Drukke pleegvader weigert te solliciteren

Moet een werkloze pleegvader die negen kinderen opvoedt worden verplicht om een baan te zoeken? ,,Iedereen zegt dat we prachtig werk doen.''

Hij noemt de sociale dienst `bangig' en verwijt de gemeente Groningen een `kruideniersmentaliteit'. Pleegvader Bert Hiehle (54) heeft sinds februari vorig jaar een bijstandsuitkering, maar moet van de gemeente een baan zoeken voor twintig uur. Onmogelijk, zegt Hiehle, die met zijn vrouw Hennie al zeventien jaar lang pleegkinderen opvangt. Nu telt het gezin er negen: de jongste is vier en de oudste zestien. Ze zijn verdeeld over twee huurhuizen. In het derde huurhuis wonen nog eens vier meerderjarige pleegkinderen.

Hiehle vocht zijn sollicitatieplicht gisteren aan voor de Groninger bestuursrechter. Buitenshuis werken kan niet, vindt hij. ,,Negen pleegkinderen opvoeden is zwaar.'' Hiehle was tien jaar lang docent recht en adjunct-directeur van een mbo-school, toen hij zeven jaar geleden op wachtgeld kwam na een fusie. Vorig jaar stopte de wachtgelduitkering, waarop Hiehle bijstand kreeg. In een gesprek met een medewerker van de sociale dienst hoorde hij dat hij zich moest laten omscholen. ,,Op mijn leeftijd! Terwijl je op je 57ste bent vrijgesteld van sollicitatieplicht.'' Toen hij weigerde te solliciteren kreeg hij een maand een strafkorting van tien procent.

Het maatschappelijk belang vergt dat zijn arbeidsplicht wordt geschrapt, vindt hij. ,,In een kindertehuis met negen kinderen werken normaal zeven groepsleiders. Dat kost één tot drie miljoen gulden per jaar. Wij doen het voor een bijstandsuitkering.'' Zijn drijfveer? ,,Het feit dat je ziet dat het na verloop van tijd beter gaat met de kinderen. Onze pleegkinderen, van wie een aantal geestelijk en lichamelijk gehandicapt is, hebben allemaal deuken opgelopen. Wij proberen hun zelfbeeld op te krikken. Als je ze ziet opbloeien, geeft je dat energie.''

Woordvoerster Matty Fransen van de Groningse sociale dienst vindt dat Hiehle al soepel behandeld wordt. ,,Hij hoeft zich niet volledig beschikbaar te houden voor de arbeidsmarkt.'' Maar regels zijn regels, vindt ze. ,,De bijstand is bedoeld als vangnet.''

Zeventien jaar geleden besloten Hiehle en zijn vrouw, die werkte als gezinsverzorgende in `probleemgezinnen', twee kinderen in hun gezin met vier eigen kinderen op te vangen. Er zouden er velen volgen. Vaak doen pleegzorginstellingen een beroep op het gezin. Hiehle: ,,Vorig jaar vroegen ze of we er nog een kind bij wilden. Onze negende, een jongen van zes, die anders tot zijn achttiende in een tehuis had moeten blijven. Dit was zijn dertiende plek.''

Elke ochtend kwart over zes gaat de wekker in huize Hiehle. Vier zwakbegaafde kinderen moeten om half acht klaar staan voor de taxi die hen naar het speciaal onderwijs brengt. Drie kwartier later staat de ,,tweede lichting'' klaar: een groepje dat naar het basisonderwijs in de buurt wordt gebracht. Verder is het: praten met de maatschappelijk werker, kinderen naar het ziekenhuis brengen en halen, afwassen, boodschappen halen, verven, behangen, naar ouderavonden. Om kwart over twaalf stappen Hiehle en zijn vrouw pas in bed. Aan elkaar komen ze nauwelijks toe, laat staan aan kennissen of vrienden. ,,Maar dit werk geeft zoveel voldoening.''

Hiehle hoopt dat de rechter het maatschappelijk belang van zijn werk meeweegt. ,,Iedereen zegt dat we prachtig werk doen. De overheid hamert op het belang van vrijwilligerswerk en er is een schreeuwend tekort aan pleeggezinnen.'' En als de rechter vonnist dat hij een baan moet zoeken? Hiehle resoluut: ,,Dan weiger ik. Dan wordt mijn uitkering maar stopgezet.''