Israël bouwt gewoon door in bezet gebied

Ook onder de Israëlische premier Barak wordt er gebouwd in bezet Arabisch gebied. Tegelijkertijd beginnen niet-ideologische kolonisten juist te denken aan terugkeer naar Israel.

Met grote stelligheid verklaarde een zeer hoge ambtenaar van het bureau van premier Barak een paar dagen geleden dat er onder deze ,,vredespremier'' geen toestemming is gegeven voor de bouw van ook maar één woning in een van de vele Israëlische nederzettingen in bezet gebied.

Deze constatering lokte tijdens een gesprek met de buitenlandse pers in Jeruzalem hoongelach uit. ,,En die caravans dan die na de aanslag op de bus bij de nederzetting Kfar Drom (in de Gazastrook) zijn geplaatst?'' werd geroepen. ,,Dat zijn maar caravans'', zei de ambtenaar. ,,Weten jullie dan niet dat zo de nederzettingen zijn begonnen?'', reageerden de buitenlandse correspondenten bijna eenstemmig. Informatie dat de landadministratie vergunningen voor nieuwbouw in de nederzettingen geeft, sprak de ambtenaar koppig tegen.

Radio Israël is de ambtenaar niet te hulp gekomen. Gisteren meldde de radionieuwsdienst dat de landadministratie in de maand oktober van dit jaar 607 vergunningen voor nieuwe huizen in nederzettingen heeft afgegeven. Ondanks de intifadah gaat de bouw in wat Israëlische tegenstanders van het nederzettingenbeleid ,,de struikelblokken voor de vrede'' noemen op zijn minst op papier door. Daadwerkelijk bouwen lijkt op dit moment uitgesloten omdat de Palestijnse arbeiders door de intifadah niet meer naar hun werk kunnen komen in de nederzettingen.

Tegelijk beginnen niet-ideologisch gemotiveerde kolonisten juist te denken aan veilige terugkeer naar `huis', dat wil zeggen naar Israël achter de bestandslijnen van 1967. De schone lucht en vooral de lage prijzen van de gesubsidieerde woningen verliezen hun aantrekkingskracht voor deze categorie kolonisten nu het gevaarlijk wordt. Er zijn er al die opstappen. Uit de nederzetting Hermesh in het noordelijke deel van de Westelijke Jordaanoever zijn al 48 van de 68 families vertrokken.

Onder de druk van de gewapende Palestijnse onafhankelijkheidsopstand is het leven voor de kolonisten in de nederzettingen, ook voor de harde ideologische kern, ondraaglijk geworden. Ze komen tot het inzicht dat ze in vestingen leven, in joodse getto's temidden van vijandige Palestijnen. Wie het waagt in zijn auto de weg op te gaan loopt het risico door een Palestijnse scherpschutter onder vuur te worden genomen. In privé-auto's verplaatsen de kolonisten zich nauwelijks meer, ze zitten angstig in tegen kogels beschermde autobussen. Bezoek uit Israël is zeldzaam. Israëliërs uit Tel Aviv of andere plaatsen bezoeken hun familieleden in bezet gebied niet meer. De angst voor aanslagen en het doelwit te zijn van Palestijnse scherpschutters is hen in de benen geslagen. Zo slaan de Palestijnen met hun wapens een wig tussen de nederzettingen in bezet gebied en het `oude' Israël. De Palestijnse onafhankelijksheidsopstand ondergraaft ook de opvatting van Barak dat een deel van de nederzettingen in bezet gebied te handhaven zou zijn in het raam van een akkoord met de Palestijnen.

Barak wekt bij de Palestijnen geen vertrouwen meer. Niet alleen wegens het grove geweld tegen de opstand – tanks en helikopters – maar ook wegens de nederzettingenpolitiek ten tijde van zijn premierschap. Recente cijfers van de Israëlische vredesbeweging `Vrede-nu' tonen aan dat de regering-Barak in het jaar 2001 300 miljoen dollar heeft uitgetrokken voor de kolonisten. Dat is slechts 50 miljoen dollar minder dan in de begroting die de Likud-premier Benjamin Netanyahu in 1999 opstelde. Sedert de ondertekening van het akkoord van Oslo zijn er volgens deze Israëlische vredesbeweging 16.900 woningen in bezet gebied gebouwd, waarvan 2.800 onder Barak. Vredesactivisten die zich in de Palestijnse gevoelens kunnen verplaatsen leggen deze koortsachtige bouwactiviteit uit als een van de diepere motieven en emoties van de tweede Palestijnse intifadah tegen de Israëlische bezetting die in 1967 begon.

Michael Ben Yair, van 1993 tot 1996 juridisch adviseur van de regering, kwam gisteren in een artikel in Ha'aretz tot de conclusie dat Israël bereid moet zijn voor vrede met de Palestijnen terug te keren naar de grenzen van 1967. Hij bepleit teruggave van alle Palestijnse wijken in `groot-Jeruzalem' inclusief de Tempelberg/Haram al-Sharif. Ben Yair waarschuwt dat Israël moet breken met het messianistisch zionisme en tot verdwijning is gedoemd indien er geen Israëlische `De Gaulle' opstaat die het volk uitlegt dat het met geweld onderdrukken van het Palestijnse volk de vreedzame integratie van Israël in het Midden-Oosten onmogelijk maakt. Over een kwart eeuw zullen er volgens een Duitse statistiek tussen de rivier de Jordaan en de zee meer Palestijnen dan joden wonen. De Arabische landen zullen dan met raketten zijn uitgerust. De combinatie van deze ontwikkelingen brengt hem tot de conclusie dat Israëls militaire overwicht verloren gaat en het joodse land de zwakkere partij wordt in het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict. Vrede met de Palestijnen is volgens Ben Yair de enige realistische weg voor Israël om zich op lange termijn in het Midden-Oosten als een joodse staat te handhaven.