De spaarvlucht

ONTDUIKING VAN DE BELASTINGEN is een Europese sport. Gedreven door de hoge nationale belastingtarieven en de aantrekkelijkheid van belastingparadijzen vlak over de grens hebben Europese burgers de afgelopen decennia vele miljarden aan spaargelden weggesluisd naar buurlanden. Daar stond het veilig, deels omdat de EU-lidstaten slechts in geval van criminele verdenkingen informatie tussen belastingdiensten uitwisselden en deels omdat enkele lidstaten strenge wetgeving ten aanzien van het bankgeheim koesteren. Uit Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Nederland stroomden enorme bedragen naar België, Luxemburg en Oostenrijk. Spaargeld dat niet aan de nationale fiscus werd opgegeven en dat tax free uitstekend rendeerde.

Aan deze fiscale sport lijkt een einde te komen. Gisteren hebben de ministers van Financiën van de Europese Unie na twaalf jaar van vruchteloos onderhandelen een akkoord bereikt over de aanpak van belastingontduiking. Het akkoord over de `bronheffing' is een vernuftig compromis, maar het zal nog enige tijd duren voordat duidelijk is of het in de praktijk zal werken. In het akkoord verplichten twaalf van de vijftien EU-landen zich om fiscale informatie uit te wisselen over de spaargelden en rente-inkomsten van niet-ingezetenen. Drie landen – Luxemburg, België en Oostenrijk – doen niet mee aan deze informatie-uitwisseling, maar hebben toegezegd dat ze een bronheffing zullen invoeren op spaartegoeden van niet-ingezetenen en deze inkomsten grotendeels zullen overhevelen naar de schatkist van het land van de spaarder.

HIERMEE IS HET probleem van belastingontduiking niet opgelost, want dichtbij en ver weg lonken andere belastingparadijzen. Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, de Britse Kanaaleilanden, het Eiland Man, de Nederlandse Antillen en andere paradijselijke oorden koesteren nog altijd hun bankgeheimen. Eerder al waren de EU-ministers overeengekomen dat deze landen voor het einde van 2002 afspraken met de EU moeten maken om belastingontwijking aan te pakken. Met een aantal landen zal dat wel lukken, maar er zullen altijd uitzonderingen blijven die zich niets aantrekken van de internationale druk om witwasssen en belastingontduiking in het financiële systeem aan te pakken.

Luxemburg en Oostenrijk, de landen met het strengste bankgeheim in de EU, hebben gisteren een tweede voorbehoud gemaakt. Eind 2002 moeten de EU-lidstaten instemmen met een breder pakket maatregelen om oneerlijke concurrentie op het gebied van vennootschapsbelasting tegen te gaan. Het betreft hier bijvoorbeeld maatregelen om buitenlandse ondernemingen met gunstige fiscale regels naar een land te halen. Nederland staat op dit lijstje bovenaan en zal hier dus dringend wat aan moeten gaan doen. Zoals Nederland ook met de Antillen iets binnen het Koninkrijk heeft op te lossen.

ER DOEMT NOG een ander probleem op voor Nederland. In het nieuwe belastingstelsel dat op 1 januari van kracht wordt, belast de fiscus niet langer het inkomen uit vermogen, maar het vermogen zelf met een vast tarief op een fictief rendement. In Europees verband is gekozen voor een bronheffing op de inkomsten uit het vermogen. Dit zijn twee verschillende systemen met verschillende belastingtarieven. Het is mogelijk dat Nederlandse spaarders straks gunstiger uit zijn als ze hun geld in alle openheid onderbrengen in een EU-land dat louter de Europese bronbelasting heft. Volledige uitbanning van alle exotische belastingparadijzen is onmogelijk. Maar binnen de EU is een stap in de goede richting gezet.