Anticyclonen

Nu de politiek er niet in slaagt een bruikbaar antwoord te geven op de manier waarop ons klimaat moet worden beschermd, komt de vraag op hoe ondernemers met zo'n impasse moeten omgaan. Een paar grote ondernemingen heeft laten weten teleurgesteld te zijn over de mislukking van de Haagse klimaatconferentie.

Van Shell en de Internationale Kamer van Koophandel zou je inderdaad niet anders verwachten. Maar zodra je even buiten deze `belangengroep' kijkt hebben ondernemingen de neiging om de invloed van het klimaat, respectievelijk het weer, op de resultaten voor lief te nemen. Producenten van frisdranken en roomijs toveren regelmatig `ongunstige weersomstandigheden' of `het slechte weer in de toeristengebieden' uit de hoed. Meestal betreft het hier excuses voor een fenomeen dat de concurrentie even hard treft. Merkwaardig is dat het omgekeerde, namelijk uitzonderlijk gunstige weersomstandigheden, zelden apart wordt vermeld. De verhouding tussen bestuurders en het weer hangt kennelijk af van toevalligheden.

De vraag is of een ondernemer het zich nog kan veroorloven om `weersomstandigheden' zomaar over zich heen te laten komen. De recente overstromingen in het zuiden van Engeland kosten ergens tussen 2,5 en 3 miljard gulden. Dit betreft alleen direct aanwijsbare schade. Naar de kosten van gemiste omzet is het raden. De vergelijking gaat ook op voor Zuid-Europa, dat te maken heeft met negatieve gevolgen van woestijnvorming, bosbranden en uitdroging.

Aandeelhouders en commissarissen worden onrustig. Wat is nog het verschil tussen anticyclonen en wisselkoersen? Veel raden van bestuur staan onder druk om weerrisico's te gaan managen. Deze uitdaging betreft – helaas voor sommigen – niet de beïnvloeding van het weer zelf. Het slaat meer op de wijze waarop van klimaatveranderingen en weersomslagen gebruik kan worden gemaakt. Het gaat dan zowel om risicomanagement als om het binnenhalen van een goed financieel resultaat.

Technisch gezien is dit geen probleem. In de Londense City en in de Verenigde Staten bestaat intussen een serie van financiële producten (opties, termijncontracten, etc.) die deze vorm van risicomanagement ondersteunen. Een voorbeeld is een zogenoemd hedgefonds, waarbij de investeerder zich kan indekken tegen een gedetailleerd beschreven weertype. De bank Société Générale heeft een matrix van veertig weertypes beschikbaar. Een andere mogelijkheid is de `swap', waarbij twee partijen risico's uitwisselen. Bijvoorbeeld een afspraak waarbij de ene partij betaalt in geval van overschrijding van een afgesproken gemiddelde temperatuur. De andere betaalt in geval van onderschrijding. Er bestaan mogelijkheden om opties te nemen op temperatuur-indexen. Binnenkort komen hier ook termijncontracten op de markt.

De Financial Times meldt dat de energiesector (gas, elektra) zich massaal stort op financiële instrumenten die met het weer te maken hebben.

Die belangstelling veroorzaakt een probleem van marktevenwicht. Mede als gevolg van het broeikaseffect is er meer kans op warme winters dan op koude. De vraag naar indekking tegen de voor energiebedrijven negatieve invloed van warme winters is dan ook veel groter dan die tegen koude.

Een tweede probleem is de toegankelijkheid van de gegevens. De meteorologische instituten zijn niet scheutig met details over metingen of ze sturen torenhoge rekeningen. Regelmatige en gedetailleerde rapportage over de temperatuur kost soms 5.000 gulden per jaar en nog eens dat bedrag als je ook de neerslag wilt weten. Dat maakt management van weerrisico's minder toegankelijk voor kleine ondernemingen.

De relevantie van dit soort management stijgt intussen snel. Een studie van de universiteit van het Britse East Anglia wijst bijvoorbeeld uit dat Noord-Europa garen kan spinnen bij stijging van temperatuur. Aangenomen wordt dat het aantal koude winters vanaf 2020 gehalveerd zal zijn. Hoewel de kans op overstromingen toeneemt, kan stijging van de temperatuur leiden tot hogere landbouw- en bosbouwopbrengsten, meer omzet in de bouw en een lagere energiebehoefte. Het spiegelbeeld wordt gevormd door Zuid- en Oost-Europa, waar het aantal ondraaglijk hete zomers in 2020 zou zijn verdubbeld. De studie verwacht ingrijpende negatieve gevolgen. De watervoorziening daalt met een kwart, de productie in de landbouw slinkt, de steden vervuilen en de toeristen blijven weg wegens de hitte.

Management van weerrisico's heeft in eerste instantie een vruchtbare voedingsbodem bij grote ondernemingen met navenant grote belangen. Maar daar is een klassieke uitdaging. Hoe de raad van bestuur te overtuigen om hier op grote schaal in te stappen? Vaak blijft het concept steken op het niveau van treasurers die daardoor maar een marginaal deel van de bedrijfsactiviteiten kunnen afdekken. Raden van bestuur vinden dat soort management vaak nogal zweverig en raar. Zij reageren doorgaans afhoudend.

Aan de andere kant is het duidelijk dat het strategisch belang van het weer zich niet meer beperkt tot paraplu- en zwempakkenfabrikanten. Naast energiebedrijven is er voorzichtige belangstelling van producenten van grondstoffen (Cargill) alsmede de zware industrie. Maar klimaatgevoelige sectoren, zoals spoorwegen, luchtvaartmaatschappijen en voedingsmiddelen, kijken de kat uit de boom. Een veilige manier van indekken lijkt voorlopig dat er nog minstens één mislukte klimaatconferentie nodig is om de gevolgen van anticyclonen erkend te krijgen als management-topic.

verwey@wanadoo.be

    • Wynold Verwey