Grunbergs been

Iemand zegt iets dat je als een waarheid als een koe beschouwt en iemand anders wordt er verschrikkelijk kwaad om, gek is dat. Soms ben ik het zelf die zoiets zegt, maar in dit geval waren het Kamerleden van het CDA en de Socialistische Partij, die hadden opgemerkt dat er een verband is tussen de vraag naar euthanasie en de gebrekkige zorg voor ouderen.

Dat minister Borst uit hoofde van haar functie in schijnheilige verontwaardiging uitbarstte valt nog wel te begrijpen, maar dat Elsbeth Etty zaterdag werkelijk het schuim op de mond kreeg, daar keek ik vreemd van op, ook al weet ik dat Etty de dingen vaak anders ziet dan ik.

Ze had het over `demagogische insinuaties uit de mond van de als een aftandse dorpspastoor orakelende SP-fractieleider Marijnissen', wiens betoog ook nog eens `farizees' werd genoemd. Het kon niet waar zijn wat Marijnissen had gezegd en als het wel waar was, zou er volgens Etty een internationaal tribunaal moeten komen om de schuldigen te straffen wegens schending van de mensenrechten. Voor alles een oplossing.

Zou ze zich echt niet kunnen voorstellen dat de toestand in een Nederlands verpleeghuis zo kan zijn dat je maar liever dood bent? Ik kan dat heel goed. Het moet een bijzonder opgewekte geest zijn die bij de gedachte alleen al van de kaart raakt, iemand met weinig gevoel voor de wreedheid van het gewone leven. Als een onschuldig kind dat op rechtvaardigheid vertrouwt en zegt `anders halen we toch gewoon de politie?' In dit geval een internationaal tribunaal.

Het is niet prettig om te bedenken dat een verpleeghuis erger kan zijn dan de dood, zo min als het prettig is om te horen dat de Nederlandse varkensindustrie vergeleken wordt met Duitse concentratiekampen. Toen Robert Long, ambassadeur van de Stichting Varkens in Nood, het deed begon de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland een kort geding en bij de journalisten die er over schreven was een duidelijke weerzin merkbaar tegen een vergelijking die ze als stuitend ervoeren. Zelfs de vorige varkensambassadeur Youp van 't Hek distantieerde zich van de smakeloosheid door te schrijven dat de hel een plek is waar je eeuwig naar liedjes van Robert Long moet luisteren.

Een van de meest welwillende journalisten die de zaak beschreven, was nog mijn collega te rechter zijde Frits Abrahams. Van hem leerde ik dat Robert Long eigenlijk Jan Leverman heet. Ongetwijfeld heeft Abrahams overwogen om op te merken dat iemand die Leverman heet en zich Long laat noemen, bij uitstek geschikt is om de slachthuizen te inspecteren, en ongetwijfeld verwierp hij dat omdat hij te beschaafd is voor flauwe naamgrapjes.

En ook te beschaafd om de woorden van Long te accepteren anders dan als een nog net toelaatbare metafoor voor het lijden van de varkens. Maar zo zijn die woorden niet bedoeld. Long bedoelde het letterlijk toen hij zei dat varkens niet beter worden behandeld dan concentratiekampgevangenen.

Ik denk dat er nauwelijks te ontkennen valt dat het waar is wat Long zei. De advocaat van de land- en tuinbouwers probeerde het wel (,,de varkens worden juist vetgemest'') maar wat hij eigenlijk dacht is waarschijnlijk wat bijna iedereen denkt: goed, het zal waar zijn dat de varkens niet beter behandeld worden, maar toch is de vergelijking stuitend, omdat het om varkens gaat en niet om mensen, en daarvoor gelden andere normen.

,,Ik geloof dat het beter is dat dagelijks tienduizenden biggen worden gedood dan dat één mens zijn been verliest'', schreef Arnon Grunberg vrijdag in deze krant. Verrassend dat iemand die de mens altijd in de zwartste termen afschildert, opeens zo'n bekommernis om een mensenbeen toont. Of misschien ook niet, want hij mag dan wel de zwartkijker spelen, hij is ook ons nationale troeteldier dat wel blaft maar niet bijt, de aaibare cynicus.

Tienduizenden biggen per dag. De formulering noodt tot een rekensom die al gauw tot gigantische getallen leidt. Nog altijd minder erg dan dat ene mensenbeen volgens Grunberg, humanist tegen de klippen op. Zijn been zou wel eens legendarisch kunnen worden in de Nederlandse literatuur en daarbuiten en bij verschrikkelijke rampen zullen de mensen tegen elkaar zeggen: ,,Het is ongetwijfeld erg, maar kop op, het valt nog mee vergeleken met het been van Grunberg, dat is pas echt erg.''

Een tijdje geleden schreef ik over het boekje van de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee The lives of animals. Coetzee is extremer dan Robert Long. Hij vergelijkt de vleesindustrie met de gaskamers en hij vindt niet dat de slachtdieren net zo behandeld worden als concentratiekampgevangenen, hij vindt dat het erger is. De varkens krijgen goed te eten, zei de advocaat van de land- en tuinbouwers. Coetzee brengt zijn lezers ertoe te bedenken: wat als de mensen goed te eten zouden krijgen voor de slacht, en de kinderen die ze voor de eters baren, en de kinderen daarvan, tot in lengte van dagen, zou dat beter zijn geweest?

En Coetzee doet iets wat Long niet deed. Hij vergelijkt niet alleen de slachtoffers, maar ook de daders en de onverschilligen en zijn hoofdpersoon voelt zich in het huis van vleeseters alsof ze onder gruwelijke misdadigers is, die zo gewend zijn geraakt aan de misdaad dat ze ontspannen en vriendelijk door de wereld kunnen lopen, alsof ze niet in een gruwelkamer leven.

Een ander boek van Coetzee, zijn roman Disgrace, werd in zijn eigen land als politiek controversieel ervaren. Dat boek ging ook wel over dieren, maar vooral over de verhouding tussen de verschillende mensenrassen en het was de beschrijving daarvan die aanstoot gaf. Een woordvoerder van de regeringspartij zei dat zijn partij besloten had om dat boek niet te lezen.

Van Zuid-Afrikaans rumoer over zijn boekje over het leven der dieren is me niets bekend. Raar land, zouden we denken als we hoorden dat Coetzee voor de rechter zou moeten verschijnen vanwege dat boek. Misschien zijn de Zuid-Afrikaanse land- en tuinbouwers minder lichtgeraakt dan de onze of misschien lezen ze niet zo veel. Donderdag is de uitspraak in het kort geding tegen Long. Ik ben benieuwd.