`Minderheden minder sturen en meer faciliteren'

De rol van de overheid ten aanzien van allochtonen zal in de komende jaren steeds meer faciliterend in plaats van sturend zijn. Hierdoor zal, meer dan nu het geval is, de nadruk komen te liggen op de verplichtingen en verantwoordelijkheden van etnische minderheden.

Dit schrijft hoogleraar sociale wetenschappen Han Entzinger in het rapport Integratie: hoe staan we er voor? Hij was de afgelopen vijftien jaar een belangrijke adviseur van de overheid voor het minderhedenbeleid. Hij schreef het rapport in opdracht van het Nederlands Centrum Buitenlanders.

Volgens Entzinger zal de overheid zich in de toekomst minder richten op de bescherming van de zwakken en meer op de ,,activering en toerusting voor participatie''. De overheid schept mogelijkheden en ,,mag vervolgens inzet verwachten om deze faciliteiten ook daadwerkelijk te benutten''.

Entzinger trekt een lijn door die al langer zichtbaar is. Eind jaren tachtig werd het specifieke doelgroepenbeleid voor minderheden vervangen door een algemener achterstandsbeleid. De overheid richtte zich sindsdien niet meer op bepaalde groepen, maar op individuen met bepaalde problemen op bepaalde terreinen. Entzinger noemt de veranderingen van het beleid in de afgelopen tien jaar een ,,kentering van minderhedenbeleid gericht op `zorgcategorieën' naar een integratiebeleid gericht op participatiebevordering van individuen met hun eigen kansen en zelfstandigheid''.

Volgens Entzinger is het van belang het algemene beleid ,,te sensibiliseren, door het gevoeliger te maken voor de cultuurspecifieke behoeften van (personen uit de) allochtone bevolking.'' Dit sluit volgens hem goed aan bij een andere trend: de decentralisering. De afgelopen tien jaar is het integratiebeleid in toenemende mate overgedragen aan lokale overheden.