Ingrijpen achteraf

Na vier omvangrijke delen uit de documentaireserie Dutch Approach ben ik er nog steeds niet achter wat de Molukse jongeren bezielde om onschuldige burgers dood te schieten en volwassenen en kinderen tot wekenlang in benarde omstandigheden vast te houden. Daar was het maker René Roelofs ook niet om te doen. Het ging hem om de reactie van de regering en daar kregen we alles gedetailleerd van te weten.

De bloedige bevrijding in de tweede treinkaping werd internationaal bekend als de Dutch approach en was in strijd met het softe imago van de Vondelparkslapers. In de eerste aflevering werd grof de historische achtergrond geschetst met weglating van de Molukse rol bij de Nederlandse wreedheden in Indonesië. De Molukse ex-militairen met hun gezinnen kwamen terecht in een sfeer van schuldbewust, postkoloniaal zwijgen. Ze waren vroege Vietnam-veteranen. Hoe de broei onder de Molukkers escaleerde tot het geweld van de jaren zeventig blijft een mysterie. Dat geldt voor veel terreurdaden. Waarom grijpt de ene verwaarloosde groep naar de wapenen en de andere niet? Sommige overlevende kapers hadden spijt, maar ook zij konden geen analyse geven van hun gedrag toen.

Ik zag de vader van het gegijzelde meisje dat tijdens de bevrijdingsactie in 1977 dodelijk door kogels van mariniers werd getroffen. Maar ik zag geen nabestaanden van de drie burgers die bij de eerdere gijzeling waren doodgeschoten. Zo'n daad van moordlust maakt de regering bij de volgende gijzeling grimmiger. Gijzelaars die zich met hun gijzelnemers identificeerden, kwamen uitgebreid aan het woord. Het hoofd van de gegijzelde school besloot met andere onderwijzers bij zijn gijzelnemers te blijven toen die na de vrijlating van de kinderen hun waakzaamheid verloren en in een diepe slaap vielen. Konden de kinderen van toen niet meer vertellen over wat hun was overkomen?

De documentaire heeft door haar eenzijdigheid nu al geleid tot een debat over de vraag of de regering toen wel haar belofte tot een vrijgeleide mocht breken. Toenmalig staatssecretaris Stemerdink was het eens met collega Van Agt, dat dat wel kon.

Misschien hebben veel ex-gijzelaars wel het een en ander verteld maar wilden ze dat niet voor de camera doen. De makers hebben een beperkt deel van hun uitgebreide spitwerk publiek kunnen maken omdat ze de betrokkenen alles zelf voor de camera wilden laten vertellen. Soms komt er een document of een briefje in beeld. Een enkele keer is de vrucht van eigen onderzoek vermomd in een vraag aan een betrokkene, maar ministers kunnen zich vaak niet meer precies herinnneren wat ze gedaan hebben. Wie meer wil weten, moet het begeleidende boek lezen.

Ik heb nog steeds geen beeld van de situatie in de trein vlak voor de bevrijding. De mariniers zeiden dat het vreselijk stonk, maar een Molukse arts die als tussenpersoon optrad en boodschappen moest overbrengen, zei dat die toestand reuze meeviel. Iedereen was gezond en gedisciplineerd. Doet me denken aan de enthousiaste bezoekers van opvoedingskampen in communistisch China. Ongetwijfeld was die man op dat moment meer Molukker dan arts. Bovendien vertelt hij, nu hij de bloedige afloop kent. Eigenlijk gaf hij antwoord op de vraag of de toestand in de trein ingrijpen door mariniers rechtvaardigde – nee vond hij. De vijf doodgeschoten kapers zijn voor sommigen martelaars geworden. Wel werd duidelijk dat zo'n beslissing tot militair ingrijpen willekeurig is. Interessant element. Maar wie weet hoe het anders was afgelopen?

Een ander nadeel van oral history is het ontbreken van historische context. Een onafhankelijke stem had ons langs al die sprekers kunnen leiden. Al die verklaringen achter elkaar zijn vermoeiend. De makers kunnen geen rustpunt creëren, geen accenten aanbrengen. Vergelijk dat met de Britse documentaireserie over de Koude Oorlog die Teleac op zondagavond uitzendt. Zware onderwerpen als de Cuba-crisis en de Vietnamoorlog worden breed behandeld en zijn toch gemakkelijk te volgen.

    • Maarten Huygen