Beroepsdakloze

,,De daklozenkrant!'' Vlak voor ik de supermarkt kan inglippen, heeft hij me toch gezien. De bedelaar die al anderhalf jaar de ingang blokkeert. Helbleek. Met vernauwde pupillen. Op ziekenfondskrukken. Hij leeft vooral van lieve AOW-ouwetjes, simpele zielen die nooit zouden raden dat hij al hun geld door zijn aderen jast, ergens veilig thuis, in een gerieflijke bouwval met lage huur.

Ooit zag zag ik hem langsfietsen, met een dik pak kranten in zijn fietstassen en zijn krukken onder de arm.

Nooit heb ik van hem wat gekocht. Maar ook al hangt er net een klant om zijn nek – ,,Gottegot jongen, wat zal je het koud hebben 's nachts'' – over haar schouder grijnst hij me alweer toe, immer klaar voor zijn tartende: ,,De daklozenkrant!'' Ik weet het: aan de overkant zit een supermarkt zonder beroepsdakloze. Maar ik verdom het. Ik was er het eerst.