Media herontdekken hun functie

De nieuwsdienst van het Amerikaanse televisiestation WBBM, het CBS-station in Chicago, maakte het afgelopen voorjaar een journalistieke koerswijziging bekend die opmerkelijk genoemd moet worden. De journalistieke leiding van het station gooide, gedwongen door de almaar dalende kijkcijfers, het roer om en kondigde een nieuwe aanpak aan, waarin aan alle ijdel vertoon van presentatoren een einde werd gemaakt en het nieuws tot enige maatstaf werd verklaard.

Het begrip nieuws werd niet zozeer opnieuw gedefinieerd als wel geschoond. Het nieuws zou worden ontdaan van franje en beuzelarij, en vooral gezuiverd van verborgen – en soms niet eens verborgen – reclame.

Het CBS-station zou zich in zijn lokale nieuwsuitzendingen en actualiteitenrubrieken niet langer inlaten met buiten het nieuws gelegen onderwerpen, noch met opwekkingen of aankondigingen die geen enkele relatie hadden met de primaire taak van een nieuwszender. Het zou zich geheel gaan wijden aan het weergeven en het verspreiden van nieuws.

Het lokale CBS-station noemde dat de hard-news approach, waar de kijkers voortaan op zouden kunnen rekenen. ,,In Chicago was het nieuws op alle kanalen zo eenvormig geworden dat we ons wel uit de stoet moesten losmaken als we ons van de anderen zouden willen onderscheiden'', aldus de general-manager van het televisiestation. In de hemel konden de inwoners van Chicago de engelen horen zingen!

De aangekondigde vernieuwing betekende zowel een verandering van stijl als van professionele identiteit. Wat de concurrentie deed, moest de concurrentie maar weten, maar het lokale CBS-station zou zich er niet meer door laten afleiden. In plaats van de concurrentie angstvallig in de gaten te houden, zou het zijn eigen lijn volgen en zich ook niet langer voor het karretje van de eigen commercie laten spannen. In de nieuwsprogramma's zouden alleen journalisten de dienst uitmaken. Ze zouden uitsluitend journalistieke maatstaven laten gelden. Dat betekende onder meer dat in CBS-nieuwsprogramma's (in Chicago) niet meer zou worden aangekondigd welke films door CBS (de moedermaatschappij) aan het eind van de avond zouden worden uitgezonden. Alle andere `nieuwsvervuilende' onderwerpen zouden eveneens worden geweerd.

De daad bij het woord voegend benoemde het televisiestation Carol Marin, een 51-jarige journaliste uit de no-nonsenseschool, die bij andere televisiestations naam gemaakt had door haar feitenkennis en haar onbevooroordeelde stijl van ondervragen. In 1997 had zij haar biezen gepakt bij de lokale NBC-concurrent, omdat Jerry Springer daar werd ingehuurd om het nieuws van commentaar te voorzien. Zij had daar al eerder geprotesteerd tegen insluipende commerciële belangen en was daarvoor geschorst, op grond van `werkweigering'.

Met de komst van deze Carol Marin als gezichtsbepalende centrale figuur (anchor woman) werden de nieuwe randvoorwaarden vastgelegd: er zou alleen nog maar serieus nieuws worden uitgezonden, substantieel nieuws zonder tierelantijnen. De televisiepresentatoren zouden tussen de onderwerpen geen quasi-vrolijke babbels meer mogen houden. In nieuwsprogramma's ging het om nieuws, niet om entertainment.

Er zijn nog geen aanwijzingen dat heel de Amerikaanse televisie-journalistiek op het punt staat het voorbeeld van de collega's in Chicago te volgen, maar het experiment in Chicago is in elk geval niet onopgemerkt gebleven. In Florida is een soortgelijke ontwikkeling aan de gang en ook elders in de televisiewereld lijkt de leuze Back to basic journalism aan te slaan.

Op de jaarvergadering van Radio-Television News Directors Association in Minneapolis betuigde Christiane Amanpour, de belangrijkste oorlogscorrespondent van CNN, onlangs haar gezaghebbende steun aan het beleid van de CBS-collega's in Chicago. De chief correspondent van CNN was er zo opgewekt van geworden, dat ze het krantenknipsel waarin zij het eerst over de zaak gelezen had, wel onder haar kussen had willen bewaren.

Amanpour, die in Minneapolis onderscheiden werd met een Edward R. Murrow-prijs, nam de gelegenheid te baat om haar vakgenoten op te roepen de strijd aan te binden met de moneymen, de directies die steeds meer geld steken in journalistieke technologie ten koste van de kernactiviteiten van kranten en radio- en televisienieuws. In haar toespraak, die is afgedrukt in het komende januarinummer van het tijdschrift Brill's Content, de `waakhond' van de Amerikaanse media, onderschreef ze de stelling van de schrijver David Halberstam, volgens wie de hedendaagse journalistiek steeds meer wordt afgestemd op de belangen van de aandeelhouders.

De waarschuwing die Amanpour in Minneapolis gaf, is niet op de Amerikaanse mediawereld alleen van toepassing. Ze gaat ook voor de Nederlandse media op. Ook hier wordt meer geïnvesteerd in technologische vernieuwing dan in redactionele budgetten en actualiteitenprogramma's. Die ontwikkeling roept de vraag op wat lezers, luisteraars en kijkers ermee opschieten als de technologie steeds beter en aantrekkelijker wordt, maar de journalistieke informatie verschraalt.

,,Goede journalistiek'', aldus Amanpour, ,,kost wat geld – om te reizen, om onderzoek te doen, om indringende televisieprogramma's te maken, die het publiek een reden geven om onze kranten te lezen en naar onze programma's te kijken.''

Maar wat doen we, zo vraagt Amanpour zich af, met al dat geïnvesteerde kapitaal en al die nieuwe technologie, als we op de inspanningen om het nieuws te brengen, steeds meer bezuinigen? ,,Dan richten we, ondanks alle technische mogelijkheden, het journalistieke vak en de verschaffers van het nieuws waar het allemaal om begonnen is, op een dag onvermijdelijk te gronde.''

    • Harry van Wijnen