Rusland weet zich geen raad met zijn imperiale ambities

Oorlog in Tsjetsjenië? Is die dan nog niet voorbij? President Poetin van Rusland heeft dat, voor zijn glorieuze verkiezing in maart dit jaar, toch beloofd? Nee, de oorlog in Tsjetsjenië is allerminst voorbij. Integendeel, de oorlog begint langzamerhand alle klassieke conventies te logenstraffen.

Volgens de militaire leiding slinkt het aantal rebellen gestaag. Maar begin deze week zijn binnen een etmaal toch weer tien Russische soldaten omgekomen in hinderlagen van de Tsjetsjeense rebellen. Ze waren niet de eersten die sneuvelden voor hun nummer. Niemand weet hoeveel Russische jongens er in de `politionele actie' sinds september 1999 zijn omgekomen. Afgaande op de officiële cijfers – volgens president Poetin zijn er sinds het begin van de operatie veertien maanden geleden 2600 soldaten omgekomen – zijn dat er ruim zes per dag.

In de buurrepubliek Ingoesjetië zijn ondertussen honderdduizenden vluchtelingen hun tweede winter met tenten en zonder water ingegaan. Hun perspectief op terugkeer wordt met de dag groezeliger, hun gezondheidstoestand in hetzelfde tempo slechter.

Dat is dramatisch voor de nabestaanden en de verdreven burgers. Elders in Rusland draait men zich niettemin liever om of haalt men de schouders op over de bijverschijnselen van een campagne, die door brede lagen wordt gesteund. Pijnlijker is daarom dat Moskou tot nu toe geen blijk geeft een coherent plan te hebben om de oorlog te beslechten.

Het afgelopen jaar heeft Poetin, als premier en vervolgens als president, talloze varianten beproefd. Voordat Poetin aankondigde de republiek rechtstreeks te gaan besturen, heeft hij Tsjetsjenië, indachtig de NAVO in Joegoslavië, eerst vanuit de lucht platgebombardeerd. Grozny is nu een ruïne à la Dresden of Coventry. Het mocht niet baten. Grozny is niemandsland gebleven. In de bergen bleek het strijdtoneel zelfs nog minder overzichtelijk.

Vervolgens heeft Poetin zijn kaarten gezet op lokale bondgenoten, die tot taak kregen de rebellenleiders uit elkaar te spelen en de bevolking aan zich te binden. Voormalig burgemeester Gantamirov van Grozny werd uit zijn cel in Moskou, waar hij wegens fraude gevangen zat, losgelaten en naar de Kaukasus gestuurd om eigen milities te vormen. Bijna tegelijkertijd benoemde Poetin de Tsjetsjeense moefti Kadyrov, die in de eerste oorlog (1994-'96) aan separatistische zijde streed, tot bestuurshoofd van het gebied.

Het resultaat was nul komma nog iets. Want Gantemirov en Kadyrov bestrijden sinds hun promotie vooral elkaar, proberen onder auspiciën van Moskou de (materiële) belangen van zichzelf en die van hun clans veilig te stellen en zitten ondertussen de Russische gewapende macht danig dwars. De Russische militairen op hun beurt raken in dit wespennest, waar vooral 's avonds en 's nachts achter elke boom gevaar loert, meer en meer van god los. De `zuiveringen' in de dorpen en stadjes tarten nagenoeg elke verbeelding en zijn in strijd met de ook door Rusland onderschreven internationale verdragen, zoals de plaatselijke correspondente van het dagblad Kommersant met enige regelmaat beschrijft.

Ruim een week geleden heeft Poetin de aanval geopend op zijn eigen officieren, nadat die kort daarvoor al een andere beker (een drastische reductie van het leger) hadden moeten leegdrinken. Op een bijeenkomst met de militaire leiding veegde de president de generaals de mantel uit wegens hun onvermogen de operatie tot een goed einde te brengen. In zijn woorden klonk zelfs twijfel door. Een ,,overwinning tegen elke prijs'' is niet nodig. Om te voorkomen dat Tsjetsjenië het ,,bruggenhoofd'' wordt voor een ,,aanval op de Russische Federatie'' moeten ,,politieke middelen'' worden aangewend.

Gisteren ten slotte heeft Poetin het laatste konijn uit de hoed getoverd. In Moskou is een nieuw ministerie voor Tsjetsjenië opgericht. Tot minister van dit departement is een Rus benoemd: adjunct-directeur Jelagin van het Staatsbouwbedrijf. Hij wordt bijgestaan door een Tsjetsjeense Moskoviet die bekend is als baas van de lotto.

De benoemingen zijn regelrechte klappen in het gezicht van moefti Kadyrov, die een half jaar geleden nog als de verlosser werd binnengehaald. Jelagin moet de betonmolens in Grozny aan de praat krijgen: een even eervolle als hopeloze opdracht.

Kortom. Wie alleen luistert naar de retoriek ontdekt in het Kremlin een rechte lijn. Wie anders luistert, kan er geen touw meer aan vastknopen.

Dat is op zichzelf al erg genoeg. Ernstiger is dat de Tsjetsjeense rebellen dat haarfijn doorhebben. De separatisten zijn geen denkers en schrijvers. Ze moeten het hebben van hun militaire en meedogenloze alertheid. Onlangs heeft een van de guerrilleros uit de eerste Tsjetsjeense oorlog niettemin zijn licht op het conflict laten schijnen. De auteur is Noechajev, een strijder en oliehandelaar, die de hoofdrol had in de verbluffende film The making of an emire van de Nederlandse cineast Jos de Putter.

Noechajev — geboren in de steppen, waarheen Stalin de Tsjetsjenen in 1944 deporteerde wegens vermeende collaboratie met de nazi's — heeft een blauwe maandag rechten gestudeerd in Moskou, todat hij ontdekte dat het een lucratiever bijbaantje was om mensen ,,te lossen'' dan goederentreinen. Wat Noechajev nu omhanden heeft, is onbekend. Maar zijn essay David en Goliath, of de Russisch-Tsjetsjeense oorlog door de ogen van een `barbaar' is verbijsterend, niet alleen voor de Russische beer die ,,opnieuw zijn verschrikkelijke klauwen uitgeslagen'', maar ook voor ons in het Westen.

Volgens Noechajev is de oorlog in de Kaukasus een oorlog tussen een op de zee gerichte stedelijke wereld, waarin Poetin oorlog voert zonder dat zijn familie wordt geraakt, en een traditionele clanmaatschappij gebaseerd op bloedverwantschap. Daarom is Noechajev tevreden met de verwoesting van Grozny. Als de Russische luchtmacht dat niet had gedaan, hadden de Tsjetsjenen het zelf ter hand moeten nemen. Daarom voert David volgens hem geen oorlog tegen de Russen maar tegen al die Goliaths: die `vereuropeaniseerde' Filistijnen in en buiten Rusland.

De beschouwing is krankzinnig. Maar Noechajev heeft desondanks een mesje gezet in een etterende wond. Rusland weet zich geen raad met zijn eigen imperiale ambities en zwalkt daarom heen en weer tussen aanpassing en eigenheid.

Voor Noechajev is `barbaar' een geuzentitel. Voor de politieke oplossing, waarom Poetin smeekt, is steeds minder ruimte.

Hubert Smeets is redacteur van NRC Handelsblad