Turner-prijs voor Tillmans

De Duitse fotograaf Wolfgang Tillmans heeft gisteravond in Londen de Turner-prijs gekregen, de prestigieuze jaarlijkse Britse prijs voor moderne kunst, waarbij een cheque van 20.000 pond (74.000 gulden) hoort. Tillmans (32) is de eerste fotograaf die de zestienjarige prijs wint. Dat zorgde alsnog voor enige sensatie rond de Turner-prijs, die dit jaar als `mak' is afgedaan wegens het ontbreken van omstreden kunst en artiesten op de short list. De andere genomineerden die de bekendmaking tijdens het traditionele mega-toetje van het Turner-diner in Tate Britain bijwoonden waren de Nederlandse schilder Michael Raedecker, de Britse schilder Glenn Brown en de Japanse installatiebouwster Tomoko Takahashi.

Tillmans debuteerde met foto's van zijn vrienden-scene in trendy bladen als i-D Magazine en werkte voor de Britse daklozenkrant The Big Issue. Hij gaf verscheidene boeken uit, waaronder een met foto's van het supersonische verkeersvliegtuig Concorde en een boek waarin hij krantenknipsels van oorlogsgeweld en `hedendaagse soldaten' verzamelde. Critici roemen de `geconstrueerde spontaniteit' van zijn foto's die de indruk wekken van snapshots maar in werkelijkheid precies zijn gecomponeerd.

De jury, geleid door Sir Nicholas Serota, algemeen directeur van de Tate, zei ,,onder de indruk te zijn van Tillmans' vermogen te kijken naar alledaagse objecten die normaal geen aandacht krijgen en daarvan treffende beelden te maken''.

Een kleine groep kunstenaars demonstreerde gisteren verkleed als clowns op de trappen van de Tate omdat de prijs ,,een nationale grap'' zou zijn. De Stuckists, zoals ze zichzelf noemen, eisten dat de prijs `traditionele vaardigheden van schilders en beeldhouwers' bekroont in plaats van conceptuele kunst. Anderen vroegen zich echter af of de Stuckists voor hun protest wel het beste moment hadden gekozen. Juist dit jaar waren er twee schilders genomineerd, iets wat in geen jaren is voorgekomen.

Serota heeft protesten weggewuifd tegen het grote aantal buitenlanders op de shortlist voor een prijs die bedoeld is om een `Britse' kunstenaar te eren. Alleen Brown is een Brit, de anderen werken in Londen. Volgens Serota onderstreept de lijst zo juist dat Londen ,,een toonaangevend centrum voor beeldende kunst'' is.

The Times probeerde de prijs op de valreep nog van een schandaaltje te voorzien door te `onthullen' dat Glenn Brown zijn schilderij The Love of Shepherds 2000 had gekopieerd van een schilderij van Tony Roberts, dat als omslag heeft gediend voor een sciencefiction-boek. Kopiëren is echter Browns handelsmerk. Hij wil ermee aantonen dat veel kunstervaringen `tweedehands' zijn. Bovendien had Brown Roberts uitdrukkelijk als bron vermeld. Roberts, gisteren aanwezig in de Tate, zei geen moeite te hebben met Browns, maar wel ,,geïnteresseerd'' te zijn als hij er een fortuin aan verdient.