Aids kwam er, geen vrede

Ruim acht jaar geleden gingen Nederlandse mariniers naar Cambodja. Een aantal is nog steeds ziek als gevolg van hun uitzending.

OP DONDERDAG 17 APRIL 1975 trokken duizenden guerrillastrijders van de Rode Khmer de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh binnen en kwam een eind aan een burgeroorlog die sinds 1970 aan 700.000 mensen het leven had gekost. Binnen enkele dagen werd Phnom Penh ontruimd en veranderde Cambodja in een spookland, waar de `Angkar' – de `Organisatie' onder leiding van Pol Pot – over leven en dood besliste. In de jaren erna lieten anderhalf tot twee miljoen mensen het leven op de killing fields. Er kwam een einde aan de terreur toen Vietnamese troepen binnenvielen en Cambodja tien jaar bezetten.

In maart 1992 beleefde Cambodja opnieuw een invasie van vreemde troepen, afkomstig uit meer dan honderd landen en ditmaal met vreedzame bedoelingen. Het ging om 21.000 militairen en burgerpersoneel van de United Nations Transitional Authority for Cambodia (UNTAC). Belangrijkste doel van UNTAC was het organiseren van verkiezingen, die in mei 1993 plaatsvonden. Bijna 90 procent van de kiezers kwam opdagen; in november vertrokken de laatste blauwhelmen.

,,Het is nog te vroeg om een definitief oordeel te vellen over de vraag of de lang verwachte vrede nu over Cambodja is neergedaald'', schreef militair historicus dr. D.C.L. Schoonoord in zijn in 1993 verschenen herdenkingsboek Mariniers in Cambodja over de Nederlandse inbreng in UNTAC. Inmiddels is die vraag beter te beantwoorden: Cambodja lijdt nog steeds. Drie jaar geleden trok sterke man Hun Sen gewapenderhand alle macht naar zich toe, gewelddaden vinden nog plaats, schendingen van mensenrechten blijven veelal ongestraft, voormalige Rode Khmer-leiders lopen ongemoeid rond en er heerst corruptie en ambtelijke willekeur. Cambodja is nog steeds een van de armste landen ter wereld.

Vraag aan premier Hun Sen wat de belangrijkste bijdrage is geweest van UNTAC aan zijn land, en zijn cynische antwoord luidt: aids. Dat mag bizar klinken, maar wie onlangs de door de IKON uitgezonden Deense documentaire Einde Oefening heeft gezien, is minder verrast. De invasie van duizenden soldaten en hulpverleners had een ontwrichtende invloed op de samenleving, waar voor de goedverdienende buitenlanders alles te koop was. Sommige contingenten hadden geen of nauwelijks militaire training gehad en gedroegen zich ongedisciplineerd of ronduit barbaars. Wat erger is, zijn de sporen die UNTAC blijvend heeft achtergelaten: buitenechtelijke kinderen, drugsverslaving en verspreiding van het hiv-virus. Sinds 1992 is het aantal aidspatiënten explosief gestegen. Volgens de Cambodja-deskundige Nate Thayer, de journalist van Far Eastern Economic Review die Pol Pot interviewde voor diens dood in 1998, was de UNTAC-missie een ,,model failure''.

Die conclusie trok historicus Schoonoord in 1993 (nog) niet, maar ook in zijn boek schetste hij een onthullend beeld van de soms duistere politieke besluitvorming in en over Cambodja, de stroperigheid van de VN-bureaucratie en de onmacht van de blauwhelmen. Hoewel ook zij in 1991 het Parijse vredesakkoord ondertekende, deed de Rode Khmer uiteindelijk niet mee aan de verkiezingen en weigerde zij de wapens neer te leggen.

Klazien van Brandwijk (49) heeft de moeilijke en soms levensgevaarlijke werkomstandigheden aan den lijve ervaren. In totaal werden 2.698 Nederlandse militairen naar Cambodja gezonden, van wie 2.288 mariniers. Als humanistisch raadsvrouwe bij het Korps Mariniers kwam Van Brandwijk in december 1992 aan op de Nederlandse basis Sisophon – zeer tegen de zin van bataljoncommandant Patrick Cammaert, die geen vrouwen aan het front wilde. Ook Van Brandwijk heeft de Deense documentaire over UNTAC gezien, en, zegt ze, het beeld dat daarin wordt gegeven is ,,zeker niet overdreven''. Toch denkt ze aan Cambodja terug als ,,een fantastische tijd'' en zou ze ,,net als de meeste Cambodjagangers'' dolgraag nog eens terug gaan. Ze vertelt over de gesprekken die ze als hulpverleenster heeft gevoerd met mariniers, over de opvang van gewonden, over de contacten met de bevolking; over de vrolijke maar ook emotionele en intieme momenten, ver weg van huis.

Dat Van Brandwijk nooit terug is gegaan, heeft te maken met de ziekte die zij in Cambodja opliep en die medici traceren onder de noemer Post Cambodja Klachten Complex, omdat ze de precieze oorzaken en de factoren voor instandhouding niet kunnen achterhalen. Van Brandwijk, die twee jaar geleden uit dienst ging, klaagde na terugkeer over chronische vermoeidheid en nog steeds is ze uiterst bevattelijk voor infectieziekten. Uit onderzoek van de Universiteit van Nijmegen bleek dat twee jaar geleden 17 procent van de Cambodja-veteranen nog steeds last heeft van vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen en vergeetachtigheid. Van Brandwijk vermoedt dat de klachten voortkomen uit het slikken van het anti-malariamiddel Lariam of uit de vele vaccinaties die zij voor vertrek kreeg, hoewel de Nijmeegse onderzoekers dat verband vijf jaar na dato niet meer hebben kunnen aantonen.

De afgelopen jaren heeft Van Brandwijk in de zogenoemde `groep van 27' een voortrekkersrol gespeeld in de strijd om erkenning van de ziekte bij Defensie. Nu die erkenning is gekomen, zet ze een streep onder dat verleden. Vorige week is de `groep van 27', in feite 35 man, voor het laatst bijeen geweest. Volgend voorjaar is er nog een symposium waar ook het binnenkort te publiceren vervolgrapport uit Nijmegen zal worden besproken.

Overigens is het tussen Cammaert, thans commandant van de VN-missie in Ethiopië en Eritrea, en Van Brandwijk helemaal goed gekomen. Nadat zij tijdens beschietingen had getoond `een wijf met kloten' te zijn, had Cammaert haar bij zich geroepen en was met haar aan de eettafel gaan zitten, demonstratief in het front van de manschappen. Vorig jaar op een reünie vertelde Cammaert dat hij in Cambodja was geweest en dat tachtig procent van wat ze daar gebouwd hadden, er nog stond. Cammaert had Van Brandwijk al veel eerder gebeld: ,,Je raadt nooit wat er nu in jouw hut in Phum Nimmith staat: een boeddha.''