Imago Nederland moet en kan beter

Frankrijk heeft de Eiffeltoren, Engeland Buckingham Palace, Duitsland de Muur. En Nederland? Windmolens, klompen en tulpen, nog altijd. Het Nederlandse imago in het buitenland moet het hebben van oubollige symbolen, terwijl er juist behoefte is aan een ,,architectonische trekpleister'' die een symbool kan zijn voor het moderne liberale Nederland.

Dat is de conclusie van een vanmiddag gepresenteerd internationaal imago-onderzoek, uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Amsterdam kan de rol van vooruitstrevend symbool niet vervullen, vinden de onderzoekers van het bureau Research International: bij de hoofdstad denken buitenlanders niet aan ,,een historische hoogtepunt of het gevoel van eigenwaarde van een volk'', maar aan seks en drugs. Ook Afsluitdijk en Deltawerken spreken niet tot de buitenlandse verbeelding: te saai, te weinig herkenbaar. Er moet dus iets nieuws komen.

De onderzoekers spraken met mensen uit België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten - de belangrijkste handelspartners van Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat vooral mensen die Nederland niet persoonlijk kennen, associaties hebben met de oubollige symbolen. Wie wel heeft kennisgemaakt, denkt ook aan een bloeiende economie, morele tolerantie en een goed geregeld openbaar vervoer.

Volgens de onderzoekers wordt ,,geen ander land zo om zijn bevolkingsaard geprezen'': multicultureel, behulpzaam en betrouwbaar. Dat wijst er op dat Nederland nog steeds ,,een eigen positie inneemt'' tegenover grotere naties: mensen zijn een beter `trademark' dan gebouwen of objecten.