Frances McDormand

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Frances McDormand, die bekend werd dankzij de films van haar echtgenoot Joel Coen en vanaf deze week is te zien in de `new director's cut' van hun beider debuutfilm `Blood Simple'.

Haar beroemdste uitspraak dateert van de Oscaruitreiking voor de beste vrouwelijke hoofdrol in Fargo (1996). Frances McDormand merkte toen beschaafd op ,,dat het feit dat ze het bed deelde met de regisseur'' mogelijkerwijs iets te maken had met het krijgen van de rol van de onverschrokken, hoogzwangere agente Marge Gunderson. De filmografie van Frances McDormand (Illinois, 23 juni 1957) is nauw verweven met die van de filmende broers Joel en Ethan Coen. Ze debuteerde als de simpele Abby in hun debuutfilm Blood Simple (1984), die deze week in Nederland wordt heruitgebracht in een `new director's cut' die vier minuten korter is dan het door de broers ook al zelf gemonteerde origineel. Ze speelde daarna nog bijrollen in hun Raising Arizona (1987) en Miller's Crossing (1990). Joel Coen leerde ze kennen dankzij haar vriendin Holly Hunter, met wie ze op de theateropleiding van Yale had gezeten.

Zo'n twintig filmrollen heeft ze nu gespeeld, na haar televisiedebuut als Connie Chapman in de politieserie Hill Street Blues. Maar McDormand heeft weinig illusies over de sterstatus die dat haar heeft opgeleverd, ondanks een Oscar en nog een Oscarnominatie voor haar rol als zuidelijke huisvrouw in Alan Parkers Mississippi Burning (1988). Ze omschrijft zichzelf liever als een karakteractrice, die ondanks accenten (Texaans in Blood Simple, lijzig zuidelijk in Mississippi Burning en een curieus immigrantentaaltje in Fargo) en pruiken (blond in Fargo, sjiek donker in het nu nog in Nederland roulerende Wonder Boys) vooral probeert zich ook mentaal met een personage te identificeren.

De regisseurs die zij daarvoor uitkiest zijn dan ook precies diegenen die een hechte cast en ensemblespel prefereren boven een sterrenparade (en die juist daarom zo geliefd zijn bij de sterren): Robert Altman (Short Cuts, 1993), John Boorman (Beyond Rangoon, 1995) en John Sayles (Lone Star, 1996). Ze stond tegenover Richard Gere in Primal Fear (1996) en Michael Douglas in Wonder Boys (2000), die ze beiden de baas kon met haar onderkoelde en een beetje stoutige bravoure. De hoofdrol van een katholieke kostschooldirectrice in Madeline (1999) lag minder voor de hand, maar McDormand wist ook in haar eerste Hollywood-hoofdrol te overtuigen. Een vergelijkbaar streng personage is te verwachten in haar volgende film, waarin ze een moeder speelt die haar bedenkingen heeft bij de rock-carrière van haar zoon. De titel van de film vat bovenal McDormands eigen situatie samen: Almost Famous.