Z-Servië: beroep Belgrado op NAVO

De Joegoslavische president Vojislav Koštunica heeft gisteren de NAVO en de VN dringend gevraagd in actie te komen tegen het geweld van Albanezen in het zuiden van Servië.

Koštunica gebruikte gisteren een plechtigheid in Wenen, waar Joegoslavië weer werd opgenomen in de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de OVSE, om zich tot de internationale gemeenschap te wenden. Hij zei de secretaris-generaal van de NAVO, George Robertson, en de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, een brief te hebben geschreven waarin hij uitlegt dat de Servische autoriteiten zich in het uiterste zuiden van Servië houden aan internationale afspraken die hun tegelijkertijd de handen binden. De Serviërs in het gebied, aldus Koštunica in zijn brief, worden ,,etnisch gezuiverd'' door zwaarbewapende groepen Albanezen, die vanuit Kosovo worden versterkt en bevoorraad. Servië kan hier niet tegen optreden omdat het dat volgens afspraken met de NAVO niet mag; bijgevolg moeten de VN en de NAVO-vredesmacht in Kosovo, KFOR, meer doen. Ze moeten ,,concrete daden'' stellen en zich niet ,,tot woorden van steun beperken''. ,,Het is duidelijk dat zij hun deel van de taak niet behoorlijk uitvoeren'', aldus Koštunica, die zijn verblijf in Wenen gisteren voortijdig afbrak om naar Bujanovac in het betreffende deel van Zuid-Servië te reizen. In Westerse kring is positief op Koštunica's oproep gereageerd. De Britse minister van Defensie zei dat Koštunica's zorgen ,,legitiem'' zijn.

In het zuiden van Servië, langs de grens met Kosovo, is een schimmig `Leger voor de Bevrijding van Preševo, Medvedja en Bujanovac' (UÇPMB) actief, dat zegt de 70.000 zielen tellende Albanese bevolking van het gebied te willen beschermen tegen `Servische terreur', maar dat volgens de Serviërs (en vele waarnemers) vooral uit is op aansluiting van het gebied bij Kosovo. Het UÇPMB wordt gesteund vanuit Kosovo, reden voor KFOR, de vredesmacht in Kosovo, om de grens te sluiten.

In het gebied zijn de Serviërs de handen gebonden: het vorig jaar juni met de NAVO gesloten militair-technisch akkoord (MTA) voorziet in een gedemilitariseerde bufferzone van vijf kilometer aan weerskanten van de Servisch-Kosovaarse grens. Het Joegoslavische leger en speciale Servische politietroepen mogen niet in die bufferzone komen; dat mogen alleen lichtbewapende Servische politieagenten. De Serviërs zeggen zich strikt aan de MTA-bepalingen te houden – een bewering die door de internationale gemeenschap wordt onderschreven – als gevolg waarvan de UÇPMB-strijders vrij spel hebben in de bufferzone. Volgens de Serviërs moeten KFOR en het VN-bestuur in Kosovo meer doen om aan het geweld van het UÇPMB een eind te maken. Een weekendbestand in het gebied is inmiddels voor onbepaalde tijd verlengd, zo werd vandaag gemeld.