Akkoord sociale agenda EU

De ministers van Sociale Zaken van de Europese Unie hebben gisteren na moeizame onderhandelingen overeenstemming bereikt over een `sociale agenda' voor de komende vijf jaar. Een akkoord werd mogelijk toen het Franse voorzitterschap er niet langer aan vasthield een gedetailleerd plan voor regelgeving vast te leggen.

Vooral Groot-Brittannië en Spanje, maar ook Nederland, hadden hiertegen ernstige bezwaren. Het gisteren bereikte akkoord wordt voorgelegd aan de Europese top eind volgende week in Nice.

Volgens minister Willem Vermeend is nu duidelijk gekozen voor `open coördinatie', waarbij de EU-lidstaten elkaar aan de hand van een jaarlijks `scorebord' op sociaal gebied zullen beoordelen. ,,Opmerkelijk is dat nu ook Frankrijk akkoord gaat met deze methode'', aldus Vermeend. Hij noemde het van groot belang dat sociaal beleid in de Europese Unie nu niet meer ondergeschikt is aan financieel-economisch beleid. Op de top van Lissabon dit voorjaar was op Frans verzoek overeengekomen dat een sociale agenda zou worden opgesteld.

Belangrijke punten zijn vergroting van de participatie op de arbeidsmarkt, evenwicht tussen arbeidszekerheid en flexibiliteit, strijd tegen sociale uitsluiting en armoede, modernisering van de sociale zekerheid, vergroting van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en meer aandacht voor sociale aspecten bij uitbreiding van de EU. Komend jaar wordt gewerkt aan een armoedenorm.

De Franse minister Elisabeth Guigou had gisteren aanvankelijk gedreigd een extra ministersbijeenkomst in Nice in te lassen bij het uitblijven van een akkoord. Een Franse diplomaat erkende dat de oorspronkelijke tekst ,,aanzienlijk is geamendeerd''. Ook de Europese Commissie had volgens ingewijden bezwaren tegen de Franse opstelling, omdat Frankrijk door het voorstellen van concrete regelgeving op de stoel van de Commissie ging zitten en bovendien het klimaat polariseerde.

De ministers bleven het oneens over regels voor multinationals over consultatie van werknemers bij massa-ontslag, een zaak speelt sinds de sluiting van de Renault-fabrieken in Vilvoorde. Ook over de slepende kwestie van een Europees ondernemingsstatuut bleven de meningen verdeeld.