De vloer op

In het Bimhuis aan de Oude Schans in Amsterdam speelt zich elke maandagavond een wonderlijk toneelexperiment af. Voor een handjevol toeschouwers die gratis toegang hebben, treedt een wisselend groepje acteurs op. In welk stuk? Dat weten ze niet. Ze krijgen de thema's aangereikt waar de toeschouwers bij zitten en ze moeten vervolgens à l'improviste onmiddellijk aan de slag.

Ik zag het voor het eerst op de televisie, waarvoor de Humanistische Omroep wekelijks een registratie van het hele gebeuren maakt (vanavond, Nederland 3, 23.10). Het heet `De vloer op', en het is naar een idee van toneelregisseur Peter de Baan die het met Bert Janssens, eindredacteur tv van de Humanistische Omroep, heeft uitgewerkt.

Op de tv is alleen een compilatie te zien van 25 minuten, de voorstelling in het Bimhuis duurt een kleine drie uur. Ik was gefascineerd geraakt door de tv-uitzendingen waarin ik acteurs als Gijs Scholten van Aschat en Helmert Woudenberg op de toppen van hun grote talent zag spelen. Zo kregen zij de opdracht om een komisch duo uit te beelden, waarvan het jongste lid na afloop van een voorstelling aan zijn oudere kompaan moet meedelen dat hij voortaan zonder hem verder wil. Adembenemend. Weinig toneelschrijvers hadden het geloofwaardiger kunnen opschrijven.

De ideeën worden 's middags bedacht door een kleine redactie, aangevuld met een wisselende gast (Nelleke Noordervliet, Tomas Ross of Felix Rottenberg). Zij moeten op zoek naar de dilemma's en conflicten uit de hedendaagse, maatschappelijke realiteit.

Toen ik gisteravond ging kijken, bleek Rottenberg zijn ergernis over de gsm-terreur te hebben afgereageerd. Zijn idee was aangenomen en werd door vier acteurs uitgevoerd. Twee mannen zitten met twee druk telefonerende vrouwen in een treincoupé. Eén van de mannen komt in verzet, de andere man houdt zich angstig afzijdig. De vrouwen beginnen de man te treiteren, ook fysiek. De man blijft ontluisterd achter, hij kan niet veel meer dan uitroepen: ,,Ik ben een beschaafd mens.

B-e-s-c-h-a-a-f-d.''

Het was een even hilarische als beangstigende scène. Je moest lachen om de harde grappen, maar tegelijk begreep je de vertwijfeling van die man fraai gespeeld door Stefan de Walle die zich op een vorm van fatsoen beroept die voor de anderen niet meer bestaat.

Een hele avond improvisatietoneel is iets anders dan een halfuurtje op tv. De zwakke momenten zijn op tv nauwelijks te zien: van de vijf opgenomen scènes blijven er twee over. Improviserende acteurs halen het beste én het slechtste in zichzelf boven. Het ene moment irriteren ze je door een zekere koketterie, het andere moment kan er opeens een vonk van ontroering overspringen bij een verbluffende wending.

Die zwakkere momenten vergaf je ze graag. Wat overbleef was de bewondering voor de onvoorwaardelijke overgave aan hun vak. ,,Zij zijn vanavond de helden'', zei Peter de Baan, en zo was het.