in een fel turkooizen blouse toe te spreken.

Hoe had hij de verkiezingsnacht ervaren? De familie Bush had een uur van euforie beleefd toen George W. was uitgeroepen tot winnaar. ,,Sindsdien hebben we geen euforisch moment meer beleefd.'' Bush' gezicht sprak boekdelen over het leed dat zijn clan is aangedaan. Hij vermeed net te zeggen wat hij van Al Gore dacht. Eigenlijk wilde hij helemaal ,,hier buiten blijven, daarom hebben Barbara Bush en ik ons tot nu toe ook van commentaar onthouden. De mensen die ons in de zondagse praatprogramma's vertellen wat wij moeten denken, gaan daar toch mee aan de loop.''

Bush, vice-president onder Reagan en zelf president van 1989 tot 1993, verwacht dat het land niet blijvend zal lijden onder deze periode. ,,Het is een taai land. Het zal de rijen sluiten.'' En krijgt uw zoon dat voor elkaar? ,,Ik zit hier niet om over dit soort dingen te praten. Ik ben al verder gegaan dan ik van plan was. Ik wil over de George Herbert Walker Bush Fishing Competition en de George Herbert Walker Bush Library vertellen.''

Maar hoe vindt u dat uw twee zonen het doen? [De ander, Jeb, is gouverneur van Florida. Hij heeft zich ook schuil gehouden voor de media. Tot gisteren, toen hij zei het parlement van Florida te bewonderen als het zelf George W. Bush als winnaar aanwijst.] Papa Bush bijt even op zijn lip. ,,Ik kan dat niet beschrijven. Ik ben een emotionele kerel. Laat ik het in één woord vangen: trots.''

Wat een verschil met Al Gore, die gisteren voor de derde dag in successie over de Amerikaanse televisieschermen draafde. Fris geschoren en opgeruimd legde hij weer uit dat iedere stem er één is, en dat iedere burger er recht op heeft dat de zijne ook wordt geteld. Nee, hij had niet geleden onder het niemandsland van de afgelopen weken. Integendeel, eindelijk tijd om met zijn kleinzoon te spelen.

Maar Gore ging ook in de aanval, zonder vlaggen dit keer, zittend en pratend van man tot man. ,,Verouderde stemmachines staan in districten met lage inkomens. Daar is belastingopbrengst te laag om moderne apparatuur te kunnen kopen.'' Met andere woorden: de tactiek van Bush om het tellen van de onvolledig doorgedrukte stemmen in arme buurten te saboteren, is asociaal en antidemocratisch.

Het was een fervente poging zijn gelijk te zoeken bij de publieke opinie, nu zijn advocaten steeds verder vastlopen in het obstructiemoeras van de Bush-juristen. ,,Het is makkelijker een rechtszaak te vertragen dan verder te brengen'', zei Gore's advocaat W. Dexter Douglass. De Bush-campagne zegt steeds dat Amerika er moe van is. Maar waarvan precies?

The New York Times deed vanmorgen verslag van een opiniepeiling die suggereert dat het volk helemaal niet zo massaal genoeg heeft van deze wekenlange strijd om de laatste stemmen. Het publiek is net zo scherp verdeeld als op de verkiezingsdag. Gore-stemmers geven Gore gelijk dat hij doorknokt. Bush-aanhangers vinden het welletjes en willen dat de Republikeinse regering zich opmaakt de sleutels van het Witte Huis over te nemen.

Kandidaat vice-president Dick Cheney gaat daar gestaag mee verder. In zijn woonplaats McLean, even buiten Washington, heeft hij een `overgangs'-kantoor voor Bush geopend. Op zijn eerste Washingtonse persconferentie stond hij voor zo veel vlaggen (veertien) te spreken, dat sommigen zich afvroegen of hij misschien zelf president werd. Gisteren had hij nog maar twee vlaggen bij zich.

Morgen reist Cheney met gepensioneerd generaal Colin Powell naar de Bush-ranch in Texas, ,,om te spreken over het overgangsproces''. Powell zou minister van Buitenlandse Zaken worden. Volgens het december-nummer van The New York Review of Books is Powell een bureau-generaal, de vader van Amerika's obsessie met de veiligheid van de eigen troepen. ,,Powell is de hoogste prijs die we betalen voor een Bush-overwinning'', schrijft Tony Judt uit Zagreb: als het aan de generaal ligt blijven er zoveel mogelijk mannen veilig thuis. En onttrekt Amerika zich aan zijn rol in de wereld.

Bush staat graag naast hem. Als zij Gore in Florida kunnen begraven onder de niet-getelde kuiltjesbiljetten, zullen Bush en Powell samen nog heel wat erewachten inspecteren. De vlag is veilig.

dossier amerikaanse verkiezingenwww.nrc.nl