Stembus in Israël

PREMIER BARAK van Israël durft het toch aan. Komend voorjaar worden er in Israël vervroegde verkiezingen voor het premierschap en het parlement gehouden. Over de datum wordt nog gesteggeld. Maar Barak is met zijn aankondiging gisteren hoe dan ook tegemoetgekomen aan de eis van de oppositie. Het is zelfs niet uitgesloten dat de sociaal-democratische premier zal instemmen met een interim-kabinet op bredere basis dan de huidige, hoewel regering en oppositie nog mijlenver van elkaar verwijderd zijn over de voorwaarden daarvoor. Barak is op zichzelf niet tegen een regering van nationale eenheid, maar weigert de oppositie het vetorecht waarom ze vraagt.

De tussentijdse verkiezingen in Israël zijn onvermijdelijk geworden, nu het gewelddadige conflict in de Palestijnse gebieden en Israël politiek steeds onbeheersbaarder blijkt te zijn. Dat Barak het aandurft om juist nu naar de stembus te gaan, bewijst dat het land een stevig democratisch fundament heeft. In nagenoeg alle andere brandhaarden in de wereld worden bij voorkeur geen verkiezingen gehouden.

Maar het gebrek aan perspectief op ten minste regulering van het geweld brengt wel een risico met zich mee. Want de Israëlische samenleving vertoont meer en meer politieke scheuren. Links en rechts staan allerhande stromingen tegenover elkaar: seculieren tegenover religieuzen, duiven versus haviken, stedelingen contra kolonisten, Arabieren tegenover joden. De scheidslijnen lopen bovendien dwars door elkaar heen. Om die via verkiezingen op politiek niveau enigszins te verzoenen, is een titanenarbeid. Bovendien is het Israëlische kiessysteem nogal hybride. De stemgerechtigden kiezen niet alleen een parlement, maar ook hun premier, zodat de meerderheid in de volksvertegenwoordiging haaks kan staan op de keuze voor de eerste man in de uitvoerende macht.

IN DEZE omstandigheden moeten de verschillende partijen komende maanden campagne voeren. Premier Barak van de Arbeidspartij moet daarbij opboksen tegen het beeld dat hij geen meerderheid onder de bevolking meer heeft. Zijn voornaamste troef is zijn positie ten opzichte van de Palestijnse leider Arafat, met wie hij een slechte relatie heeft. De oppositie op haar beurt heeft nog niet eens een leider. Fractieleider Sharon van Likud moet eerst nog afrekenen met zijn rivaal Netanyahu. Of omgekeerd.

Talloze politieke manoeuvres en intriges liggen derhalve nog in het verschiet. De Palestijnse leiding zal zich daarbij bovendien niet onbetuigd laten.

Hopelijk zullen de verkiezingen volgend jaar enige duidelijkheid verschaffen over de koers die de Israëlische bevolking voor ogen heeft. Maar veel meer dan hoop op het doorbreken van de impasse kan niet worden gekoesterd.