`Nieuwe economie bestaat, ook in EU'

De nieuwe economie bestaat toch, en niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in Europa. Informatie- en communicatietechnologie is verantwoordelijk voor een vijfde tot een kwart van de economische groei in de EU. ,,Dit rapport levert ons het eerste bewijs'', aldus de woordvoerder van Eurocommissaris Pedro Solbes (Economische en Monetaire Zaken), wiens staf de vanmiddag gepresenteerde studie `The EU Economy 2000 Review' heeft uitgevoerd. Het rapport spreekt over ,,dezelfde drijvende krachten van productiviteitsgroei'' die in de Verenigde Staten zichtbaar zijn.

Eurocommissaris Solbes heeft zich tot nu altijd voorzichtig uitgelaten over een mogelijke `nieuwe' economie in de Europese Unie. Een `nieuwe' economie betekent een hogere productiviteitsgroei, die de combinatie van hoge economische groei, lage werkloosheid en matige inflatie mogelijk maakt. In het rapport is met name het effect van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) op de economie geanalyseerd, waarbij wordt gewezen op de beslissende invloed hiervan op de Amerikaanse economie na 1995.

Volgens de onderzoekers droegen investeringen en technische vooruitgang in informatie- en communicatietechnologie in de tweede helft van de jaren negentig gemiddeld 0,5 tot 0,7 procentpunt per jaar bij aan de economische groei in de Europese Unie, tegen nog geen 0,3 procentpunt per jaar in de periode 1992-1994. Het EU-cijfer ligt hiermee nu iets hoger dan dat van de VS in de eerste helft van de jaren negentig. ,,Ofschoon de EU achterligt bij de VS, is de kloof niet zo significant en kan de achterstand zeer snel worden ingehaald'', zo staat in het rapport. De ICT droeg in de periode 1995-1999 volgens het rapport 0,2 tot 0,3 procentpunt per jaar bij de aan de groei van de arbeidsproductiviteit.

De Europese achterstand op de VS van bijna een half decennium wordt weerspiegeld in de kloof bij investeringen in ICT. In de EU waren de uitgaven aan ICT in 1999 gelijk aan 7 procent van het bruto binnenlands product, terwijl die in de VS op 8 procent lagen. In de eurozone maakt de toegevoegde waarde van de ICT-sector 4,2 procent van het bbp uit, tegen 6,8 procent in de VS. De kloof is minder groot in de communicatietechnologie (mobiele telefonie) dan in de informatietechnologie. In enkele kleinere landen (Ierland, Zweden, Nederland en Finland) met een relatief belangrijke ICT-sector is de bijdrage van ICT aan de economische groei groter dan in andere EU-lidstaten. Ierland ligt zelfs voor op de VS.

Volgens coördinator Servaas Deroose zijn de onderzoekers ervan ,,overtuigd'' dat het werkloosheidsniveau waarbij inflatie de kop opsteekt daalt, wat ook wijst op een `nieuwe' economie. De onderzoekers zien voltooiing van de interne Europese financiële markt en ook meer scholing als belangrijke instrumenten om de verspreiding van ICT te bevorderen. Net als in de VS is ook in de EU nog onduidelijk of de groei-impuls van de `nieuwe' economie een tijdelijk verschijnsel is. Maar ook als het tijdelijk is, moet het beleid er volgens de onderzoekers op inspelen. Juist door scholing en specialisatie hebben de VS volgens de onderzoekers een comparatief voordeel gekregen in ICT, wat wordt weerspiegeld in een exportoverschot.