Muzzik - en verder?

KABEL-TV WORDT stukken duurder, waarschuwt de branche-organisatie Vecai. Aanleiding is een beslissing van de onafhankelijke toezichthouder op de telecommunicatiesector OPTA. Deze heeft bepaald dat een kabelexploitant verplicht is de commerciële tv-zender Muzzik een plaatsje te geven in het standaardpakket tegen betaling van een vergoeding aan de aanbieder. Als dat de trend wordt, zullen de kabelbedrijven wel worden gedwongen de kosten door te berekenen aan de abonnees. En dat kan oplopen, want het gemiddelde abonneetarief van ƒ22,- is zo ongeveer het laagste van Europa.

Het gevolg van de waarschuwing was voorspelbaar: mondelinge vragen in de Tweede Kamer. De eerst-aangesproken staatssecretaris Van der Ploeg (mediazaken) was gisteren tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Kamer niet onder de indruk. Hij heeft al eerder erkend dat de kabeltarieven weinig rek hebben. Maar Muzzik is slechts een centenkwestie; nu ja, een dubbeltje per maand of zo. Geen reden voor hem om de prijsmaatregel die hij wettelijk achter de hand heeft, in te zetten.

Er is echter een snag, zoals de Angelsaksisch gevormde bewindspersoon voor mediazaken zal moeten erkennen. De muziekzender Muzzik staat voor meer. Bij de kabelexploitanten groeit de aandrang om de standaardtarieven naar boven bij te stellen. Gezien Van der Ploegs eigen diagnose is dat niet vreemd. Aan de andere kant is hij gecommitteerd aan de evenzeer valide stelregel van zijn voorganger Nuis, dat méér betalen voor hetzelfde niet acceptabel is. Een extra complicatie is dat de kabelexploitatie weliswaar geliberaliseerd is, maar in feite nog steeds een monopolie vormt. Dat is verdacht, potentiële prijsmaatregel of niet.

HOE NU verder? Dat was natuurlijk de werkelijke inzet van het vragenuurtje. De oplossing is duidelijk – en Kamerbreed al eerder naar voren gebracht. Als er sprake is van extra vergoedingen bovenop het basispakket, dan moet de consument individueel kunnen kiezen. Net zoals iedereen zelf beslist welk tijdschrift hij of zij bij zijn krant neemt, zonder de programmaraden die met hun twijfelachtige representativiteit de kabelkeuze vertroebelen. Daarvoor is bij de kabel een decoder, een kastje dat rekeningkijken op de televisie mogelijk maakt, nodig. En die blijft maar uit.

Wat doet Van der Ploeg aan deze elementaire impasse? ,,De overheid kan niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten'', was zijn antwoord. Een duidelijker verwijzing naar het belendende departement van Economische Zaken, waar minister Jorritsma (VVD) de kabelexpoitanten koestert (en vice-versa), is moeilijk denkbaar. De ondernemer in kwestie is echter een monopolist. In het geval van de internettoegang via de kabel heeft Van der Ploeg na veel gepalaver een opening weten te maken. Maar de doorgifte van omroepprogramma's is nog steeds de kernactiviteit van de kabel.

Algemene bespiegelingen over digitalisering die de bewindsman heeft toegezegd, zijn niet voldoende. Het gaat om de decoder. Daarop wordt ook politiek afgerekend.