`Ereschuld oud-mijnwerkers is niet eenduidig ingelost'

De vraag of Nederland de ereschuld jegens de oud-mijnwerkers met stoflongen heeft ingelost, is ,,niet eenduidig'' te beantwoorden. Dat schrijft het bestuur van de stichting Silicose Oud-Mijnwerkers in haar vandaag gepresenteerde eindrapport.

De stichting verstrekte namens de rijksoverheid afgelopen jaren aan 1.775 oud-mijnwerkers met stoflongen, of hun nabestaanden, een eenmalige uitkering van 20.000 gulden.

Tegenover iedere oud-mijnwerker die de uitkering kreeg, stonden er echter twee die hun aanvraag niet gehonoreerd zagen. ,,Enkele duizenden bleven zitten met een diepteleurgesteld gevoel van niet-erkend zijn'', aldus het bestuur.

In het eindrapport verdedigt het bestuur de gemaakte selectie. De door de rechter opgelegde criteria – over onder meer de medische indicaties – zijn ,,met de grootst mogelijke zorgvuldigheid'' gehanteerd.

Het bestuur zegt desalniettemin geen eindoordeel te kunnen geven. De vraag rest ,,of 20.000 gulden inderdaad voldoende genoegdoening is voor het blijvend verlies van je gezondheid'', aldus het bestuur.

Ruim 25 jaar na de sluiting van de laatste mijn erkende toenmalig premier Lubbers in 1990 dat Nederland een ereschuld had in te lossen bij de oud-mijnwerkers.

Zij hadden nooit erkenning gekregen voor hun beroepziekte silicose. Door een verkeerde diagnose van artsen, in dienst van de mijnen, en als gevolg van een wijziging van de Ongevallenwet in de WAO waren veel kompels een uitkering misgelopen.

Volgens het eindrapport is sinds de toezegging van Lubbers in 1990 ,,heel veel tijd verloren gegaan aan overleg en geharrewar'' over de opzet van de regeling. Ondertussen stierven maandelijks tien tot twintig oud-mijnwerkers aan silicose zonder dat zij een vergoeding hadden gekregen.

In het rapport wordt geconcludeerd: ,,Indien er ten aanzien van de oud-mijnwerkers en hun weduwen al van een acceptabele genoegdoening kan worden gesproken, moet de winst van de silicose-regeling ook worden gezocht in de opening die (...) is gemaakt naar het ontwerpen en aan de orde stellen van schaderegelingen voor beroepszieke (ex)-werknemers in andere bedrijfstakken.''