Paralympics

Met de kritische opvattingen van de paralympische medaillewinnaar, wielrenner Jan Mulder (NRC Handelsblad, 4 november), kan men het eens zijn of niet, op één punt zit hij er echt naast.

Als voorbeeld dat sommige disciplines op een spelletje lijken, noemt hij een sporter die eerst met zwemmen en daarna met paardrijden gouden medailles won. Dit is het slechtst denkbare voorbeeld. Joop Stokkel speelde als kind in een elektriciteitshuisje waarvan de deur openstond. Een stroomstoot van duizenden volts maakte hem zwaar gehandicapt: hij mist zijn rechterarm en linkerbeen.

Met zwemmen won hij talloze medailles, waaronder goud tijdens de Paralympics in Barcelona. In Atlanta won hij met paardrijden een bronzen medaille en nu in Sydney een gouden (dressuur) en een zilveren (Kür op muziek). De vier Nederlandse ruiters behaalden als landenteam bovendien een zilveren medaille.

Bij paralympische spelen worden meer medailles vergeven. Dat komt omdat het niet eerlijk zou zijn een lichamelijk kerngezonde, maar slechtziende zwemmer of ruiter te laten strijden tegen een sporter met een dwarslaesie of amputatie. Aard en ernst van de handicap zijn bepalend voor de `grade' waarin men binnen een tak van sport moet uitkomen. Dat kan soms betekenen dat er binnen zo'n categorie (te) weinig deelnemers zijn.

Joop Stokkel moest het in Sydney opnemen tegen twintig concurrenten. Dat hij zowel in de zwemsport als in de ruitersport (en dat dan ook nog op leenpaarden) medailles behaalt, maakt hem tot een topsporter van ongekende klasse.